Vogels en vlinders kijken in het Pitztal in Oostenrijk

Verstopt tussen het Kaunertal en het Ötztal ligt in Oostenrijk het Pitztal. Dit smalle dal geniet iets minder bekendheid en dat is jammer, want de natuur is er bijzonder fraai. Zo ligt het natuurpark Kaunergrat voor een deel in het Pitztal, één van de mooiste natuurparken in Oostenrijk. En wie een hippe plek zoekt, die maakt zich op voor een bezoek aan Café 3.440. Dit is het hoogstgelegen café in Oostenrijk. Het biedt een schitterend uitzicht over de omliggende bergen, waaronder de Wildspitze, de één na hoogste berg van Oostenrijk. Ondertussen wemelt het in het Pitztal van de bijzondere vlinders en het spreekt vanzelf dat je er ook de typische bergvogels kunt zien. In dit artikel geef ik een overzicht van de bijzondere vogel- en vlinderplekken die ik er heb ontdekt. Mijn tocht begint aan het einde van het dal bij het gehucht Mandarfen en volgt de weg terug tot bij het stadje Imst aan het begin.

de beste vlindergidsen van dit moment

Mittagskogel
De laatste tunnel in het Pitztal is tevens de mooiste. Kom je de tunnelbuis uit dan ontvouwt zich een weids panorama op de bergen voor je. Drieduizend meter of hoger zijn ze. Ik geef nog wat extra gas, niet te veel, want er staan een paar camera’s langs de weg, en rij in de richting van het gehucht Mandarfen. De eerste kabelbaan laten we letterlijk rechts liggen, ons doel is de Gletscherexpress die ons naar het Mittelstation zal brengen. Een oude metro waarvan de schacht schuin door de berg is geboord. Hoewel het een zomerse dag is, voel je de winterse kou al beneden in de vertrekhal. De deuren van de express sluiten en we worden naar de hoogste gletscher van Tirol gebracht. Voordat ik vlinders ga filmen gaan we eerst nog verder. De Wildspitzebahn voert ons immers nóg hoger, naar het hoogste punt zelfs. De folders beloven ons een adembenemend uitzicht over de omliggende bergen en die belofte wordt helemaal waargemaakt. Wat een bergspektakel! Verwacht in deze nivale zone niet overdreven veel dieren. Zelfs op zonovergoten dagen als deze blijft de temperatuur laag. Onder deze arctische omstandigheden overleeft alleen de sterkste. Een enkele plant, een enkele vogel en warempel, zelfs een paar vlinders houden taai stand. Kale rotsen, hier en daar een flink plakkaat sneeuw en daar beneden: de imposante gletscher. Op de top, naast het vermaarde Café 3.440 landt een bergresedawitje. Een kleine vos scheert over de top verder naar beneden. Een paar foto’s, een filmopname en dan: naar beneden. De kinderen vermaken zich in de sneeuw en bouwen gelukstorens van losliggende stenen. Tijd genoeg om eens een paar vlinders en hopelijk ook een paar vogels te spotten.




Dat van die vogels valt nog niet mee. Wie in de zomer in de bergen is geweest, weet dat je wat moeite moet doen om op deze hoogte vogels te zien. De afstanden lijken klein, maar zijn in werkelijkheid imposant. In de verte hoor ik een waterpieper. Twee sneeuwvinken vliegen op en verdwijnen achter de Mittagskogel. Een raaf vliegt over en even later ook een stel alpenkauwtjes. Trouwens: vanuit de kabelbaan zag ik een flits van een rotskruiper. Die fraaie vogel is er dus wel! Vlinders zijn er gelukkig ook, maar daar moet ik zo nodig nog meer moeite voor doen. De zon schijnt fel en de meeste dagvlinders scheren in een rotvaart voorbij. Kleine vos en bergresedawitje flitsen voorbij, te snel om mijn camera te richten. Ik klauter voorzichtig op de rots waarachter de kinderen aan het spelen zijn. In mijn ooghoeken zie ik een plukje geel. Een soort paardenbloem houdt moedig stand en lonkt met het felle geel naar insecten. En laat ik nu precies op het goede moment mijn ogen op het plukje geel laten vallen! Een donkere vlinder zoekt naar nectar en blijft zowaar zitten. Een witbonte parelmoervlinder! Niet eerder gezien en dus een voltreffer. Ondanks dat ik als een dronken berggeit sta te filmen, is de opname niet gek. Even later tankt ook een bergresedawitje op het plukje geel bij. Mijn dag kan niet meer stuk. De Mittagskogel en de Wildspitze staat in mijn geheugen gegrift. We nemen ons voor om later in onze vakantie de apfelstrudel in Café 3.440 te gaan beproeven. Wat de reacties zijn van het smaakpanel lees je verderop in dit artikel.

Rifflsee
Hoog boven het gehucht Mandarfen ligt een schone parel: de Rifflsee. Volgens de brochure een van de mooiste bergmeren in het dal. De kabelbaan brengt ons in een kwartiertje boven. De wind is guur, had ik mijn jas maar aangedaan. Daarvoor is het te laat, we besluiten om de pas erin te zetten. Het rondje om het meer is inderdaad niet al te moeilijk. De kinderen kijken vooral uit naar het plakkaat sneeuw aan de overkant. Ik speur ondertussen naar vlinders die ook hier opvallend snel weg vliegen. Kleine vos, bergerebia en zowaar een geelsprietdikkopje kom ik tegen. Ik passeer mijn kinderen die in het plakkaat sneeuw blijven spelen. Meer dan een klein koolwitje op de rozen weet ik echter niet te scoren. Was ik maar bij de rest blijven hangen! Mijn dochter, gewapend met een fotocamera, komt me opgetogen een foto van een parelmoervlinder laten zien. Een herdersparelmoervlinder, blijkt bij raadplegen van de vlindergids. Ook hier is de vogeldichtheid niet groot. Op de hellingen hier en daar waterpiepers. Citroensijsjes vliegen over. Wel een paartje barmsijzen die zich van redelijk dichtbij laten filmen.

Een paar dagen later zijn we terug bij de Rifflsee. Nu wandelen we niet langs het bergmeer, maar direct rechtsaf naar beneden. Op naar het gehucht Mandarfen waar ons een apfelstrudel wacht in Restaurant Am Platzl. Maar eerst het onverharde en rotsige pad zien te overleven! In het begin blijft de vegetatie laag. Veel bloemen en natuurlijk de fraaie alpenrozen. Kleine parelmoervlinders scheren laag over, maar blijven helaas niet zitten. Ik vermoed dat het alpenparelmoervlinders zijn, maar kan dit niet met zekerheid vaststellen. Ook nu hoor ik waterpiepers op de helling. Bergerebia’s vliegen vrij massaal rond. En daar landt een stel blauwtjes op het pad: veenbesparelmoervlinder. Dat vind ik een mooie waarneming, voor het eerst dat ik deze soort zie. Eenmaal in het bos zien en horen we de eerste vogels. Goudvink, kruisbek, boomkruiper, glanskop en kuifmees laten zich horen en zien. Een stel jonge goudhaantjes zoekt hoog in een spar naar voedsel, een notenkraker vliegt over. Het echte ‘vuurwerk’ komt helemaal onderin. Een koninginnepage vliegt langs de helling, zo het bos weer in. Vlak voordat we bij het riviertje aankomen, schiet een kleine parelmoervlinder over de gele bloemen. Hij strijkt er zelfs op neer en dat is bijzonder, want de meeste parelmoervlinders die ik tot nu toe zag, hadden het vooral op paarse bloemen voorzien. Ik richt mijn camera zonder goed te kunnen zien welke soort het is. Pas in ons vakantiehuisje stijgt gejuich op: een zilvervlek!

Onderweg naar beneden filmde ik nog een aantal andere blauwtjes. Met mijn dochter bladerde ik door wel drie vlindergidsen, maar kunnen ze niet op naam brengen. Dan brengen de sociale media uitkomst. Ik plaats de afbeelding op Facebook en de reacties stromen binnen. Kroonkruidblauwtje, heideblauwtje en bruine vuurvlinder ondersoort subalpines blijken langs het pad te hebben gezeten. Ik ben weer in de gloria, want ik heb ze ook nog eens prachtig kunnen filmen! De apfelstrudel met een glas johannesberensaft bij Restaurant Am Platzl na afloop smaakt opperbest.

