Hoe kun je het beste zangvogels kijken?

Veel mensen hebben moeite om zangvogels te herkennen. Ze zijn klein, zitten vaak hoog in een boom of verscholen tussen takken. Ook maken ze geluiden die geen mens herkent, behalve doorgewinterde vogelaars. Tijdens een vogelexcursie kijken sommige mensen me verbaasd aan wanneer ik ze wijs op de vele vogelgeluiden. Hoe herken je die toch? Nu ja, dat is het resultaat van tientallen jaren vogels kijken en ik ben de eerste die zal toegeven dat er véél betere vogelaars zijn dan ik. Sommige mensen hebben aan een kortstondig piepje voldoende om een zangvogel in vlucht te herkennen. Dat gaat mij helaas niet lukken. Bracht mij op de vraag: hoe kun je het beste zangvogels kijken?

Lees verder

Een blauwborst zie je zelden in je eentje




De blauwborst is weer in het land, alweer een paar weken, en vandaag was mijn missie: het filmen van een blauwborst. Ik twijfelde nog tussen Tongplaat en Zouweboezem. Ik koos voor de Zouweboezem, omdat dat gebied natuurgebied wat compacter is. Ik maak mezelf ook wijs dat de zangvogels in de Zouweboezem een stuk minder bang zijn. Tjiftjaf, fitis, winterkoning, kneu, groenling, cetti’s zanger, rietzanger, het zit allemaal vlak naast het pad en laat zich niet snel afschrikken. Dat bleek ook vanmorgen. Terwijl ik op het vlonder tafeleenden zat te filmen, zat een meter achter me de cetti’s zanger. Weliswaar verstopt in het riet en dus onzichtbaar, maar toch. Zijn explosieve riedel knalde in mijn oren. Lees verder

Kramsvogel in de wei

Vandaag slechts tussen de bedrijven door even tijd gehad om vogels te kijken. En dat gaat in de regel niet goed in die zin dat ik dan niet veel zie. Vandaag was dat het geval. Een kramsvogel en een grote zilverreiger. Beide met tegenlicht en beide in de wei. Nu dus eerst de kramsvogel.

Ik lees in het prachtige boek Wintervogels van Lars Jonsson dat de kramsvogel vroeger wel de ‘sneeuwekster werd genoemd. De kramsvogel vloog pas weg zodra er sneeuw lag en arriveerde in zuidelijker streken met de eerste sneeuw. Dan ligt de associatie met sneeuw voor de hand. In vergelijking met andere lijstersoorten is de kramsvogel bont gekleurd. Veel grijs, bruin, zwarte vlekken op de borst, maar ook een roestgele buik, in elk geval in de zomer. De fellere tinten gaan er zoals bij veel vogels in de winter een beetje vanaf. En zo zie je ze dan bij ons in de wei rond huppen. In Nederland is de kramsvogel namelijk een wintervogel. Vanmiddag filmde ik deze in een weiland bij Noordeloos:

De beste vogelgidsen van dit moment:

Twee graspiepers bij de Mosselweg op Sint-Philipsland

Vorig week was het zonnig en nog niet heel koud. De vogels voelen dat ook aan en worden plots een stuk actiever. Zoals de graspiepers op Sint-Philipsland. Ik was al een groepje tegengekomen bij een of andere polderdijk. De graspiepers vlogen op en over de dijk, landden in een boom, op een paal, op prikkeldraad, midden op de weg en natuurlijk in het gras. Waar zou een graspiepers immers anders moeten landen?

Zeeland is een van de provincies waar je de graspieper in aardige aantallen tegenkomt, lees ik in het Handboek Vogels van Nederland en België. Het is een zangvogel die je vooral aan de kust en langs de grote rivieren ziet. Helaas lees ik ook iets anders: dat het aantal broedpaartjes elk jaar met ongeveer vijf procent afneemt. Intensivering van de landbouw en grootschalige inzet van pesticiden spelen hem parten. Koopt biologisch, denk ik dan. Lees verder

Staartmees in het oeverbos

Pas hing ik weer eens boven de digitale landkaart van Google en ik liet de betonnen massa van Rotterdam en omstreken eens op me inwerken. Het is imposant wat de mens daar heeft verricht. In zijn streven naar beheersing van de natuur, is hij in deze landstreek ietsjes doorgeschoten. De ene stad na de andere wordt aan elkaar geregen door wegen, bedrijventerreinen, woonwijken en spoorlijnen. En lag na deze bouwwoede nog ergens een akker bloot, dan een kassencomplex er overheen. En nu is het in deze regio nergens meer stil en donker. Een wonder toch dat ik in deze woestenij toch nog een staartmees wist te filmen? Lees verder

