Tips voor het zien van roofvogels

Roofvogels spreken menigeen tot de verbeelding. De gratie van een grauwe kiekendief, de snelheid van de slechtvalk, de woeste kracht van een havik en de enorme verschijning van de zeearend zijn imponerend. De meeste vogelaars hopen tijdens een vogeltocht een roofvogel van dichtbij te zien. Dat valt echter nog niet mee! Het gezichtsvermogen van roofvogels is op zijn minst even imponerend als hun specifieke kwaliteiten. Hoe verhoog je de kans om een roofvogel te zien?

Tips voor het zien van roofvogels

#1. Alles begint met herkenning.
Om een roofvogel te zien, moet je hem herkennen. Zorg er dus voor dat je over enige kennis van roofvogels beschikt. Er zijn genoeg boeken verschenen over roofvogels die je hierbij kunnen helpen. Ook voor hele specifieke zaken als bijvoorbeeld het herkennen van vliegbeelden. En om van vogels kijken geen theoretische kwestie te maken: ga veel het veld in. Elke keer dat je een roofvogel ziet, leer je weer iets.




#2. Ken het biotoop.
Vrijwel elke roofvogel bewoont een specifiek biotoop. Een bruine kiekendief nestelt in een rietkraag of -veld. Nergens anders. De visarend jaagt boven visrijk water. En de slechtvalk nestelt hoog boven de aarde, in een hoogspanningsmast of tegen de gevel van een flatgebouw. En de sperwer en havik broeden in bosjes en bossen. En ga zo maar door. Wil je een specifieke soort zien, bezoek dan het biotoop waar hij thuis hoort. Een bruine kiekendief zoek je dus niet in het bos, maar wel in een moerasgebied als de Oostvaardersplassen of de Biesbosch. En de zeearend zoek je in robuuste natuurgebieden als het Lauwersmeer en Krammerse Slikken. Dan meteen ook maar een ter zijde: een paar jaar geleden kwam ik een zeearend tegen boven de Meern, een stadswijk van Utrecht. Verrassingen zijn dus niet uitgesloten. In het boek Roofvogels en uilen van Noordwest-Europa vind je achterin per soort het biotoop waar je de meeste kans hebt om de roofvogel (en uil) te zien.

#3. Zoek op waarneming.nl.
Wist je dat je op waarneming.nl ook op soortnaam kunt zoeken? Ga naar waarneming.nl, voer rechtsboven de soortnaam in en klik vervolgens in het zoekresultaat op de soortnaam. Ga weer naar rechtsboven en klik op Waarnemingen. Voilá: alle waarnemingen van deze soort in Nederland. Voor Belgïe doe je hetzelfde, maar ga je naar waarnemingen.be.

#4. De tijd van het jaar.
Sommige roofvogels broeden alleen in Nederland. In de loop van de zomer trekken ze naar het zuiden. De bruine kiekendief en de grauwe kiekendief bijvoorbeeld. Andere roofvogels trekken vrijwel uitsluitend door. Denk aan de visarend (hoewel dit jaar twee paartjes in de Biesbosch hebben gebroed). Ook voor de visarend geldt dat hij in het najaar wegtrekt naar het zuiden. De visarend hoef je dus echt niet in januari te gaan zoeken.

De trekperiode, en met name de najaarstrek, is trouwens een heel interessante periode om roofvogels te kijken. Roofvogels uit noordelijke gebieden trekken massaal door. Jagers als sperwer en smelleken vliegen met de zangvogels mee op. Ga in september en oktober beslist erop uit om roofvogels te zien. Op een hotspot in het buitenland, maar ook in Nederland heb je een aantal erkende locaties waar je roofvogels kunt zien langs trekken.

#5. Camouflage
Vermoedelijk hebben roofvogels van alle vogels wel het beste gezichtsvermogen. Ze zien jou dus eerder dan jij hen. Of misschien toch niet. Jij kunt je camoufleren. Trek groene kleren aan. Of ga in een camouflagetentje of onder een camouflagedoek zitten of zoek een goede vogelkijkhut op. Hoe dan ook, beweeg heel omzichtig, zelfs in tent of hut. Roofvogels zijn gespitst op beweging. Hoe minder je beweegt, hoe beter het is. En specifiek voor de vogelkijkhut: zorg ervoor dat je silhouet onzichtbaar is. Sluit daarom de kijkgaten achter je altijd af.

#6. De aanhouder wint.
Roofvogels kijken is vaak een kwestie van veel tijd investeren en misschien ook veel kilometers maken. Hou voor ogen dat je inspanningen vroeg of laat worden beloond. Opeens zit er een sperwer met een spreeuw in zijn klauwen voor je op het pad. Blijft de buizerd eens een keer wel zitten. En zie je een slechtvalk achter een duif aan jagen.

#7. Lokvoer.
Ken je een jager die af en toe een konijn of haas omlegt, dan zou je eens een dier kunnen bietsen. Snij zijn buik open en leg een bloedader over het dode lijf. Super aantrekkelijk voor buizerd of havik. En een zeearend weet ook wel weg met zo’n hapje. Als er een kans is dat de ‘vliegende deur’ zich op je lokvoer stort, maak het konijn of de haas dan wel vast met een touwtje. De zeearend vliegt er namelijk zo mee weg en dan heb je er nog niet veel aan. Hoewel, ook dat is spectaculair natuurlijk.

#8. Gedragsregels.
Ja, ook een stukje ethiek. Laat roofvogels die op het nest zitten of jongen hebben altijd met rust. Verstoor ze niet. Bedenk dat alle roofvogels beschermde diersoorten zijn. En dat sommige populaties behoorlijk onder druk staan.

#9. Het juiste tijdstip.
Zangvogels zijn vaak vlak voor zonsopgang al actief. Roofvogels jagen op het zicht en worden op hun beurt vlak ná zonsopgang actief. Ergo: vroeg uit de veren vergroot de kans om een roofvogel te zien.

#10. Schaf een goede verrekijker aan.
Tja, dat lijkt een dooddoener en is het misschien ook wel. Maar toch. Roofvogels herken je aan de details. En daar heb je een helder glaswerk voor nodig. Kijk eens in mijn overzicht van de beste verrekijkers. Ter geruststelling: een goede verrekijker heeft echt niet superduur te zijn. Waarbij echter ook geldt: wie gaat voor het beste, moet diep in de buidel tasten. Maar dan heb je ook wat!

#11. Durf op je bek te gaan.
Hoe vaak ik tijdens een excursie niet heb geroepen dat ik een roofvogel zag! En dat het bij nader inzien een paaltje, een steen, een kraai of een spookbeeld was… Spot en hoon was vaak mijn deel. Maar dat geeft niet. Een beetje opportunisme kan geen kwaad. Het is een teken dat je scherp bent en op alles in je omgeving let.

Geef een reactie