drietenen kwade hoek

Verslag van een vogeltocht door de Kwade Hoek

Nadat ik had liggen blauwbekken op de Brouwersdam, bracht ik een bezoek aan de Kwade Hoek. Naar verluid waren er fraters, ijsgorzen, sneeuwgorzen en strandleeuweriken gezien. Bijzondere wintergasten die we wel eens wilden fotograferen en filmen. En zouden we deze soorten niet zien, dan zou de oorspronkelijke natuur mooi genoeg zijn.

De wandeling begon goed. Grote groepen kramsvogels vlogen voor ons uit. Vergezeld door groepjes vinken en groenlingen. In het struweel stikte het werkelijk van de roodborsten. En in het riet meldden zich de eerste gorzen, rietgorzen natuurlijk.

Op het wandelpad tussen de eerste twee duinrijen stuitten we op een jagende blauwe kiekendief. Verderop, nadat we de hoge duinen achter ons hadden gelaten vloog een stel wulpen op, en een tureluur. Opvallend waren de aardige groepjes veldleeuweriken die vanuit het niets omhoog schoten. Die zitten perfect gecamoufleerd tussen de uitgebloeide zeeplanten.

Van de gewenste wintergasten echter geen spoor. Ook niet nadat we een kilometer of wat richting het westen waren gewandeld. Langs de vloedlijn zagen we wel grote groepen aalscholvers, scholeksters en meeuwen. En zelfs een slechtvalk, altijd een spectaculaire waarneming. Deze hield zich op langs de vloedlijn. Onze beproefde methode om hem naar één van ons te jagen mislukte jammerlijk. Het idee is als volgt: de één blijft zitten en de ander loopt in een grote boog om de slechtvalk heen. Eenmaal voorbij de vogel loopt de ander steeds dichter naar de slechtvalk toe die dan twee opties heeft: op naar mij vliegen of naar de ander. Althans, dat is de theorie. De praktijk was dat de slechtvalk de richting van volle zee verkoos en daar stond niemand. 

Even later hadden we toch prijs. Een ijsgors vloog op en dook meteen weer neer. Wij in de sluiphouding, maar dichtbij de ijsgors gekomen vloog hij weer het luchtruim, en nu zo ongeveer richting de wolken. Twee veldleeuweriken kwamen voorbij vliegen en daar sloot onze ijsgors zich bij aan. Een groepje van vier ijsgorzen verdween vijf minuten later op dezelfde manier. Een grote zilverreiger vloog op en dat was het wel. Van een stel medevogelaars hoorden we dat die in het oostelijke deel van de Kwade Hoek sneeuwgorzen hadden gezien. Het is dus maar net waar je loopt. Of wanneer je ergens bent. Gisteren las ik dat in de spuisluis op de Brouwersdam krooneenden zijn gezien. En wel vrijdag, toen ik daar dus lag te blauwbekken! Een half uur langer daar gebleven en ik zou de krooneenden ook hebben gezien.

De drieteenstrandlopers heb ik nog niet genoemd. Die filmde ik halverwege de wandeling. Zoals je ziet is het vloed. Het water verovert langzaam maar zeker grote stukken van de Kwade Hoek:

Natuurboeken voor aan de kust: