Tien leuke feiten over de lepelaar

De lepelaar is zo mooi, dat je haast zou denken dat hij niet in Nederland thuis hoort. Hij is elegant, heeft een mooie kuif, een heel bijzondere snavel, is hagelwit en jaagt op een bijzondere manier. Toch is de lepelaar een inheemse vogel, en dat betekent dat hij hier altijd voorkwam. Tot de jaren zestig, want toen ging het razendsnel bergafwaarts met de lepelaar. Er waren op een gegeven moment nog maar 148 broedpaartjes over. De belangrijkste oorzaak? Het gebruik van vergif in de landbouw. Gelukkig gaat de waterkwaliteit weer vooruit en broeden er nu weer zo’n 2.500 paartjes in ons land. In dit artikel deel ik tien leuke feiten over de lepelaar.

Tien leuke feiten over de lepelaar

N° 1: Sensoren in de snavel

De lange snavel van de lepelaar eindigt zoals een lepel eindigt: breed. De lepelbek zit barstensvol zenuwen. Als de lepelaar door het water maait, dan voelt hij feilloos wat er tussen zijn snavel komt. Is het een stekelbaars, een rivierkreeft of iets anders eetbaar? Dan gooit hij de prooi omhoog, vangt hem op en slikt hem in ene moeite naar binnen.

N° 2: De vogeltrek

De lepelaar trekt vanouds naar het zuiden. Veel vogels vliegen in het najaar niet verder dan Zuid-Frankrijk en Spanje om er te overwinteren. Maar er is ook een groep die doorvliegt naar een uitgestrekt waddengebied in West-Afrika, in Mauritanië om precies te zijn. Hier overwinteren honderdduizenden wadvogels die je ook in Nederland kunt zien.

Lepelaars die in het zuiden van Europa overwinteren, hebben een grotere overlevingskans. Vooral in het voorjaar sneuvelen veel lepelaars die van Afrika naar Nederland vliegen. Dat komt door de passaatwinden die ze dan tegen hebben. Dat kost veel extra energie en als de energie op is, dan stort een lepelaar neer en sterft.

Lepelaars (fotograaf: Sjaak Huijer)
Lepelaars (fotograaf: Sjaak Huijer)

N° 3: Steeds meer lepelaars overwinteren in Nederland

Door de zachte winters overwinteren er steeds meer lepelaars in Nederland. Ze trekken dus helemaal niet meer weg! Zelf zie ik elke winter wel een paar lepelaars in de Prunje foerageren. Maar ook in andere natuurgebieden kom ik in de winter lepelaars tegen. Deze lepelaars zijn na de winter natuurlijk als eerste weer terug in de broedkolonie en kunnen daar de beste plekjes bezetten.

N° 4: De ouders laten hun jongen in de steek

Zodra de jongen uit het nest zijn gevlogen, blijven ze nog even bij hun ouders. In de zomer kun je dan ook grote groepen lepelaars zien rond scharrelen in waterrijke natuurgebieden. De jongen bedelen dan nog vaak bij hun ouders. Een heel koddig gezicht. Een paar weken later, en de volwassenen laten hun jongen in de steek. Ze moeten het voortaan zelf maar uitzoeken. Dat betekent dus dat de ouders in Afrika kunnen overwinteren, terwijl de jongen in Nederland blijven. Of andersom natuurlijk: dat de jongen met andere volwassenen meevliegen naar Afrika en dat hun ouders in Nederland blijven, of in Zuid-Europa.

Lepelaar (fotograaf: Sjaak Huijer)
Vliegende lepelaar (fotograaf: Sjaak Huijer)

N° 5: Mannetje en vrouwtje broeden de eieren samen uit

Zo in maart en april leggen de lepelaars hun eieren. De mannetjes en vrouwtjes broeden samen. Ze wisselen elkaar dus af. Komt er eentje aanvliegen, dan heeft hij of zij vaak een tak bij om het nest te verstevigen. Wist je dat ze dat ze die tak soms ook gewoon jatten bij de buren?

N° 6: De beste gebieden om de lepelaar te zien

Iedereen vindt het mooi om lepelaars te zien. Het zijn zulke mooie vogels! Wil je weten wat mijn beste gebieden zijn om de lepelaar te zien, lees dan dit artikel.

lepelaar in de crezeepolder
Lepelaar in de Inlaag Keihoogte (fotograaf: Sjaak Huijer)

N° 7: Lepelaar jagen in zoet én zout water

Ga ik in Zeeland vogels kijken, dan zie ik soms lepelaars foerageren in de kreken van de Ooesterschelde. In het zoute water jagen ze op garnaaltjes, grondels, krabbetjes en andere waterdieren. Maar ik kom ze dan ook tegen in de slootjes en ondiepe plassen in de polders. En die zijn gevuld met zoet en brak water. De lepelaar kan dus zowel in zoet als in zout water uit de voeten.

N° 8: De lepelaar broedt op onbereikbare plekken

Ik ken een paar plekken waar lepelaars broeden en dat zijn allemaal eilanden. Eilanden begroeid met struiken en bomen. En in die struiken en bomen maken de lepelaars hun nesten. Soms broeden ze ook op de grond, maar dat is dan in een kwelder of ook op een eiland dat onbereikbaar is door roofdieren als de vos. Wil je lepelaars zien broeden? Ga dan eens naar Quackjeswater bij Hellevoetsluis. In dit natuurgebied kun je van dichtbij de broedkolonie bekijken. In de Blauwe Kamer bij Rhenen kan dat ook.

Lepelaars (fotograaf: Sjaak Huijer)
Lepelaars (fotograaf: Sjaak Huijer)

N° 9: Nederland behoort tot het meest noordelijke broedgebied

Lange tijd was Nederland het meest noordelijke broedgebied van de lepelaar. De waddeneilanden waren de meest noordelijke regio’s waar de lepelaars tot broeden kwamen. Nu schijnt er tegenwoordig ook in Denemarken een broedkolonie te zijn. Maar je kunt gerust stellen dat Nederland in Noord-West-Europa het belangrijkste land is voor de lepelaar. Verder broedt hij vooral in Zuid-Europa (Spanje) en in Centraal-Europa (Hongarije bijvoorbeeld).

N° 10: Er bestaat ook een roze lepelaar

Terwijl de lepelaar in Europa sneeuwwit is, leeft er in Zuid-Amerika een neef die roze is gekleurd: de roze lepelaar. Ook deze vogel is een prachtige verschijning. De veren worden roze door de schaaldieren die ze eten. Die bevatten roze pigmenten die de veren kleuren. Een beetje vergelijkbaar met de flamingo’s dus.

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij: