Middelste zaagbek (fotograaf: Sjaak Huijer)

Vogels kijken op mijn geboorte-eiland Tholen

Dit artikel schreef ik voor Licht op Groen, het tijdschrift van Natuurvereniging Tholen waar ik op twaalfjarige leeftijd lid van werd. En waar ik leerde vogels kijken. De foto boven dit artikel is van Sjaak Huijer.

Mijn eerste vogeltelling deed ik in de Karrenvelden in de Schakerloo Polder. De Oesterdam was nog in aanleg. Het gebiedje bestond slechts uit het bezonken grasland dat zich voor de zeedijk uitstrekt. Van een lepelaar kon ik slechts dromen, evenals van de zeearend en de poelruiter die ik er jaren later zou zien. De tureluur met kuikens was voor het ventje van twaalf al voldoende. Ik zie de oudervogel met twee kuikens nog door het gras scharrelen. Let wel, ik spreek over 1987. Het jaar nadat mijn vader mij had opgegeven voor een vogelexcursie naar de Molenplaat. Met vriend Peter Bijl zag ik daar mijn eerste brilduiker, pijlstaart en zwarte ruiter. Hoewel, zien? Keek ik mijn rechteroog in de telescoop, dan ging mijn linkeroog automatisch dicht. Maar of ik met mijn rechteroog wel iets zag… Ik heb denk ik heel veel ja gezegd, maar of ik de vogel zag die werd genoemd, dat betwijfel ik. Het was wel het duwtje dat ik nodig had. Het begin van een leven lang vogels kijken.

Nu heeft het leven me in Alblasserdam gebracht. Maar ben ik op Tholen, en dat is gelukkig nog regelmatig, dan is een bezoek aan de Karrenvelden een vast ritueel. Of er sinds die tureluur met kuikens iets is veranderd in het hoekje bij de Oesterdam? Ja, het gebied is uitgebreid. En ja, je ziet er in voorjaar en zomer nu lepelaars foerageren. Zelfs zag ik er een zeearend een aanval doen op de watervogels. Maar verder? Ben ik er in het voorjaar, dan broeden er nog altijd kluten, visdiefjes, kokmeeuwen en zwartkopmeeuwen. Alleen de flamingo’s van deze zomer waren een complete verrassing voor mij. Toen mijn broer beweerde dat er tropische vogels in de Karrenvelden stonden, lachte ik hem honend uit. ‘Flamingo’s zie je alleen in het Grevelingenmeer, bij Battenoord, niet in de Karrenvelden.’ Een half uur later aanschouwde ik het groepje roze vogels en maakte ik er een vlog van. Of de bermen rond het gebied in 1987 ook al zo rijk waren aan dagvlinders, dat weet ik niet. Daar had ik toen nog geen oog voor. Loop in de zomer eens door de bermen. Zolang die niet zijn gemaaid, kan het er wolken van de bruine en oranje zandoogjes met atalanta, dagpauwoog, kleine vos, icarusblauwtje, bruin blauwtje en zo nog een paar soorten. Bezoek ik de Karrenvelden in oktober, dan hoop ik altijd op de vaste groep rosse grutto’s die bij hoog water in het gebied staan.

Wandeling over de zeedijk

Soms laat ik me bij de Karrenvelden uit de auto zetten. Tas op de rug, camera op het statief en verrekijker op de borst. Tijd voor een wandeling over de zeedijk. Hou ik de oostelijke richting aan, dan kom ik vanzelf op de Vlasmarkt uit, waar de molen nog altijd mijn ouderlijk huis is. Zover liep ik in mijn jeugd meestal niet. Maar deze wandeling verdient in april absoluut aanbeveling. In de Karrenvelden geniet je van de vogels van het wad waaronder natuurlijk de rotgans, ik denk de meest iconische vogel uit mijn jeugd. Een winter geen rotgans gezien, is een mislukte vogelwinter. Kom ik te dicht bij het hek, dan komen alarmerende tureluurs, kokmeeuwen en kluten mij tegemoet. In de bezonken weilanden ten oosten van de N659 let ik op roodborsttapuit, rietzanger, graspieper, torenvalk en natuurlijk de grote groepen brandganzen.

Bij de Kortendijk ga ik buitendijks. Ik doe het behoedzaam. Anders vliegen de baltsende geoorde futen zeker op. In deze hoek zit het in april vol met geoorde futen, sommige al volledig in hun fraaie zomerkleed. Ik blijf op een steen zitten, schuin achter het riet, en laat ze aan me wennen. Ik zie er ook vrijwel zeker de blauwborst. In het riet en struweel langs de oever van het Zoommeer bevindt zich een aantal territoria van deze fotogenieke zangvogel. Ook een eind verderop, vlak voor Schor Alteklein, onder het gele bord dat schepen naar de vluchthaven wijst, heb ik twee achtereenvolgende jaren een territorium vastgesteld. Ondertussen zie of hoor ik ook grasmus, rietgors en rietzanger langs het water. En op het water blijf ik geoorde futen passeren, met een aantal andere watervogels.

Schor Alteklein, daar sta ik ook altijd even stil in april. In struiken en bomen kun je er verrassende waarnemingen doen. De nachtegaal bijvoorbeeld. En de koekoek. Zanglijster, fitis, tjiftjaf, zwartkop en zo nog een aantal zangvogels completeren de lijst. Hier kun je jezelf oefenen in het herkennen van vogelgeluiden. Ik moet hier natuurlijk ook de ijsvogel noemen. Volwassen vogels jagen er met hun jongen langs de oever. Wat erop duidt dat de ijsvogel vaste broedvogel is in het gebied. Dat had ik niet kunnen bevroeden toen ik in het mooie jaar 2000 het eiland verliet. Ik ben nu trouwens bijna in Tholen. Ik verlaat de zeedijk en wandel bij Molen De Verwachting naar binnen.

