Vogels en vlinders kijken bij Bourg-Saint-Maurice

De eerste week van onze zomervakantie 2021 brachten we door bij Hauteville-Lompnes in de Jura. De tweede week van onze zomervakantie brachten we door op de Huttopia-camping bij Bourg-Saint-Maurice, in de buurt van Albertville. Dit is het land van de hoge reuzen, het hooggebergte. Een paar bergen verderop torent de Mont Blanc boven alle andere toppen uit. Op een groot aantal plaatsen kun je de besneeuwde top van de hoogste berg van Europa zien. In dit artikel ontdek je op welke plaatsen ik vogels en vlinders heb gekeken in de buurt van Bourg-Saint-Maurice.

Vogels en vlinders kijken bij Bourg-Saint-Maurice

Allereerst moet worden gezegd dat het dal waarin Bourg-Saint-Maurice in ligt, geliefd is onder wielrenners, motorrijders en in de winter van wintersporters. Dit is echt een sportdal, concludeerde ik. Voortdurende knetteren de motoren en overal zwoegen wielrenners omhoog, of ze zoeven omlaag. Van hen heeft de rustzoeker natuurlijk geen enkele last. Van de knetterende motoren echter wel. Die herrie hoor je soms werkelijk tientallen minuten door het dal galmen. Het is dus echt zoeken naar natuurlijke plekjes, die er gelukkig wel zijn.

Arc 2000

De eerste locatie die ik noem is meteen een echte sportlocatie: Arc 2000. Dit bergdorp is in de winter overbevolkt door wintersporters. Het is één van die toch best sfeerloze wintersportdorpen in de Franse Alpen. Geef mij dan toch maar Oostenrijk. In de zomer wordt hier volop gewandeld. Ook zie je mensen met een mountainbike de berg op- en afgaan. Tegenwoordig ook elektrische mountainbikes waardoor je werkelijk overal wordt gepasseerd door tweewielers. Wij gingen met een lift omhoog en wandelden er een middag en eerste deel van de avond rond. Ik hoopte er dagvlinders te zien, maar dat viel helaas tegen. Meer dan een alpenhooibeestje, kleine vossen, atalanta’s en een onbekende parelmoervlinder kwam ik niet. Voor de vogels hoef je er in de zomer ook niet te zijn. Ik zag er wat raven. Een torenvalk vloog voorbij en dat was het wel. Ongetwijfeld speelde ook de tijd van het jaar een rol. Wij waren er de tweede week van augustus, best laat in de zomer. Een grote kudde koeien én schapen had de boel al helemaal kaalgegraasd. Wel leuk: de vele alpenmarmotten die zich van dichtbij laten zien en horen.

La Rozière

Het bergdorp La Rozière is zeer geliefd onder wielrenners. Volgens mij is de weg ernaartoe een Touretappe. Ook hier vind je dus veel skipistes, maar ook ongerepte wandelpaden. En dat betekent dat je er heerlijk dagvlinders kunt zien. Een smal bergpaadje een paar honderd meter onder het dorp warmt in de ochtenduren snel op in de zon. Dambordje, meerdere soorten parelmoervlinders, wat erebia’s (die ik heel lastig te determineren vind) spikkeldikkopjes en de rode vuurvlinder zag ik hier. Vogels zag ik er ook, tot mijn verrassing nog best veel ook. Grote lijster, kramsvogel, zwarte mees, kuifmees en grote bonte specht. Twee reetjes liepen over de bergweide onder ons.

Rij je door het dorp La Rozière, vervolg dan de weg naar de grens met Italië. Na een kilometer bevindt zich aan de rechterkant van de weg een kleine parkeerhaven, eigenlijk een soort verbreding van de weg. Hier parkeren en de weg oversteken. Hier begint een wandelpad langs een met bloemen bezaaide berghelling. En dat betekent: veel vlinders. Rode vuurvlinder, morgenrood, bergluzernevlinder, groot dikkopje, keizersmantel en nog twee soorten parelmoervlinders die ik niet op naam kan brengen. Hoogtepunt echter zijn de apollovlinders die hier op de distelbloemen afkomen en er minutenlang op zitten. Deze machtig mooie dagvlinder trekt zich niets van je aan. Ik heb dit pad over een paar honderd meter afgezocht naar vlinders. Vogels kwam ik er niet tegen, op de twee lammergieren na die boven me cirkelden.

Op de bergweiden voor de botanische tuin, een stuk verderop, heb ik nauwelijks vlinders zien vliegen. Een dikkopje dat me te snel af was en een erebia die ik niet op naam kan brengen. Meer niet.

Le Planay

Het meest natuurlijk en ongerept zijn de bossen en velden boven het bergdorp Le Planay. Dit gebied is echt een aanrader. Je kunt er urenlang wandelen door natuurlijk en ongerept terrein. Je passeert kleine bergweiden en langs de paden groeien veel bloemen. Hier zag ik dan ook de keizersmantel, veel dambordjes, morgenrood, rode vuurvlinder, niet te determineren parelmoervlinders, de apollo, wat erebia’s en een blauwtje, mogelijk een adonisblauwtje of een esparcetteblauwtje. Ik filmde alleen de bovenzijde en kan hem dus niet met zekerheid determineren. Het loont de moeite om af en toe paden te volgen die afwijken van de bordjes. Even eigenwijs het ‘onbekende’ pad volgen en je komt op de mooiste bergweiden. De eekhoorn sprong van boom naar boom. Groene specht, kuifmees, zwarte mees, koolmees, grote lijster, roodborst, matkop, goudhaan en buizerd lieten zich hier horen en zien. Wij hadden te weinig gelegenheid dit gebied goed te verkennen en dat schrijf ik met de nodige spijt in mijn typevingers.

De weg naar het Lac de Roselend

Een smal dal waarin een bergweg kronkelt. De weg, de D902, naar Lac de Roselend intrigeerde me. Het meer heb ik nooit bereikt, de berghellingen vlak na de eerste verzameling haarspeldbochten hielden me tegen. Hier klom ik de helling op, op zoek naar dagvlinders. En die zitten er genoeg. Dambordje, verschillende soorten erebia’s, parelmoervlinders en eindelijk ook de rotsvlinder. De bergweiden vlak onder en boven de boomgrens verdienen het om afgezocht te worden naar dagvlinders. Ook hier ben ik te weinig geweest, maar dit smalle dal heeft heel veel te bieden voor liefhebbers van dagvlinders.

De Huttopia-camping

Vanuit onze glampingtent was het ook heerlijk vogels kijken op de camping. Elke ochtend trok de grote vlier met rijpe bessen veel vogels aan. Zwartkoppen, een enkele tuinfluiter en natuurlijk merels. Een gekraagde roodstaart hield zich op rond de tent. Een roodborst had er zijn territorium. En voortdurend vlogen de Europese kanaries over. Een Vlaamse gaai inspecteerde de bomen. Een zwarte kraai de kampeerplekken die vrij vielen. In de bossen achter onze tent hoorde ik de groene specht, grote bonte specht, boomklever, boomkruiper, kuifmees en koolmees. Ik vermoed dat hier in het voorjaar veel meer te zien en te horen zal zijn, en dat geldt natuurlijk ook voor de bossen en bergweiden.

Conclusie

Eerlijk is eerlijk: dit dal is voor mij te veel een sportdal. Ik zal hier niet zomaar naar terugkeren in de zomer. Wie in de zomer dagvlinders wil kijken, kan beter de grens met Italië oversteken via La Rozière. Daar ligt het Aostadal, één van de beste regio’s in Europa om dagvlinders te kijken.

Op zoek naar een vakantiehuisje in Frankrijk?

Ben je op zoek naar een vakantiehuisje in Frankrijk? Gelegen op een unieke locatie, midden in de natuur? Of liever op een vakantiepark of een B&B? Kies hieronder je voorkeur.