Tagarchief: Winterkoninkje

winterkoning in de hellegatsplaten ooltgensplaat sjaak huijer

Hoe lok je een winterkoninkje in de tuin?

Het winterkoninkje is één van de kleinste vogels in de tuin. Het is een klein bolletje met een staart die pal omhoog staat. Het winterkoninkje is klein maar dapper. Kom je te dicht bij zijn nest of kuikens, dan zal hij die fel verdedigen door luid te alarmeren. Maar voordat er een nest is, bevecht het mannetje zijn territorium door keihard en langdurig te zingen. Zo hard zingen ze, dat je oren er van gaan tuiten. Zo’n vogeltje wil je wel in de tuin hebben en dus vandaag in mijn rubriek Hoe lok ik… de vraag: hoe lok je een winterkoninkje in de tuin?

Lees verder Hoe lok je een winterkoninkje in de tuin?

Winterkoninkje alarmeert voor een filmer

Vanmiddag liep ik door natuurgebied Oeverlanden in de Hoeksche Waard. Ik kan al merken dat de lente in aantocht is. Een rietgors zat luidruchtig te zingen. In het bos lieten ook koolmees, winterkoninkje, matkop, boomkruiper en boomklever van zich horen. Een vlucht kluten en daarna een vlucht grutto’s maakten de signalen van lenteboden compleet. Dit winterkoninkje alarmeert op luide toon vanwege de aanwezigheid van een zekere filmer. Hij zit op een verweerde stronk vol gaten. Zou hij daar een nest in hebben gemaakt? Ik las in het buitengewoon leuke boek Hebben vogels knieën (pas verschenen) dat de mannetjes van winterkoningen maximaal acht nesten maakt. Waarna het vrouwtje ze allemaal kritisch beoordeelt. Is ze tevreden met een van die bouwsels, dan voltooit zij het. Arme sloebers die mannen. Het is hard werken om in de gunst van het vrouwtje te blijven. En als ik dan dat andere bijzonder leuke nieuwe boek Vogels en de liefde mag geloven, loopt hij ook nog eens het risico dat ze haar eieren door de buurman laat bevruchten. Overspel is namelijk schering en inslag bij zangvogels. Gisteren schreef ik over woman power in de polder. Dit keer is het woman power in een oeverbos.

Winterkoninkje in het riet

De vogelkijkhut op de Philipsdam is in principe een hut avant la lettre. De voorzijde kijkt uit over een ondiepe inham van het Krammer. En de achterzijde biedt een blik op struweel en een strook riet. Tel daarbij op dat de hut bestaat uit twee lagen: één hoog op struikhoogte en één laag, zowat gelijk met het waterpeil. Nu nog een dooie wilgenstok in het water, pal voor de hut, en de ideale hut om de ijsvogel te zien of te fotograferen is geboren. En als de zon vanaf volgende week nu eens in het westen wil opkomen om over het noorden naar het oosten te zwenken, dan is de lichtval de hele dag uitstekend. Zaterdag kwam hij trouwens voorbij scheren hoor, de ijsvogel. Een paar seconden stond hij te bidden boven het water om vervolgens met een wijde boog achter het broedeiland te verdwijnen. En toen dook aan de achterzijde dit winterkoninkje op. Een sluip-door-kruip-door vogel waarvan je op het eind alleen nog zijn staart ziet en dan: verdwenen onder de bladeren.

de beste vogelgidsen 2016