Welke zwanen kun je in Nederland zien?

Welke zwanen kun je in Nederland zien? En ook: wanneer? Deze twee vragen hangen in hoge mate met elkaar samen. Sommige zwanensoorten kun je het hele jaar door in ons land zien, andere zie je uitsluitend in najaar en winter in ons land, en dan ook nog eens in wisselende aantallen. In dit artikel ontdek je welke zwanen je in ons land kunt zien. Ik toon je de zwanen ook in filmpjes zodat je ze kunt herkennen.

Welke zwanen kun je in Nederland zien?

In Nederland kun je vier soorten zwanen zien. Drie witte en één zwarte. Dit zijn de zwanensoorten die je in ons land kunt zien:

1. De knobbelzwaan

De knobbelzwaan kennen we allemaal. Je kunt hem het hele jaar door in ons land zien, want hij is een algemene broedvogel. De volwassen knobbelzwaan is wit. Zijn snavel is oranje met bij de kop een grote zwarte knobbel waar hij zijn naam aan te danken heeft. De knobbel van het mannetje is groter dan die van het vrouwtje. Jonge knobbelzwanen zijn bruin en hebben een grijze snavel waar het oranje een beetje doorheen schemert. In de winter zie je in de weidegebieden heel veel knobbelzwanen. Ze eten van het eiwitrijke gras.

2. De wilde zwaan

De wilde zwaan broedt sporadisch in ons land. Nu en dan een paartje, en dan ook nog eens een enkeling. Je kunt de wilde zwaan dan ook vooral, en ik zou zeggen: uitsluitend in het najaar en de winter in ons land zien. Wilde zwanen broeden in het hoge noorden. In Scandinavië en op IJsland bijvoorbeeld. Ze zijn ongeveer even groot als de knobbelzwaan en hebben een karakteristieke geelzwarte snavel waarbij het geel doorloopt tot in de punt. De snavel van de wilde zwaan is meer geel dan zwart. Voor jonge wilde zwanen geldt dat zij grijsbruin zijn met een grijze snavel. Soms zie ik wilde zwanen in de Alblasserwaard. Wil ik wilde zwanen zien, dan ga ik vaak in de omgeving van het dorp Zonnemaire op Schouwen-Duiveland op zoek naar zwanen op de akkers. Daar zitten vrijwel elke winter wilde zwanen tussen.

3. Kleine zwaan

Je zou de kleine zwaan kunnen verwarren met de wilde zwaan. Ook de snavel van de kleine zwaan is namelijk geelzwart. Het patroon van het geel verschilt echter enorm met dat van de wilde zwaan. Het geel komt namelijk nooit voorbij de snavelgaten. Natuurlijk suggereert de naam al dat de kleine zwaan een stuk kleiner is dan knobbelzwaan en wilde zwaan, en dat is ook zo. Je herkent aan het silhouet vrijwel meteen dat het een kleine zwaan is.

Kleine zwanen broeden in het hoge noorden tot in de Siberië aan toe. Ze overwinteren in ons land op akkers en weilanden. Ik kom ze tegen in de Alblasserwaard en op Schouwen-Duiveland rond de dorpen Oosterland en Zonnemaire.

4. Zwarte zwaan

De zwarte zwaan doet zijn naam eer aan. Hij is niet zo heel moeilijk te herkennen. De zwarte zwaan is een stuk ranker dan de witte zwanen van hierboven. Zijn snavel is relatief klein en rood. In de flank zie je een paar witte veren en slaat hij zijn vleugels uit dan zie je een grote witte vlek in zijn vleugels.

De zwarte zwaan komt van nature niet in ons land voor. Hij komt uit Australië. Mensen slepen met van alles en nog wat over de wereld, en dus ook met zwarte zwanen. Maar die ontsnappen nog wel eens uit een vogeltuin of dierentuin en ze hebben zich aardig weten te vermenigvuldigen in ons land. En dus kom je nu en dan zwarte zwanen tegen. Heel vervelend vind ik dat niet, want ik vind het prachtige dieren. En ik geloof niet dat ze inheemse vogelsoorten verdringen.

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!