Andere vogelgebieden op Tholen

Vijf jaar geleden plaatste ik de eerste bijdrage op mijn website www.visdief.nl. ‘Alles over vogels kijken,’ luidt de ietwat pretentieuze ondertitel. Sindsdien publiceer ik vrijwel iedere dag een blog en een natuurfilmpje. Eerlijk gezegd stuur ik mijn auto op mijn tochten vaker naar Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee dan naar het eiland Tholen. De reden? Om vogels te filmen moet je heel dichtbij komen. En dat is in veel Thoolse gebieden eerlijk gezegd een beetje problematisch (met de Karrenvelden als grote uitzondering natuurlijk). Terecht overigens, want vogels, en zeker de wadvogels, hebben rust nodig. Verstoring kan verstrekkende gevolgen hebben. Een rosse grutto die te vaak moet opvliegen voor een hond of wandelaar verbruikt de energie die hij nodig heeft voor de trek naar noord of zuid. Is halverwege de reis zijn vetvoorraad op, dan stort hij neer om nooit meer op te vliegen. Beter is het om de drooggevallen schorren met de telescoop of verrekijker af te speuren. Welke gebieden ik wel bezoek als ik een rondje eiland Tholen doe? Ik heb ze vrijwel allemaal beschreven op mijn website, ik noem er hier een paar:

Philipsdam

De Philipsdam beschouw ik als een van de belangrijkste vogelboulevards van Zeeland. Aan weerszijden van de dam kun je massa’s vogels zien. Aan de kant van het Krammer vliegt de zeearend soms rond. In najaar en winter kun je op de plasjes tegen de Grevelingendam aan genieten van grote groepen watervogels als nonnetje, pijlstaart, topper, kuifeend en tafeleend. Vanuit de vogelkijkhut bij de sluizen filmde ik de ijsvogel, waterral en cetti’s zanger van wel heel dichtbij. Toppereenden dobberden achter het eiland. Aan de zoute kant wemelt het van de wadvogels. En aan de overkant van het Slaak zie je bij hoog water lepelaars uitrusten. Speur het Laagbekken in de winter af op middelste zaagbek, brilduiker, geoorde fuut, kuifduiker, fuut en aalscholver. In het voorjaar zingt de nachtegaal in het struweel aan de zoete kant.

Stinkgat

Met het Stinkgat heb ik een haat-liefdeverhouding. Ja, het is een geweldig natuurgebied waar je veel steltlopers en eenden kunt zien. Watersnip, witgatje, kleine plevier, kluut, groenpootruiter, zwarte ruiter en soms zelfs een krombekstrandloper. De laatste heb ik helaas nog nooit gezien, maar ik volg waarneming.nl op de voet. De vos wel. Die schoot op een mooie middag uit het hoge gras tegen de dijk aan. Mijn ambivalente gevoelens richten zich op de gluurmuur. Kijk goed uit bij het betreden van het plateau. De gaten in de muur zijn namelijk zo groot, dat de vogels jou eerder zien dan jij hen. Zitten er pijlstaarten voor de muur, dan vliegen die geheid op, schuw als ze zijn.

Mooier is de wandeling naar de zeedijk. Het uitzicht over de schorren van de Krabbenkreek is overweldigend. Vorig jaar gaf ik er een excursie en zaten er honderden wintertalingen op het wad. Telescoop en verrekijker mee en je bent een paar uur ‘van de wereld’. Het Rammegors een eindje verderop overzie ik tegenwoordig maar kort. Er dwars doorheen ploegen voor een vogeltelling is er niet meer bij nu het gebied is omgetoverd tot het kweldergebied dat het volgens mijn oude Tirionkaart uit 1648 ooit was. Roerdomp, waterral en sprinkhaanrietzanger hebben plaatsgemaakt voor lepelaar, kleine zilverreiger en tureluur.

Sint-Philipsland

Vaste locatie om vogels te kijken op Sint-Philipsland is de veerhaven. Parkeer je auto een uur na hoog water op het fietspad dat uitkijkt over de kwelder. Steltlopers als rosse grutto, tureluur, zilverplevier, bonte strandloper en bontbekplevier verkennen al heel snel het droogvallende slik. In de veerhaven overwinteren middelste zaagbek, dodaars en soms een waterpieper.

Gorishoek

Rond de Oosterschelde bevindt zich een aantal plekjes waar de elementen vrij spel lijken te hebben. Het kan er ronduit guur zijn en de Oosterschelde beukt er soms zijn schuimende golven kapot tegen de oever. Plekjes als de Rattenkaai bij Rilland, de landbouwhaventjes bij Viane en Colijnsplaat en de oksel van de Neeltje Jans bijvoorbeeld. Gorishoek hoort wat mij betreft ook in dit rijtje. Vanaf de pier kun je niet alleen op geep en makreel vissen, je kunt er ook vogels kijken. Het zal niet verbazen dat ook hier de wadvogels domineren. Rotgans, middelste zaagbek, brilduiker, scholekster, wulp enzovoort verschijnen er in je lens. Je maakt hier ook kans op zeehond en bruinvis.

Meer kijktips en elke dag een natuurfilmpje vind je op mijn website www.visdief.nl. En wie weet ontmoeten we elkaar binnenkort in één van de mooie natuurgebieden op en rond Tholen!

Ben je op zoek naar een vakantiehuisje in de provincie Zeeland? Gelegen op een unieke locatie, midden in de natuur?
Bekijk dan het aanbod op Natuurhuisje.nl.

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)