Vogels en vlinders kijken in de Cévennen

Deze zomer brachten we een weekje door in het dorp Les Vignes (Nederlandse vertaling: wijngaarden). Het was hartje zomer, de tweede week van augustus. Vanwege de zomerhitte was zo ongeveer alle lage vegetatie verdroogd. Ik had als doel om er dagvlinders en vogels te gaan kijken, met de nadruk op dagvlinders. Hartje zomer is het met de zangvogels vaak erg moeizaam. Ze houden zich stil, je ziet ze nauwelijks. Maar toch heb ik nog een aantal mooie waarnemingen gedaan. In dit artikel beschrijf ik een weekje vogels en vlinders kijken in de Cévennen. Ik doe dat in de vorm van een dagboek, oftewel: van dag tot dag beschrijf ik mijn avonturen.

Dag 1: Aankomst in de Cévennen

Laat in de middag arriveren we op de camping van Huttopia. We betreden de veranda van onze ingerichte tent, maar ik stap er ook weer meteen van af. Want op de weinige bloempjes op de droge grasmat zie ik dagvlinders die ik nooit eerder zag: bleek hooibeestjes. En een blauwtje bovendien. Later blijkt dat een adonisblauwtje te zijn. Een half uur later schuim ik door de bossen langs de camping. Blauwe ijsvogelvlinder, grote boswachter, blauwoogvlinder, Sint-Jansvlinder, icarusblauwtje en een luzernevlinder (Zuidelijk, oranje of geel, dat kon ik niet opmaken). Een keizersmantel scheerde voorbij. En dat is het voor die middag.

Tijdens het avondeten cirkelt een tiental vale gieren over. En in de schemering luister ik naar de nachtzwaluw. De eerste dag.

Dag 2: De rivier

Ik word gewekt door groene spechten. Dan naar de supermarkt in een dorp op de causse. Een groep van tientallen zwarte wouwen zoekt naar een thermiek.

De rivier de Tarn is ook een hotspot voor vlinderaars. Je moet wel een beetje je best doen, want de vlinders zitten immers op de oever vlak langs het stromende water. Ze zoeken er naar mineralen. Ik zie veel dikkopjes, allemaal rood spikkeldikkopje. Ik zie de blauwoogvlinder, het boomblauwtje, adonisblauwtje, het boswitje. Bleek blauwtjes fladderen in het rond. Op een van de bomen langs de rivier strijkt een witbandzandoog neer. Natuurlijk scheren er de nodige grote boswachters rond. Een blauwe ijsvogelvlinder strijkt naast me neer in het zand, maar ik zit net roerloos het boswitje te filmen. Op de braambloesem de nodige koolwitjes, welke soorten het precies zijn, weet ik niet. Ik was nog te veel bezig met de adonisblauwtjes die er massaal rond vliegen. Hé, en nog een dambordje. Veel gezien in de Alpen, maar slechts twee maal in de Cévennen.

Tijdens het avondeten cirkelt een tiental vale gieren over. En in de schemering luister ik naar de nachtzwaluw en de bosuil. De tweede dag.

Dag 3: Causse Méjean

Ooit zocht ik hier naar de ortolaan, de griel en blauwe rotslijster. De eerste twee heb ik er gezien, de derde niet. Het moet achttien jaar geleden zijn, eind mei of begin juni. En nu ben ik weer terug.

Causse Méjean is een uitgestrekte hoogvlakte, een soort steppegebied. In mijn beleving is het areaal naaldbos flink gegroeid, maar ik kan me vergissen. We komen nu vanuit een andere richting de causse op en misschien stond daar achttien jaar geleden ook al zoveel bos.

We zoeken naar het gebied waar we ortolaan en griel zagen. We herkennen niets meer, uitgezonderd de naambordjes. Dan een groep vale gieren die boven een akker cirkelt. We zijn te laat om ze goed te kunnen filmen. Maar de omweg die we maken brengt ons in het gebied van ortolaan en griel. Een verrassing.

We gaan wandelen. Een familie grauwe klauwieren jaagt in de struiken. Verder geen vogels. Wel dagvlinders. De oranje steppevlinder. Kommavlinder. Dambordje. Het westelijk vachtblauwtje, een soort waar ik stiekem op had gehoopt. Het is de enige keer die week dat ik hem zag. Weer veel bleek blauwtjes. Wellicht zelfs een Provencaals bleek blauwtje. Keizersmantel. Spaanse vlag. Dagpauwoog. Grote boswachter. Boomblauwtje. Blauwoogvlinder.