Roodborst duikt op

Terwijl ik me opmaakte voor een hernieuwde ontmoeting met ‘mijn’ roerdomp in de Brabantse Biesbosch, dook er opeens een andere vogel naast mijn auto op: een roodborst. Hij streek neer op een takje en bleef er verrassend genoeg best lang zitten. Lang genoeg om mij de gelegenheid te bieden mijn camera te pakken, het raamstatief op de autoruit te installeren en het toestel te richten. En dat op nog geen drie meter afstand van de auto! Je denkt misschien ‘het is maar een roodborst’, maar ga maar eens vogels fotograferen of filmen, dan is elke geslaagde ontmoeting een verhaal op zich. Of het nu een zeldzame of een algemene vogel is. Dat vind ik nu het leuke van vogels filmen. Roerdomp, waterspreeuw of roodborst, ik film ze allemaal met ingehouden adem (en omdat een mens toch zuurstof nodig heeft, soms met diepe zuchten).  Lees verder

Keep en vink op de Brouwersdam

Noem mij geen keep-deskundige. Vanaf het moment dat ik op mijn twaalfde begon met vogels kijken, heb ik welgeteld vijfendertig jaar moeten wachten op mijn eerste keep! Bespottelijk lang. Heb ik niet genoeg gezocht naar deze wintervogel? Of komt hij op mijn geboorte-eiland Tholen niet of nauwelijks voor? Of pure laksheid dat ik nooit naar vinken omkijk? Hoe dan ook, vorige week was het voor de eerste keer raak: kepen in het vizier.

Een groep vinken en naar bleek, kepen, vloog op uit het struweel in de middelduinen op de Brouwersdam. Voor het sportstrand zijn de duintjes aardig begroeid met helm en vuurdoorn. Ideaal voor een groep vinken om zich daar een tijdje op te houden. En dat doen ze, want een goeie week later was ik er opnieuw en verhip, opnieuw die groep met vinken en kepen! Scharrelend rond en tussen de vuilnisbakken. Altijd kort, want het sportstrand is drukbezocht en elk mensenkind jaagt de zangvogels schrik aan. Even kort zitten ze in het struweel, want zodra het gevaar voorbij is, strijken ze weer neer. Lees verder

Juveniel baardmannetje

Eigenlijk ben ik niet zo van de vaktermen. Neem nu dat ‘juveniel’. Echt een insiders only term. Adult staat voor volwassen, juveniel voor een jong, meestal eerste kalenderjaar. Staat in elke betere vogelgids. En dus bezigt vrijwel elke vogelaar deze termen. Adult? Nee, een juveniel, 1e kj. In plaats van dat we gewoon zeggen: kuiken. Of jong. Of: dit jaar uit het nest. Nee, het is een juveniel. Ik word er een beetje onpasselijk van, eerlijk gezegd (waarbij ik natuurlijk enigszins overdrijf). Kleine zillie is er ook zo één. Die term staat tegenwoordig voor kleine zilverreiger. Het kost geen milliseconde extra om gewoon uit te spreken ‘kleine zilverreiger’ en toch moeten we er kleine zillie van maken. Zo gaat dat dus met taal. Een groepje mensen claimt een bepaalde term, een afkorting of code en zie daar: de groep kan zich profileren. Slechts wie de codetaal spreekt, behoort tot de groep. Nou ja, welkom in de wereld van de vogelaars. Best een merkwaardige aanloop naar dit filmpje trouwens. Het is echt vers van de camera, want tijdens onze wandeling vanmorgen door de Korendijkse Slikken kwamen we een groepje baardmannetjes tegen. Deze liet zich een seconde of wat filmen. Je ziet: de rug is zwart evenals de buitenste staartveren. Duidelijk een jong dus. Dit jaar uit het nest gevlogen. Een kuiken. O nee, sorry ik behoor tot de subcultuur ‘vogelaars’. Het is een juveniel!

Kneu in de top

In de top van een conifeer zingt een mannetje kneu zijn parelende lied. Het is al ver in het broedseizoen, je ziet dat het verenkleed wat verfomfaaid is. Straks gaan de kneutjes en vrijwel alle zangvogels in de rui en zie en hoor je ze nauwelijks. Een zangvogel in de rui moet het met wat minder veren doen en dus houdt hij zich schuil voor roofvogels. Minder veren, dus minder wendbaar en snel… Makkelijke prooien voor een sperwer of havik. Op de achtergrond hoor je de zwarte sterns en hun bedelende jongen krijsen. Ik filmde deze kneu namelijk in de Zouweboezem waar je van dichtbij een kolonie zwarte sterns kunt bewonderen.