Vogels kijken in Tsjechië

Praag, daar staat Tsjechië om bekend. Eén van de mooiste steden in Europa. Daarbuiten kom je niet, tenzij je in de winter goedkoop wil skiën in het Reuzengebergte, een andere middeleeuwse stad wil bezoeken of fan bent van Tsjechische bieren. Dat je in Tsjechië ook goed kunt vogels kijken, is minder bekend. Nu zou ik Tsjechië geen topland voor vogelaars noemen, maar je kunt er toch bijzondere waarnemingen doen, is mijn ervaring. Ik ging er in de meivakantie 2024 op vakantie en zag er soorten als buidelmees, withalsvliegenvanger, grote kruisbek en beflijster. In dit artikel lees je meer over vogels kijken in Tsjechië compleet met mijn filmpjes.

Vogels kijken in Tsjechië

Voor de duidelijkheid: mijn kinderen gaan liever de stad in, en dus zochten we een compromis. We verbleven een week in Praag. Kinderen blij met hun stadsleven. En ik blij, want ik zou in de omgeving van Praag vogels gaan kijken en me in de middagen vervoegen bij de rest. Dat ik ook in Praag zelf nog best leuke soorten zou zien, dat kon ik vooraf niet vermoeden, maar dat bleek wel tijdens mijn vakantie. Vanuit ons appartement aan de rand van het centrum zag en hoorde ik de gekraagde roodstaart, zwarte roodstaart, merel, braamsluiper, zwartkop, grote bonte specht, groene specht, Vlaamse gaai, ekster, kauw, houtduif, Turkse tortel, gierzwaluw, torenvalk, boomklever en boomkruiper. Dat is voor in een stadscentrum toch niet verkeerd?

Mijn tochten voerden me echter vooral naar buiten de stad. Meestal tot een uurtje rijden vanuit ons appartement. Eén keer gingen we verder, naar het Reuzengebergte, op ongeveer twee uur rijden van Praag. In alle gebieden, dichtbij en veraf, deed ik prachtige waarnemingen.

Overigens deed ik op weg naar Praag langs de snelweg in Duitsland al verrassend mooie waarnemingen. Reis je in het voorjaar naar Praag, maak dan een tussenstop op parkeerplaats Am Biggenkopf. Daar zag ik een nest kramsvogels pal boven een vrachtwagen. Ik zag er in het gelijknamige natuurgebied een paartje goudvinken. Ik hoorde er de geelgors en zag er verder witte kwikstaart, putter en zwartkop. Zou je even de benen willen strekken en een wandeling willen maken, dan kan dat. Je wandelt vanaf de parkeerplaats zo het natuurgebied in, een uitgestrekt bosgebied. Dat deden wij niet, maar ik genoot wel van de genoemde vogelsoorten.

Op onze eerste dag in Praag verliet ik de stad voor een vogelwandeling in Slatina, een moerasgebied op een half uur rijden van Praag. Er stond een harde wind waardoor de rietvogels laag bleven en dat was jammer, want ik hoorde al meteen een stuk of vijf á zes grote karekieten zingen, evenals een aantal snorren. Rietzanger en kleine karekiet lieten zich horen. Vanuit het bos klonk de lach van de groene specht. En in het struweel zaten nachtegaal en zwartkop te zingen. De koekoek vloog door het gebied en liet zich uitgebreid zien.

Het kon nog mooier! Op de tweede dag gingen we een stukje verder. Op een uurtje rijden ligt Ornitologická pozorovatelna Bohdanečský rybník. Een voor mij onuitsprekelijke naam, maar dit gebied is een bezoek alleszins waard. Al meteen toen ik uit de auto stapte zag ik een bijzondere soort die ik niet eerder zag: de withalsvliegenvanger. Ik zette nog een paar stappen en hoorde toen een kraanvogel opvliegen. Even later zou ik er nog veel meer gaan zien! Een zeearend vloog over. Krooneenden zwommen op de plas. Appelvinken verdwenen in het bos. En aan het eind van onze vogelwandeling dook plotseling zelfs een buidelmees op.