Herdersparelmoervlinder (Boloria pales)

Herdersparelmoervlinder (Boloria pales)

 

Mandarfen
Het gehucht Mandarfen ontpopt zich tot een waar vlinderoord. Nu we er toch zijn kijk ik op mijn gemak wat in het rond. En zo ontdek ik achter Hotel Wildspitze (het laatste hotel in de rij met tennisbaan en speeltuin) een razend interessante helling. Ik heb de zilvervlek ‘al op zak’, maar nu voeg ik een andere zo vurig gewenste soort toe aan mijn lijst: de zilveren maan. Wat een beauty! Ik zal de zilveren maan later ook op andere locaties in het Pitztal tegenkomen. Maar die helling achter dat hotel levert nog meer moois op. Wat denk je van de rode vuurvlinder, het alpenhooibeestje, oranjetipje, geelsprietdikkopje, alpenspiegelkopje en ook hier de bruine vuurvlinder ondersoort subalpinus? Dat zijn toch mooie soorten om op een middagje te zien en te filmen?

De oevers langs de rivier leveren niet meer op dan een alpenspiegeldikkopje en zowaar nog een primeur: het alpenblauwtje. Wel een oud exemplaar, de kenmerkende witte vlekken op de ondervleugels zijn al aardig vervaagd. Maar dat mag de pret niet drukken. Langs de oefenweide voor beginnende skiërs wandel ik terug naar de rest van de familie. Ik neem de ruige hoekjes achter het speeltuintje ook mee. Niet zonder resultaat: de rode vuurvlinders zitten de bruine vuurvlinders fel achterna.

Alpenhooibeestje (Coenonympha gardetta)

Alpenhooibeestje (Coenonympha gardetta)

Stillebach
Het is zomers warm en een aantal gezinsleden heeft behoefte aan een verfrissend bad. Op naar Stillebach, bekend vanwege de waterval die ‘s avonds wordt verlicht. Er zullen ongetwijfeld veel nachtvlinders op de felle lampen afkomen, maar op het bankje bij de waterval prijkt een herinneringsbericht. Zou de meneer op de foto naar beneden zijn gestort tijdens het beklimmen van de waterval? In de winter wordt de bevroren waterval namelijk fanatiek beklommen. Het is nu zomer en het water klatert naar beneden. Onderaan de waterval bevindt zich een zwemmeertje met daarbij de Kneippanlage. Een verkoelend oord waar de baden je uitnodigen voor een verfrissend voetenbad. Dat ijskoude water laat ik als vlinderliefhebber links liggen. Ik klim naar de waterval, maar kom niet veel verder dan de helling eronder. Een aantal zilveren manen scheert voortdurend laag over de bloemen om af en toe op neer te strijken. Paarse parelmoervlinders voeren hetzelfde kunstje uit. Twee zwartsprietdikkopjes vinden elkaar en hangen stil aan een grasstengel. Ik wandel iets verder naar boven. Een wolk voor de zon werpt een koude schaduw op de helling en een kleine parelmoervlinder verstijft op een bloem. Ik kan hem minutenlang filmen en meen dat ik een steppeparelmoervlinder in beeld heb. Maar dan gooit internet roet in het eten. Het zou ook een bosparelmoervlinder kunnen zijn. En waarom geen alpenparelmoervlinder? Ik zal de foto’s nog op Facebook plaatsen om de vlinders te laten determineren. Ook de dagen erna doen we Stillebach een aantal keer aan. Het alpenhooibeestje schrijven we bij, evenals de grote parelmoervlinder, de rode vuurvlinder, morgenrood, bergerebia en een onzekere waarneming van titania’s parelmoervlinder. Vogels zag ik er ook. Goudvinken hadden een nest in de sparren naast het wandelpad. Hoog in de lucht cirkelde een wespendief met zijn jong. En ook hier jonge goudhaantjes op zoek naar voedsel. Trouwens, heb ik de rotsvlinder, de distelvlinder, de kleine vos en de dagpauwoog al genoemd? Je zou deze ‘gewonere’ soorten bijna vergeten.

Paarse parelmoervlinder (Boloria dia)

Paarse parelmoervlinder (Boloria dia)

Zomaar een weide
Zaterdag vanaf 15.00 uur konden we in ons huisje, maar die zaterdag stond te boek als een ‘zwarte’. Wat te doen om urenlang fileleed te voorkomen? Er zat niets anders op dan om ‘s avonds te gaan rijden, rond acht uur. Nu ben ik iemand die liefst veel slaapt en dus zag ik wat op tegen de reis. Maar eenmaal de cruise control aan verloopt de reis als een gesmeerde trein. Om 5.00 uur zijn we in het Pitztal. We hebben zomaar een extra vakantiedag weten te scoren, maar eerst een dutje doen. Ik zoek een verlaten weiland op in de buurt van Wenns, het dorp waar we verblijven en slaap tot een uur of acht. De ochtendkoelte maakt me wakker en ik maak een korte wandeling. Notenkraker hoor ik. Twee geelgorzen roepen naar elkaar, zachtjes en niet al te fanatiek, de broedperiode is immers voorbij. Drie groene spechten landen in de grote spar midden in het weiland. Een grote bonte specht roept vanuit het bos. Op het asfalt duikt opeens een grote gele kwikstaart op en een torenvalk scheert langs de bomen, een rode wouw zweefde voorbij. En dan natuurlijk die altijd aanwezige zwarte roodstaart. Hij heeft voedsel in zijn snavel, een verlaat nestje dus. In de buurt van ons vakantiehuisje zie ik een grauwe klauwier op een telefoonlijn. Hij duikt in het gras en vliegt met een groot insect terug naar de lijn om zijn jong te voeren.

De zon komt te voorschijn en werpt zijn licht over de weide. Sint-jansvlinders zitten vastgeplakt op de distels. Fotogenieke vlinders. Een koevinkje warmt zich op in het licht. Een heideblauwtje kruipt omhoog. Mooi om te zien hoe de vlinders zich opwarmen in het zonlicht. Hoe warmer ze worden, hoe hoger ze in de bloem klimmen. Eenmaal bovenop de plant weet je dat je nog maar weinig tijd meer hebt. Weldra vliegt hij weg. En dan, opeens, roept mijn dochter: ‘Papa, een heel bijzondere vlinder, die hebben we nog niet eerder gezien!’ Ik ren naar haar toe en zie het direct: een groot geaderd witje. Wat een schitterende vlinder! Door zijn eenvoud misschien nog wel voornamer dan een koninginnepage. De eerste dag is een toegift. Nou, de vakantie is goed begonnen!

Groot geaderd witje (Aporia crataegi)

Groot geaderd witje (Aporia crataegi)

Zirbenpark
Wij verblijven in Wenns en kijken dus uit op de berghelling in het zuiden. Daar ligt de Hochzeiger met op de bergflank het Zirbenpark. Voor kinderen een leuke attractie en voor mij een kans om een nieuw deel van het Pitztal te ontdekken. De Hochzeiger Bergbahn brengt ons veilig naar het Mittelstation en dan blijkt dat Radio Tirol een of andere toogdag heeft georganiseerd. Wat een drukte! De kinderen vliegen uit naar de speeltoestellen en dochterlief en ik zoeken naar vlinders. Trouwens, onderweg poseerde een notenkraker op de alpenweide onder ons. Nog nooit zag ik een notenkraker zo goed van zo dichtbij. En voor de ingang van de kabelbaan kwam een vurige wens in vervulling: het filmen van de rotszwaluw. Er zaten drie jongen op een balk en die werden regelmatig gevoerd. Rotszwaluwen zie je overal vliegen in het Pitztal, evenals de huiszwaluw. Een blauwtje vliegt op uit het gras, een icarusblauwtje. Even later schiet een parelmoervlinder voorbij. Het kan niet op: ook hier blijkt het te wemelen van de zilveren manen. Een veengeeltje laat zich filmen, en weer die steppeparelmoervlinder annex bosparelmoervlinder annex alpenparelmoervlinder. Verder blijkt de omgeving rond de kabelbanen vooral te bestaan uit pistes. De natuurwaarden zijn niet zo heel hoog, maar eerlijk gezegd krijg ik de kans niet om dat goed vast te stellen. Vanuit het westen komen inktzwarte wolken aandrijven en we besluiten zo snel mogelijk naar beneden te gaan. Een goed besluit, want we zitten nog niet in de cabine of het noodweer breekt uit.

Grote parelmoervlinder (Argynnis aglaja)

Grote parelmoervlinder (Argynnis aglaja)

Arzl
In het dorp Artzl groeide de wereldberoemde bergbeklimmer Luis Trenker op. Reden genoeg om een rotsspleet naar hem te noemen. Je wandelt langs steile rotswanden, de rivier de Pitze en natuurlijk langs weelderige bloemenweiden. Eén van die weiden ligt onder het dorp. We starten onze wandeling achter de supermarkt, door het bos steil naar beneden. Bij het riviertje ligt een bloemrijk weiland waar we meteen allerlei soorten vlinders zien fladderen. Icarusblauwtje, boomblauwtje, bruin blauwtje, kleine vuurvlinder, grote parelmoervlinder, duinparelmoervlinder, koevinkje, rode vuurvlinder, groot dikkopje, zwartsprietdikkopje, bruine vuurvlinder, landkaartje en boserebia laten zich filmen. Een waarschuwing is op zijn plaats: degene die deze weide betreedt is of krankzinnig of dapper. In het gras wachten steekvliegen hun ene kans af. Alles wat bloot is moet het ontgelden. Een week na dato voel ik de steken nog.

Groot dikkopje (Ochlodes sylvanus)

Groot dikkopje (Ochlodes sylvanus)

Hoch-Imst
De berghellingen van Hoch-Imst zijn ook al ingericht voor de massa. De pistes worden regelmatig gemaaid. Op een enkele erebia na, zie ik hier geen vlinders. Ondertussen lonkt de Alpine Coaster naar ons, de langste alpenachtbaan in Oostenrijk. Mijn kinderen willen graag en ook ik wil de snelheid wel eens ervaren. Dat lukt, en we besluiten in de loop van de vakantie nog twee maal te gaan. Wil je je geluk ook eens proberen op de Alpine Coaster dan hier een paar tips. Je hebt mensen die willen snel en je hebt ook er die niet snel durven. Dat gaat niet samen en dat hebben we ervaren. Ben je op volle snelheid, moet je afremmen omdat je voorganger de rem voortdurend aantrekt. Hiervoor zijn twee oplossingen. De eerste is: zorg dat je als een van de eersten op de baan bent. En dat betekend ‘s ochtends vroeg. Vanaf de tweede helft van de morgen groeit de rij liefhebbers snel en is de kans groot dat je een langzame deelnemer voor je hebt. We hebben zelfs een aantal keer stil gestaan op de baan! De tweede oplossing is een onorthodoxe. Geef zodra het groene licht gaat branden niet meteen vol gas, maar knijp integendeel in de rem. Pas zodra je de bocht om bent, gaat de groene lamp voor de volgende kandidaat branden. Boek ‘tijdwinst’ door ontzettend langzaam naar de eerste bocht toe te kruipen. Je langzame voorganger glijdt ondertussen naar beneden waardoor de afstand met jou groter wordt. Eenmaal voorbij de bocht geef je vol gas en zoef je naar beneden. Dat voorkomt helaas niet alle ellende, want echt slome slakken haal je ook dan nog in zonder ze in te kunnen halen.

Veel waarnemingen hebben we niet kunnen doen in Hoch-Imst. Wel zijn we naar de top gewandeld en dat is toch wel mooi. Bij het kruis sta je zomaar plotseling boven een ravijn. Hier zag ik een raaf die heerlijk stond te bassen. Een klein koolwitje landde in de brandnetels. Bergerebia’s vlogen langs de helling. Mijn dochter wist nog wel een zilveren maan te fotograferen. Het mooiste kwam helemaal onderaan, in Hoch-Imst, in de meest onnatuurlijke omgeving die je je maar kunt voorstellen. Ik liep langs de speeltoestellen en het terras toen mijn oog een grote vlinder ‘ving’. Hij zweefde op elegante wijze langs al dat menselijke vertier. Hij dwarrelde naar beneden en aangetrokken door de penetrante diesellucht landde hij op een van de quads die er stonden opgesteld. Een kleine ijsvogelvlinder, ook al de eerste in mijn leven! Hij liep even kort over de benzinetank en vervolgde toen zijn tocht door de lucht.

