Wat kun je in februari doen voor tuinvogels?

Wat kun je in februari doen voor tuinvogels? Februari is een maand met vaak een dubbel gezicht. Het kan nog (streng) vriezen en de temperaturen kunnen ook al flink boven nul zijn. En strenge vorst kan abrupt overgaan in voorjaarstemperaturen. Wat ook meespeelt is dat de voedselvoorraden in de natuur een beetje op beginnen te raken. Waar vind je als putter, vink of winterkoning nu nog voldoende voedsel? Dit alles roept de vraag op hoe je de vogels in je tuin kunt helpen de winter door te komen. Ik probeer je in dit artikel te helpen bij het beantwoorden van deze vraag.

In dit artikel begin eerst met de meest elementaire levensbehoeften: eten en drinken. Daarna sorteren we voor op het voorjaar. Want wie de tuin tijdig inricht voor de vogels, die helpt ze ook het allermeest.

Wat kun je in februari doen voor tuinvogels?

Dit kun je in februari doen voor de vogels in je tuin:

1. Bijvoeren

De vogels in je tuin bijvoeren kan het hele jaar door. Maar welk voedsel je aanbiedt, wisselt met de seizoenen. Laten we er vanuit gaan dat het in februari kouder is dan in het voorjaar. De tuinvogels moeten nog altijd extra energie gebruiken om zichzelf warm te houden. Daar hebben ze speciaal voedsel voor nodig: vetrijk voedsel. Vet levert veel energie op, en dus veel warmte. Biedt de vogels in je tuin daarom nog altijd vetbollen aan (liefst niet in een netje, want daarin kunnen ze verstrikt raken), vogelpindakaas of vetblokken. En natuurlijk vetrijke zaden. Bekijk de volgende overzichten op de gespecialiseerde webshop Vivara.nl maar eens:

  1. Vetbollen
  2. Vetblokken
  3. Andere creatieve vetproducten (zitten leuke cadeautjes tussen)
  4. Vogelpindakaas
  5. Zadenmixen

2. Drinkwater aanbieden

Vriest het niet, dan hoef je de tuinvogels strikt genomen geen water aan te bieden. Er is in de natuur immers voldoende drinkwater te vinden. Het is voor jezelf natuurlijk wel leuk om vogels te zien drinken in je tuin, of in een waterschaal te zien badderen. Het aanbieden van drinkwater is dus zeker een goede zaak!

Vriest het in februari en zijn sloten en plassen bevroren, dan is het juist wel een goede zaak om de tuinvogels schoon drinkwater aan te bieden. Bij strenge vorst en geen sneeuw verpulver je het liefst een ijsblokje. De vogels zullen de ijssplinters opeten en daarmee krijgen ze voldoende water binnen. Tja, die ijssplinters zijn natuurlijk wel ijskoud, het kost de vogels dus extra energie om zich warm te houden. Denk dus altijd aan het bijvoeren! Ligt er wel sneeuw, dan zullen de vogels sneeuw eten om hun dorst te lessen.

Bij strenge vorst bied je géén drinkwater in een schaal aan! Als de vogels daarin gaan badderen, bevriest het water op hun veren en raken ze vrijwel meteen onderkoeld. Dat zullen de tuinvogels niet overleven.

Vriest het niet zo heel streng, en raakt het water in plassen en sloten niet of nauwelijks bevroren, dan kun je wel water een drinkschaal aanbieden. Zouden de vogels daarin gaan badderen, dan glijdt het water vanzelf van hun veren af zonder vast te vriezen.

Nog een tip: nooit zout of suiker in het water doen! Van zout water krijgen vogels alleen maar meer dorst. En suikerwater maakt hun veren kleverig en bovendien schijnt ook het verwerken van suiker in de maag te leiden tot extra dorst, hoewel niet zo erg als met zout water.

3. Vervang kapotte nestkastjes

In februari, zeker in de tweede helft en al helemaal wanneer de temperaturen geleidelijk aan oplopen, gaat de blik al vooruit naar het voorjaar. Op zonnige dagen hoor je de merel, koolmees en pimpelmees al luidkeels zingen. Een aantal tuinvogels broedt graag in een nestkast: koolmees, pimpelmees, spreeuw, boomkruiper en boomklever. Vervang de nestkasten die kapot zijn nu door nieuwe. Dat mag je natuurlijk ook veel eerder doen, in het late najaar of in de vroege winter. Wist je dat vogels als roodborst, koolmees en winterkoning nestkastjes ook gebruiken als slaapplaats en dat ze vaak met elkaar in een nestkast slapen? Zou houden ze elkaar warm.

4. Laat het onkruid nog maar even staan

Als de temperaturen in februari oplopen, gaat ook het onkruid weer opkomen. Veel mensen hebben dan de neiging het onkruid flink te gaan schoffelen, maar besef dat onkruid ook goed is voor insecten en bodemdieren. Ze schuilen eronder, vinden er voedsel op of leggen er later in het voorjaar hun eitjes op. En deze insecten en bodemdieren en hun larven dienen weer tot voedsel van… tuinvogels! Laat dus gerust wat onkruid staan, zeker de mooie onkruidsoorten zoals bijvoorbeeld de pinksterbloem, madelief, paardenbloem, witte en paarse dovenetel en boterbloem.

5. Knip de afgestorven planten nog niet af

Wie hart heeft voor de biodiversiteit in de tuin, die laat in het najaar de afgestorven planten staan. In die afgestorven stengels en takjes schuilen insecten. Of er liggen eitjes op de planten. Zodra de temperaturen in het vroege voorjaar weer oplopen, kruipen de insecten te voorschijn en zullen de larven in de eitjes tot ontwikkeling komen. Laat in februari daarom de afgestorven planten in je tuin nog maar even staan en geef de kleine diertjes in je tuin de kans om zich te ontwikkelen. Zij dienen weer als voedsel voor de vogels in je tuin. Wil je de tuin toch wat fatsoeneren, leg dan het snoeihout en de dode planten op een hoopje, liefst op een droge plaats. Dat biedt de insecten en hun larven alsnog de kans om het voorjaar mee te beleven.

Ik hoop je hiermee een beetje te hebben geïnspireerd bij de vraag wat je in februari kunt doen voor de vogels in je tuin.

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!