vogels kijken in picardie velduil

Vogels kijken in Picardië




Picardië. Voor veel Nederlanders en al helemaal voor wie in België woont op slechts een paar honderd kilometer rijden. In het noorden grenzend aan de regio Nord Pas de Calais en in het zuiden aan Normandië. Het stukje Picardische kust is niet eens zo heel breed, slechts zestig kilometer. En ik ontdek tijdens het schrijven van dit artikel dat Picardië geen zelfstandige regio meer is, maar sinds een paar jaar onderdeel van de regio Hauts-de-France. Ach, dat is allemaal slechts bestuurlijk, het doet niets af aan de natuur die je in Picardië aantreft. Liefhebber van de kust die ik ben, bezocht ik de afgelopen jaren de Picardische kust een aantal maal. Natuurlijk om er te genieten van de fruits de mer. En ook om er vogels te kijken. In dit artikel beschrijf ik waar je kunt vogels kijken in Picardië. En dan vooral aan de kust. Ik begin in het meest zuidelijke puntje en stoom dan op naar het noorden.

Vogels kijken rond Mers-les-Bains

Mers-les-Bains is een stadje met een leuke boulevard, teven het uiterste zuidelijke puntje van Picardië. In de haven van Mers-les-Bains (die het deelt met Le Tréport) zie je vooral aalscholvers en meeuwen. Ik bezocht dit stukje Picardië in de eerste week van mei en wandelde een aantal keer langs de rotsen (de falaises) tussen Mers-les-Bains. Dat is een eerste aanrader wat mij betreft. Je wandelt ongeveer 5 kilometer langs de kust. De vergezichten over de zee zijn subliem. En in de strook van vijftig meter tussen zee en akkers kun je heel mooie soorten zien. Het is een vrij pittige wandeling met soms fraaie steile stukken. Met enige verbeelding waan je je dan in het hooggebergte, met dat verschil dat je je op zeeniveau bevindt en dat is prettiger ademen.

Vogels kijken ten noorden van Mers-les-Bains in mei, welke vogels zie je dan? Boerenzwaluwen in de eerste plaats. Die trekken van zuid naar noord en volgen angstvallig de kustlijn. Ik zag daarnaast een aantal tapuiten en zelfs een rietgors. Het echte werk komt van de broedvogels. Het wemelt op de falaises van de kneutjes. Grauwe gorzen zag en hoorde ik er, evenals grasmus, roodborsttapuit, graspieper en veldleeuwerik. Heb je lef, kijk dan eens langs de rotsen naar beneden. Zilvermeeuwen broeden er, evenals aalscholvers. Ook zweven er voortdurend noordse stormvogels langs de rotsen. Op het eindpunt van de wandeling, in Ault, trof ik een kleine kolonie aan met noordse stormvogels. Op het laatste stukje kliffen ten noorden van Ault. Roofvogels zag ik er ook: torenvalk en natuurlijk de boomvalk die met de trekvogels mee op vliegen. De buizerd. En op een vroege ochtend bewonderde ik de slechtvalk die vanaf de kliffen de boel in de gaten houdt. Later zag ik hem een paar keer met een prooi vliegen. Ronduit bijzonder vond ik de sprinkhaanrietzangers die ik rond het beeld Notre-Dame de la Falaise hoorde en zag. In de meidoornstruiken trof ik een aantal territoria en tot mijn verrassing zingt de sprinkhaanrietzanger er vanuit de toppen van die struiken. Eerst dacht ik daarom aan de krekelzanger, maar dat zijn het beslist niet. In de struiken rond Mers-les-Bains huist de braamsluiper. En in de bebouwde kom roept de zwarte roodstaart je vanaf de daken toe. O, ik ben trouwens vergeten de putters te noemen die ook overal rond scharrelen. En de geelgorzen die ik op zag vliegen vanuit een stel lage struiken voor een of andere bunker. En de gele kwikstaarten en zijn witte neef.




Vogels kijken rond Flower Camping Le Rompval

Wij verbleven in de meivakantie in een stacaravan op Flower Camping Le Rompval bij Mers-les-Bains (ook te vinden op Booking.com). Deze keurige en heerlijk groene camping raad ik beslist aan. De eigenaren gaan misschien een beetje erg precies om met hygiëne en de keukenspullen (bij aankomst en bij vertrek wordt alles nauwgezet geteld), maar dat is wel een garantie voor een net huisje en een nette camping. Het is een Flower Camping en die titel is terecht. Waar groen kan groeien, groeit ook groen. Bovendien grenst de camping aan een bos, garantie voor vogels. De vogels die ik hierboven noemde, zag ik allemaal tijdens mijn wandelingen vanaf de camping. Een tien minuten lopen en je bent bij de kust.

