Vijf manieren hoe de intensieve veeteelt zich kan verduurzamen

Dat veeteelt, en met name de intensieve veeteelt, per saldo een negatieve bijdrage levert aan de maatschappij, dat is intussen wel duidelijk. De omzetting van planten naar vlees is ontzettend inefficiënt, de intensieve productiemethoden vervuilen lucht, grond en water en veroorzaken een enorme CO2 uitstoot. Waar de veenbodem daalt, dreigt verzilting. En dan hebben we nog niet gesproken over de verwoesting waarvoor de sector verantwoordelijk is in verre streken waaronder het Amazonegebied. Hoog tijd dat de sector zich fundamenteel gaat vernieuwen. Hoe dat kan, dat las ik in het cahier Waterlandbouw onder eindredactie van Astrid Smit.

Vijf manieren hoe de intensieve veeteelt zich kan verduurzamen

Er is nog een reden waarom de intensieve veeteelt zich zou moeten verduurzamen: de massamarkt waarvoor men nu produceert. Elk bedrijfsmodel dat massaproductie als strategie heeft, doet dat tegen ontzettend lage marges. Men is afhankelijk van de grillen van de wereldmarkt. Het ene jaar kan het uit, het andere draait men verlies en zelden verdient men loon naar (veel en hard) werken. Beter is het om je als bedrijf te onderscheiden met een uniek product. Liefst ook een marktsegment waar nog niet veel concurrentie is. En allerliefst nog eens een marktsegment dat de toekomst heeft. Hoe kan de intensieve veeteelt zich verduurzamen?

  1. De teelt van lisdodden. Wilde sigaren, noemden wij deze moerasplant. Ik lees dat lisdodden eetbaar zijn. Sommige sterrenrestaurants zouden de lisdodden op het menu hebben staan. Je kunt er ook rieten daken mee bekleden, er papier van maken of isolatiemateriaal.
  2. Slootplanten telen. Planten als eendenkroos zijn ook al zulke wonderplanten. Ze zuiveren het water, kunnen worden ingezet als groenbemester, als veevoer of als een smoothie. Er kan ook bioplastic of biobrandstof van gemaakt worden. Kroos bevat ontzettend veel eiwit en kunnen zelfs soja vervangen. Daarnaast kan kroos hoge concentraties lood, nikkel en cadmium opnemen. Dan is het niet meer geschikt voor consumptie, maar deze metalen kunnen vervolgens weer worden teruggewonnen. Buitengewoon interessant dus voor circulaire landbouw.
  3. De teelt van veenmos. Turf, wie gebruikt het niet? Veel potgrond bevat turf, maar helaas wel turf waarvoor veengebieden worden verwoest. En veengebieden zijn bij uitstek rijk aan biodiversiteit en leggen ontzettend veel CO2 vast. Het zijn kwetsbare natuurgebieden die zich niet meer herstellen nadat ze zijn verwoest. Dan is de teelt van veenmos een veel beter alternatief. Veenmos kan worden gebruikt als potgrond. In 2050 moeten potgrondproducenten zelfs voor negentig procent gebruik maken van hernieuwbare grondstoffen zoals veenmos. Het kan niet snel genoeg! Waar veenmos groeit, daar herstelt de biodiversiteit zich, stopt de bodemdaling én wordt CO2 opgeslagen in plaats van uitgestoten.
  4. Planten letterlijk met de wortels in het water. Nu staan onze groenten en aardappelen met hun wortels in de grond. Je zou ze ook met de wortels in het water kunnen zetten. In een gesloten systeem. Deze vorm van drijvende teelt biedt bescherming tegen insecten, aaltjes en schimmels. Nadeel is dat niet alle gewassen geschikt zijn voor deze vorm van teelt. En eerlijk is eerlijk: waterteelt vindt plaats in kassen of gebouwen die op kassen lijken. Daarmee gaat ons landschap niet echt vooruit.
  5. Zilte teelt. Boeren waarvan de akkers grenzen aan een zoutwatergebied als Westerschelde, Oosterschelde of Waddenzee, zouden ervoor kunnen kiezen om aardappelen in te ruilen voor zeekraal, zeeaster en andere zoutwaterminnende groenten.

Voorwaarden voor de transitie naar natte teeld

Met natte teelt wordt hier en daar al proefgedraaid. Ook zijn sommige boeren al overgestapt op één van de modellen. Zo zijn er in Zeeland boeren die zijn overgestapt op zilte teelt. Maar de meeste van deze markten zijn nog in ontwikkeling. Het verdienmodel is nog niet sluitend. Boeren die ‘in transitie gaan’ zouden niet alleen voor hun oogst moeten worden beloond, maar ook voor hun bijdrage aan de verbetering van de waterkwaliteit en biodiversiteit.

Het cahier Waterlandbouw onder redactie van Astrid Smit laat zien dat allerlei partijen volop onderzoek doen naar de potentie van deze vormen van landbouw. Overigens ook naar de potentie van landbouw op zee, maar dat is een iets andere tak van sport. Wat zou het prettig zijn wanneer we in de discussies over de toekomst van het boerenbedrijf niet alleen maar zouden horen over bedrijfsbeëindiging (al dan niet gedwongen), maar dat de overheid en de samenleving boeren ook nieuwe perspectieven kunnen bieden waar brood in zit. Innovatieve bedrijfsmodellen waarmee Nederland het boerenbedrijf weer op de mondiale kaart kan zetten. Bedrijfsmodellen bovendien waar boer, burger, biodiversiteit en klimaat beter van worden.

Helaas is het cahier Waterlandbouw niet te bestellen bij reguliere webwinkels. Jammer dat het zo beperkt bestelbaar is. Je kunt het boekje wel bestellen via Biomaatschappij.nl.