De derde dag brachten we door in het Reuzengebergte waar we een lange wandeling maakten door een hoogveengebied. Hier zag ik zingende beflijsters, kwam ik in een zwerm grote kruisbekken terecht, doken sijsjes op, genoot ik van de zwarte mezen en goudhaantjes. Ik denk dat ik dit de mooiste wandeling vond. Dat kwam ook omdat ik het berglandschap met bijbehorende stilte geweldig vind.

Ook op een uur rijden van Praag ligt National Reserve Žehuňský. Dit gebied bezochten we op de vierde dag. Heel eerlijk: ik vond het gebied nogal ontoegankelijk. Aan beide kanten van het moerasgebied konden we ongeveer driehonderd meter wandelen, meer niet. Nee, dit gebied is niet ingericht voor vogelaars. Maar ondertussen zag ik er wel soorten als geelgors, grauwe gors, rietgors, Europese kanarie, koekoek, nachtegaal, goudvink, kneu, kleine plevier, oeverloper, tafeleend, zwarte stern en putter.

Op onze vijfde en zesde dag bezocht ik een heuvelachtig gebied ten noorden van Praag. Eigenlijk zit dit natuurgebied vastgeplakt aan de stad: Bohnický Rybník. Hier wandel je door bossen, langs stenige hellingen en langs akkers omzoomd door heggen. De meest bijzondere waarnemingen: de fluiter, geelgors, havik, kleine bonte specht, boomvalk en een eenzame kraanvogel die vanuit het dal kwam aanvliegen. Een prachtige smaragdhagedis maakte de natuurwandeling compleet evenals de vetkruidblauwtjes, kleine dagvlinders, die al actief waren.

Mijn algemene beeld van Tsjechië

Wil je in Tsjechië vogels kijken, dan kun je je maar beter vooraf goed voorbereiden. Op het platteland is in grote delen niet veel te vinden. Ook hier is de landbouw over het algemeen intensief. Wel vind je in het landschap veel meer heggen dan in ons land. En je bevindt je natuurlijk in een heel ander deel van Europa. Dat betekent dat je op het platteland altijd kans maakt op akkervogels die je in ons land niet of nauwelijks meer ziet. Denk bijvoorbeeld een de grauwe gors. Ik heb eerlijk gezegd dit keer niet in landbouwgebieden vogels gekeken.

Bovengenoemde gebieden raad ik je zeker aan als je wilt vogels kijken in Tsjechië. Verder vind je er veel bosgebieden waar je spechten en andere bossoorten aantreft. In het noorden van Tsjechië strekt zich het Reuzengebergte aan. Hier valt in het voorjaar echt te genieten van zangvogels die zich hebben gespecialiseerd in een leven in bos en in het hooggebergte (dat hier niet eens zo heel erg hoog is). Verblijf je in de buurt van een moerasgebied, reken dan op soorten als grote karekiet, snor, cetti’s zanger, rietzanger en kleine karekiet. Vooral het aantal grote karekieten verraste mij. Op de informatiepanelen van de moerasgebieden die ik bezocht stond vermeld dat er ook roerdomp en woudaap zouden leven. Van deze soorten heb ik geen spoor kunnen ontdekken, maar ik heb dan ook geen moeite gedaan om deze heel vroeg of juist in de avonduren te zoeken.

In de dorpjes op het platteland heerst vaak nog een serene rust. Hier hoor en zie je opvallend veel huismussen, ringmussen en soorten als putter, Europese kanarie, witte kwikstaart en nog wat tuinvogels. Een vogel die ik graag had gezien, maar die ik node heb gemist, was de zomertortel. Ga je dus op vakantie in Tsjechië en wil je er ook vogels kijken, ga dan op zoek naar de stukjes natuur in de omgeving van je vakantieadres.

De beste tijd van het jaar om vogels te kijken in Tsjechië is voor mij het voorjaar. Dan zingen de zangvogels uit volle borst, in moeras, bos en hooggebergte. Kraanvogels trekken kennelijk tot begin mei nog door.

Vakantiehuisjes in Tsjechië

vakantiehuisjes in wenen

Wil je je vakantie in Tsjechië doorbrengen op een rustige en vooral ook: natuurlijke plek, bekijk dan het aanbod van vakantiehuisjes op Natuurhuisje.nl. De huisjes die je via deze aanbieder boekt, staan altijd in de natuur. Extra leuk is dat je door een natuurhuisje te boeken, je lokale natuurprojecten ondersteunt.