De meest bijzondere waarneming op de camping was de bosuil. Mannetje en vrouwtje hoorde ik in de schemering roepen. Vanuit onze stacaravan keken wij uit op het bos. De zwartkop was bezig een nest te bouwen. De zanglijster zong de hele dag. Roodborst, vink, putter, groenling, heggenmus, winterkoning, boomkruiper en boomklever hoorde en zag ik er. Op de akkers rond de camping scharrelden opvallen veel roeken rond.

Vogels kijken in Hâble d’Ault.

Bij het plaatsje Ault stoppen de kliffen. Pijlsnel gaan de kliffen over in laagland. Langs de kust liggen uitgestrekte grindstranden. In het binnenland, vlak achter de dijk, ligt een interessant vogelgebied: Hâble d’Ault. De befaamde vogelreisgids A Birdwatching Guide to France North of the Loire noemt dit reservaat expliciet. Het is een belangrijk natuurgebied voor trekvogels die er tijdens de voorjaars- en najaarstrek komen bijtanken. Of ze die rust in het najaar wordt gegund, valt echter te betwijfelen. Ik zag namelijk talloze jachthutten staan en op de plassen drijven houten lokeenden. In de reisgids las ik al dat naar goed Frans gebruik het natuurgebied verandert in een schiettent. Daar kunt je van alles bij bedenken, feit is dat het een heel interessant vogelgebied is, zo ontdekte ik. Ook dit gebied bezocht ik tijdens de meivakantie.

In de rietkragen in Hâble d’Ault ontdekte ik rietvogels als kleine karekiet, rietzanger, rietgors en blauwborst. Ik kwam op drie plekken een koekoek tegen, één keer zelfs twee in ene struik! Niet gek, want het miegelt in Hâble d’Ault van de grasmussen, roodborsttapuiten en andere zangvogels. Ook kneu en putter zag ik er evenals een fraaie geelgors. Tapuiten komen er op krachten en misschien broeden ze er ook wel, want er leven ook veel konijnen in het gebied. Ideaal voor de tapuit. Krakeend, bergeend en wilde eend zag ik er. Ik vrees dat met name de eenden flink de klos zijn met al die jagers rondom. Heel interessant is de kolonie grote sterns in het centrale deel van Hâble d’Ault. Je kunt ze vanaf de dijk van heel dichtbij bekijken. In de kolonie broeden ook kokmeeuwen en zwartkopmeeuwen. Kievit, kluut en kleine plevier kwam ik tegen. Een grote zilverreiger. Torenvalk en sperwer jagen in het gebied. De meest spectaculaire waarneming was voor mij wel het paartje velduilen dat plots naast mijn auto opvloog. Wat een schitterende vogels zijn dat!

Hâble d’Ault is het hele jaar toegankelijk voor wandelaars en fietsers. Je kunt het gebied ook met de auto doorkruisen, maar hou rekening met diepe kuilen vol water. De weggetjes zijn namelijk verhard met grind en soms zelfs onverhard. En laatste waarschuwing: in het najaar heb je waarschijnlijk niets te zoeken in het gebied. Je loopt dan zelfs het risico om getroffen te worden door een schot hagel. In het gehucht Hautebut wijst een bord je de weg naar het natuurgebied.

De baai van de Somme

In de baai van de Somme ligt een gebied zo mooi, dat je er bijna zou gaan wonen: een van de meest uitgestrekte kweldergebieden die ik ken. Helaas vindt de rest van mijn gezin het vooral saai, want zo plat als een pannenkoek en een tikkeltje monotoon. Ik kan ze geen ongelijk geven. Maar een keer vanuit het fraaie stadje Saint-Valery-sur-Somme met laarzen en al het gebied in (waar het is toegestaan), dat moet toch kunnen? Je zult begrijpen: hier zijn het de wadvogels die domineren. Omdat de soorten die je er ziet overeenkomen met de vogels in Zeeland, heb ik er niet heel intensief vogels gekeken. Je ziet er ontzettend veel kleine zilverreigers. Wulpen op het wad. In ondiepe delen natuurlijk kluten. Vanuit Saint-Valery-sur-Somme kun je op zeehondensafari. En ben je sportief, dan huur je een zeekayak en ga je (onder begeleiding) de zee op om de kwelders te verkennen.

Parc du Marquenterre

Ten noorde van de baai van de Somme ligt Parc du Marquenterre. Kijk, dat kunnen die Fransen maar al te goed, geld verdienen aan de natuur. Parc du Marquenterre is namelijk niet vrij toegankelijk. Je kunt het slechts betreden via het bezoekerscentrum en na afrekenen van een bepaald bedrag. Het park is een duingebied dat in verbinding staat met de zee. Je ziet er tal van kustvogels. Een soort Texel in het klein. Dat is het eerlijk gezegd dan ook wel. Aan Texel of een van de andere waddeneilanden kan dit park niet tippen. Is onze waddennatuur jouw norm, dan hoef je Parc du Marquenterre niet te bezoeken. En al helemaal niet, omdat je op drukke dagen in een colonne door het gebied wandelt. Niet erg als je een sociaal dier bent. Vervelend wanneer je zoals ik liefst ongestoord naar vogels kijkt.

Vogels kijken in Etangs de Romelaere, Saint-Omer

Op de terugreis vanuit Mers-les-Bains, deden we het befaamde natuurgebied Etangs de Romelaere aan. In dit uitgestrekte moerasgebied broeden bijzondere soorten als woudaap, grote karekiet en blauwborst. Kleine karekiet, rietzanger, grasmus, tjiftjaf, fitis, rietgors, sprinkhaanzanger en koekoek zag ik er. Een zomertortel vloog door mijn beeld. De fuut zag ik op diverse plekken. Vanuit een van de vogelkijkhutten kun je een kolonie aalscholvers en kokmeeuwen overzien. Deze hut bereik je via een vlonderpad. Je kunt het gebied ook vanaf het water bewonderen. Ik adviseer je om een boot of kano te huren bij Isnor. De mensen zijn er vriendelijk, spreken zelfs Engels en Isnor ligt vlakbij de ingang van het natuurgebied. En je kunt er bovendien nog iets nuttigen ook. De eerlijkheid gebied me om ook bij dit natuurgebied te vermelden dat de Biesbosch toch wel een stukje geweldiger is. Een volgende keer rij ik niet meer om voor dit gebied. Waarbij ik dan ook weer moet aantekenen dat ik om half vier in de middag over de vlonderpad wandelde, op een zomerse dag in mei. Niet het ideale tijdstip en de omstandigheden om vogels te kijken.

Vogels kijken in Picardië. Je hebt de keus uit verschillende fraaie gebieden. Ga ik ooit nog een keer naar Picardië, dan zal het weer de omgeving van Mers-les-Bains zijn. Simpelweg omdat de kliffen me heel erg bekoren. Maar ook om de moerassen achter de baai van de Somme en achter Mers-les-Bains beter te verkennen. In de vogelreisgids A Birdwatching Guide to France North of the Loire worden die ook genoemd, maar ik zag geen soorten vermeld staan die ik in Nederland al niet had gezien. Ik heb ze daarom dit keer niet verkend. Bovendien wilde ik eens een keer nauwelijks in de auto zitten en vanuit Camping Le Rompval was dat ook beslist niet nodig. Dan kom je tenminste echt eens tot rust.

Praktische informatie over vogels kijken in Picardië

Mers-les-Bains noemde ik al evenals Camping Le Rompval. Er zijn beslist nog heel veel meer verblijfsmogelijkheden. Ik kwam zelfs een vakantiepark op de kliffen tegen. Wil je jezelf eens oriënteren, bekijk dan het aanbod op Booking.com. Camping Le Rompval staat ook op deze website vermeld.

Langs de kust loopt wandelroute GR21. De GR21 loopt langs de kust van Haute Normandie van Le Tréport tot Le Havre, over een totale lengte van bijna 180 kilometer. Wil je niet de hele route afleggen, maar slechts een (klein) stukje, dan adviseer ik je om de wandeling tussen Mers-les-Bains en Ault te beproeven. Wij zijn vanuit Le Tréport naar het zuiden gaan wandelen, maar het eerste stuk vanuit Le Tréport is bepaald niet fraai. Je loopt vlak langs een verkeersweg. En delen van de kliffen zijn afgezet, omdat de kliffen aan het eroderen zijn. Het deel tussen Ault en Mers-les-Bains is én rustig (want nergens een verkeersweg) én je loopt heerlijk over de kliffen.

Ben je liefhebber van fruits de mer, dan kun je langs de Franse kust natuurlijk je hart ophalen. In Le Tréport vind je tal van restaurantjes waar het goed toeven is. Wil je zelf wat visgerechten bereiden, bezoek dan de gemeentelijke vismijn op de kop van de haven van Le Tréport. Voor de visliefhebber een echte belevenis. Een ander aangenaam stadje dat ik je wil aanbevelen is Saint-Valery-sur-Somme.

Een paar honderd meter ten zuiden van Le Tréport kun je paragliden. Op een betonnen plateau kun je je parachute netjes uitvouwen en kan je tochtje paragliden langs de prachtige Franse kust beginnen.

De beste lichtgewicht verrekijkers voor wandelaars:

A Birdwatching Guide to France North of the Loire