Piller-Moore
Wij verblijven in het dorp Wenns en boven dit dorp ligt het gehucht Piller. Op de bergflanken vormde zich tijdens de laatste ijstijd een uniek hoogveengebied. Hier zie je geheid de steppeparelmoervlinder. Ook de alpenparelmoervlinder zie je hier. Ik viel met mijn neus in de boter: een parend stel liet zich minutenlang filmen. Het groot geaderd witje vliegt er rond, samen met de braamparelmoervlinder en rode vuurvlinder. Eén plant roept associaties op met de Alblasserwaard: veenpluis. Bij ons in Nederland groeit het zes meter onder de zeespiegel, hier wandel ik op 1.600 meter hoogte.

Recensies van insectenboeken

Praktische informatie

Het Pitztal is een ideale uitvalsbasis naar het naastgelegen Kaunertal en Ötztal, ook twee schitterende natuurregio’s in Oostenrijk. Het dorp Wenns bleek voor ons een ideale locatie met zijn ligging aan het begin van het dal. Via de bergkam ben je snel in het Kaunertal. Wil je het hoge brandstofverbruik op de steile weggetjes vermijden, dan is de snelweg via Imst even snel.

Ideaal voor bergwandelaars: de Gletscherpark Card. Gedurende een aantal dagen kun je onbeperkt gebruik maken van de kabelbanen in het Pitztal en Kaunertal. Je kunt kaarten kopen met een duur van 3, 5 en 10 dagen. Kijk goed naar de weersverwachtingen. Het zou jammer zijn wanneer je de kaart koopt met een aantal regendagen in het vooruitzicht.

En dan: de lekkerste apfelstrudel, waar eet je die? Het is ons helaas niet gelukt om tijdens onze vakantie alle locaties af te gaan waar apfelstrudel geserveerd wordt. Maar toch. De lekkerste apfelstrudel aten wij op de Untermarkter Alm bij de Alpine Coaster. Een lauwwarme strudel met lekker veel vanillesaus. Met zo’n strudel in de maag zoef je heerlijk naar beneden. Een zeer goede tweede was de strudel in Restaurant Am Platzl in Mandarfen. Een gezellig terras, maar helaas wel slechts een afgemeten portie vanillesaus. We bezochten ook Gletscher-Restaurant Weißsee in het Kaunertal. Hier een enorme strudel in een soep van vanillesaus. De strudel was helaas een beetje zompig, maar wel lekker. Ronduit slecht was de apfelstrudel in Restaurant Sattelklause. In dit verlopen restaurant was de bediening niet al te vriendelijk. De apfelstrudel was oudbakken. De scheut vanillesaus kon de slechte kwaliteit niet compenseren. Tja, dan blijft het hippe Café 3.440 over. De verwachtingen waren hooggespannen, want de prijzen logen er niet om. Maar helaas, het werd een afknapper. De strudel was koud en duidelijk oudbakken. Niet één dag, maar meerdere dagen, riep een kenner die ooit in een supermarkt gebak verkocht. Ook hier kon de vanillesaus de erbarmelijke kwaliteit niet verbloemen. Ondertussen blijft een bezoek aan Café 3.440 een ervaring op zich.

Praktische hulpmiddelen voor bergwandelaars

#1. Handige wandelkaart

In het Kaunertal zijn op alle niveau’s schitterende wandelingen uitgezet. Je wandelt door de bossen, over alpenweiden, langs bergmeertjes en over de gletscher. Voor de echte bergwandelaar is een goede wandelkaart onmisbaar. Dit is er zo één. Hij bevat wandelroutes in het Kaunertal, Pitztal en Ötztal.

wandelingen kaunertal

Koop dit boek

#2. Vijftig wandeltochten

Dit boek beschrijft maar liefst vijftig wandeltochten door het Ötztal en het Pitztal. Een onmisbare hulp voor de fervente bergwandelaar.

wandelkaarten pitztal

Koop dit boek

de beste vlindergidsen van dit moment

7 thoughts on “Vogels en vlinders kijken in het Pitztal in Oostenrijk

Comments are closed.