Vogels kijken in de herfstvakantie

De herfstvakantie is één van de beste en mooiste momenten om vogels te kijken. In oktober is de najaarstrek op zijn hoogtepunt en kun je overal verrast worden door een bijzondere soort. Toch hoop ik dat ook de ‘gewone’ soorten je interesseren. Die zijn op zijn minst even bijzonder om te zien. En zeker als ze in grote getalen voorbij of over komen vliegen op weg naar de bestemming waar ze overwinteren. Natúúrlijk ga je vogels kijken in de herfstvakantie! En waar doe je dat dan het beste? In dit artikel licht ik een tipje van de sluier op.

Vogels kijken in de herfstvakantie

De herfstvakantie is dé periode waarin massa’s zangvogels, zeevogels, roofvogels, steltlopers, ganzen en eenden vanuit het broedgebieden naar hun overwinteringsgebieden trekken. Ze overwinteren in ons land, ze verblijven hier een kortere of langere tijd om aan te sterken voor het volgende traject en vertrekken dan weer, of ze vliegen in grote vaart ons land voorbij zonder hier neer te strijken. En het leuke is: al deze vogels vliegen met elkaar mee op. Op één dag kun je dus veel verschillende soorten zien.

1. Vogels die doortrekken zonder hier neer te strijken

De vogels die doortrekken zonder hier neer te strijken hebben haast. Ze volgen hun innerlijke kompas of ze volgen natuurlijke bakens zoals de duinenrij, de rivieren of heuvels. Voor sommige vogelsoorten ligt Nederland op hun natuurlijke route. Zeevogels bijvoorbeeld, volgen de kustlijn. Voor hen zijn de duinen het baken. In deze periode kun je jan-van-genten, zwarte zee-eenden, grote zee-eenden, de verschillende soorten jagers, sternen, meeuwen, alken, zeekoeten, roodkeelduikers, parelduikers en stormvogels voorbij zien vliegen. De zeevogeltrek vind ik één van de meest spectaculaire natuurverschijnselen om te volgen. Je zit op een hoog duin of een hoge dijk en tuurt met een verrekijker en liefst een telescoop over het water. Soms zie je de zeevogel in een flits, soms zie je ze wat langer. Mijn ervaring is dat het wel een uitdagende manier van vogels kijken is. Je hebt soms niet meer dan een seconde de tijd om de zeevogel te herkennen. En vaak vliegen ze ver op zee …

Echter: staat er een stevige noordwesten wind, dan worden veel zeevogels naar de kust geblazen. Je kunt ze dan beter bekijken. Bekende plaatsen om de zeevogeltrek te volgen zijn de zeedijk bij Westkapelle, de Maasvlakte, de havenhoofden van Scheveningen en de Zuidpier bij IJmuiden. Op deze plekken is vaak een speciale trektelpost aanwezig. Hou er rekening mee dat een noordwester storm ook betekent dat het guur is op duin of dijk…

Staat er echter een oostenwind, dan kun je langs de kust ook zangvogels in grote getale langs zien trekken. Deze trek begint al in de schemering en op sommige ochtenden kunnen tienduizenden vogels overtrekken. Meestal zijn het groepen vinken, sijsjes, veldleeuweriken, graspiepers, boompiepers, Vlaamse gaaien en andere ‘gewone’ soorten. Je maakt dan ook kans op roofvogels als sperwer, boomvalk en smelleken die het immers voorzien hebben op zangvogels. En altijd maak je kans op die ene bijzondere soort zoals een roodkeelpieper of roodpootvalk. Bekende plaatsen om zangvogels op trek te zien zijn het duin bij Westenschouwen, de duinen bij Ouddorp, de Maasvlakte en de duinen bij Katwijk. Bij langdurige oostenwind kun je in het oosten van het land ook kraanvogels zien doortrekken. En hoe langer de oostenwind aanhoudt, hoe meer naar het westen je kraanvogels kunt zien en horen.

2. Vogels die hier aansterken en dan doorvliegen

Voor veel steltlopers geldt dat Nederland een ideaal land is om te passeren tijdens de trek. De Waddenzee, Biesbosch, Oosterschelde en Westerschelde zijn ideale gebieden om even neer te strijken en op adem te komen. Op de modderbanken zoeken de steltlopers naar voedsel. Soorten als bonte strandloper, groenpootruiter, zwarte ruiter, oeverloper en kemphaan kun je gedurende een paar weken (en soms nog langer) in ons land zien ‘rondhangen’. Zodra ze weer voldoende energie hebben verzameld, trekken ze verder en verlaten ze ons land op weg naar gebieden in Zuid-Europa of nog verder, in Afrika.

3. Vogels die hier overwinteren

De Nederlandse natuurgebieden worden in najaar en winter ook bevolkt door vogelsoorten die hier in die maanden permanent verblijven. Op zee zie je in de herfstvakantie grote groepen rotganzen voorbij vliegen. Die zijn onderweg naar Groot-Brittannië of Frankrijk, maar ook naar de Waddenzee en de Zeeuwse- en Zuid-Hollandse delta. In deze gebieden kun je in de winter grote groepen rotganzen zien.

Hetzelfde geldt voor een deel van de steltlopers die je in de herfstvakantie ziet. Kanoet, bonte strandloper, drieteenstrandloper, rosse grutto, je kunt ze allemaal in de winter in ons land zien. Een deel van deze populaties overwintert in ons land, terwijl een ander deel doortrekt naar gebieden in Zuid-Europa en Afrika.

Aan de kust arriveren de eerste groepjes strandleeuweriken en sneeuwgorzen. Hier en daar duikt een dwerggors of ijsgors op. En langs de Friese kust of op de Waddeneilanden maak je ook kans op groepjes fraters.

Langs de kust zie je opeens soorten als alk, zeekoet en roodkeelduiker zwemmen. En in het binnenland zitten moerasgebieden tjokvol met eenden. De weilanden in het binnenland worden bevolkt door grote zilverreigers (die voor een groot deel uit Oost-Europa komen). En in de bossen hoor en zie je opeens grote groepen sijsjes.

Er is alle reden om in de herfstvakantie te gaan vogels kijken. Het is één van de meest interessante perioden in het vogeljaar. Trek je warme kleren aan en ga erop uit!

Trekvogels herkennen

Vind je het lastig om in een flits een vliegende vogel te herkennen tijdens de trekperiode, dan zijn de volgende gidsen handige hulpmiddelen voor je. De Veldgids Vogeltrek van Dick de Vos helpt je vooral om trekvogels te herkennen aan hun roep. Want veel vogels hanteren tijdens hun trek speciale geluiden.

Dit weekend zat ik in een duin en volgde ik de vogeltrek. Duizenden zangvogels kwamen overvliegen, maar hoe ik ook mijn best deed, ze te herkennen in de vlucht was bar lastig, zo niet soms onmogelijk. Hoe herken je vliegende zangvogels? De gloednieuwe vogelgids Handboek vogels in vlucht van Tomasz Cofta beschrijft 237 Europese zangvogels en ‘bijna-zangvogels’. Deze gids is echt een heel goede hulp bij het determineren van zangvogels op weg naar hun overwinteringsgebieden!

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!