Twee graspiepers bij de Mosselweg op Sint-Philipsland

Vorig week was het zonnig en nog niet heel koud. De vogels voelen dat ook aan en worden plots een stuk actiever. Zoals de graspiepers op Sint-Philipsland. Ik was al een groepje tegengekomen bij een of andere polderdijk. De graspiepers vlogen op en over de dijk, landden in een boom, op een paal, op prikkeldraad, midden op de weg en natuurlijk in het gras. Waar zou een graspiepers immers anders moeten landen?

Zeeland is een van de provincies waar je de graspieper in aardige aantallen tegenkomt, lees ik in het Handboek Vogels van Nederland en België. Het is een zangvogel die je vooral aan de kust en langs de grote rivieren ziet. Helaas lees ik ook iets anders: dat het aantal broedpaartjes elk jaar met ongeveer vijf procent afneemt. Intensivering van de landbouw en grootschalige inzet van pesticiden spelen hem parten. Koopt biologisch, denk ik dan.

Voor mij is de graspieper echter zo gewoon als een huismus. Zijn aanwezigheid is vanzelfsprekend, waarom zou je dus naar een graspieper kijken? Sommige mensen zijn zo verwend dat ze dit soort uitspraken durven te doen. Da’s niet best. Gelukkig zijn ook die mensen tot inkeer te krijgen. In mijn geval: geef hem een camera en zelfs een graspieper wordt een hoogst interessante zangvogel.

Overigens: weet je waar je een graspieper van een boompieper aan kunt onderscheiden? Een futiel detail waar je in de meeste gevallen een goede telescoop voor nodig hebt: de lengte van de teennagels. De teennagels van de graspieper zijn extreem lang. Die van de boompieper zijn een stuk korter.

Terug naar de vogelaars en zijn speeltje, de camera. Wat te denken van deze twee graspiepers die als Peppie en Kokki op een verkeersbord zitten. De Mosselweg op Sint-Philipsland zoals je ziet. Op de achtergrond zie je een windmolen die er de horizon verstiert. De graspiepers poetsen hun veren en krijgen het op het laatst met elkaar aan de stok. Slecht nieuws voor de filmer: ruziënde vogels vliegen in de regel weg en deze graspiepers vormen geen uitzondering.

Of de graspiepers na deze vorstperiode nog zo massaal op de Zeeuwse eilanden te bewonderen zijn weet ik niet. In elk geval zijn ze geen liefhebber van vorst. Ik lees in het al genoemde handboek dat ze heel gevoelig zijn voor strenge winters in de Zuid-Europese overwinteringsgebieden. Nu ja, dat zal dan ook wel gelden voor vorst in de Nederlandse overwinteringsgebieden. Hoeveel graspiepers leggen de komende week het loodje als de vorst gaat toenemen?

Voor nu geen zorgen en even kijken naar de graspiepers op het straatnaambord:

De beste verrekijkers om vogels te kijken (gerangschikt per prijsklasse):