Tijdens het avondeten cirkelt een tiental vale gieren over. We maken een korte avondwandeling op Causse de Sauveterre. We zoeken naar het Point sublime. Inderdaad een fraai uitzicht over de Gorges du Tarn. Een slechtvalk vliegt over en stort in het ravijn. Provencaalse grasmussen in het struweel. In de schemering luister ik naar jonge uilen in de rotsen. Zijn het oehoe’s? De nachtzwaluw laat zich horen. En in de schemering rijden we terug naar de camping en meen ik een nachtzwaluw te zien. De derde dag.

Dag 4: Wandelen op Causse de Sauveterre

Weer word ik gewekt door groene spechten. Tijdens het ontbijt een glanskop, maar mijn camera is ver weg en mijn statief ligt in de auto.

Vanmorgen eerst een wandeling op Causse de Sauveterre. Hier veel akkerbouw, maar overal heggen langs de akkers. Waarom kan dat hier wel en in Nederland niet? Bonte vliegenvanger, grauwe vliegenvanger, gekraagde roodstaart, cirlgors, veldleeuwerik, goudhaantje, grasmus (of braamsluiper), raaf. Grote verrassing als we weer in de auto zitten: een jonge grauwe klauwier die zich uitgebreid laat filmen.

Later op de dag een kanotocht over de rivier. Waterspreeuw en grote gele kwikstaart.

Tijdens het avondeten cirkelt een tiental vale gieren over. En in de schemering luister ik naar de nachtzwaluw en de bosuil. De vierde dag.

Dag 5: Wandeling langs de rotsen

Een stuk van het lange-afstandspad loopt langs de rotsen, ik meen de GR6, maar ik kan me vergissen. Zwartkop, matkop en boomkruiper op weg naar de rotsen. Niet veel vlinders gefilmd. Grote boswachter. Koningspage. Keizersmantel. Boswitje.

Tijdens het avondeten cirkelt een tiental vale gieren over. En in de schemering luister ik naar de nachtzwaluw, maar voor het eerst deze vakantie hoor ik hem niet. De vijfde dag.

Dag 6: Niet veel bijzonders

De zesde dag heeft geen sporen achter gelaten. En dus: de zesde dag.

Dag 7: Bloemweide boven Les Vignes

We zoeken de bloemweide op die we op dag vijf passeerden. Adonisblauwtje, boomwitje, zomererebia, icarusblauwtje, bleek blauwtje, rood spikkeldikkopje, oranje steppevlinder, knoopkruidparelmoervlinder, blauwe ijsvogelvlinder. In de eerste tuin van het dorp een vlinderstruik voor keizersmantels. Boven ons een jonge vale gier in de rotsen. De oudervogels scheren laag over. Rotszwaluwen nestelen er ook. En alpengierzwaluw hoog in de lucht. Hinnikend.

Vandaag ook de tweede etappe van de kanotocht, nu door ruiger water. Soms uitdagend, maar het mocht nog wel iets wilder. Ik vermoed dat je hier in juli wildere tochten kunt maken. De ijsvogel scheert voorbij. Grote gele kwikstaart. Waterspreeuw. Een wolk alpengierzwaluw boven de rotsen. Weinig vlinders, hoewel, natuurlijk wel veel vlinders, maar niet kunnen vast leggen. In Le Rozier meren we aan. Warempel, een koningspage, een icarusblauwtje en zowaar het zuidelijk staartblauwtje! Die had ik nog niet. En ter afsluiting de blauwe ijsvogelvlinder.

Tijdens het avondeten cirkelt een tiental vale gieren over. En in de schemering luister ik opnieuw tevergeefs naar de nachtzwaluw. De zevende dag.

Dag 8: Vertrek

Inpakken en wegwezen. Maar niet voordat ik de blauwe ijsvogelvlinder op de handdoek en het badpak nog film.

Tijdens het avondeten om 22.00 uur in Villa Augustus, Dordrecht alleen maar mensenstemmen. We zijn weer in de Randstad. Veel mensen. Geen vale gieren. De achtste dag.

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)