Recensie: Eetbare & giftige wilde planten, Bruno P. Kremer

eetbare en giftige wilde plantenGisteren besprak ik een paddenstoelengids, vandaag een plantengids: Eetbare & giftige wilde planten, geschreven door bioloog Bruno Kremer. Dit fraai vormgegeven boek bespreekt meer dan 200 kruiden, vruchten en noten.

Met deze handzame gids speelt Kosmos Uitgevers in op de groeiende belangstelling voor wildplukken. De Nederlandse flora is ontzettend rijk en wie gaat plukken zal de goede keuze moeten maken. Je zult maar een oneetbaar of zelfs giftig kruid verwerken in je vinaigrette! Eerbare & giftige wilde planten helpt je bij het maken van die keuze.

De gids is handig ingedeeld in twee hoofdrubrieken: Bessen, vruchten en noten en Wilde kruiden. En deze rubrieken zijn vervolgens uitgesplitst naar de kleur van vrucht of bloesem. Kijk, dat is nog eens handig wanneer je in veld of bos bent. Je hoeft alleen maar naar de kleur van bes of bloem te kijken en bladert vervolgens razendsnel naar de juiste rubriek in de gids. Lees verder

Recensie: Eetbare natuur. Een kookboek voor wat in Nederland uit het wild te halen valt, Hanneke Videler

Eetbare NatuurOok in het rijke Westen was eten tot een paar eeuwen terug voor veel mensen vooral een uitdaging: hoe verkrijg ik vandaag voldoende voedingswaarde? Tegenwoordig puilen de supermarkten uit en lijdt ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking aan obesitas (een beetje overdrijven mag). De voedingsindustrie draait op volle toeren en haalt alle marketingtrucs uit de kast om ons te verleiden tot consumeren. Nee, in Noordwest-Europa hoef je de hongerdood allang niet meer te sterven en is eten er tegenwoordig eerder een moreel dilemma. We krijgen steeds meer oog voor de schaduwzijden van de voedselindustrie: uitputting van landbouwgronden, dierenleed, genetische manipulatie, vermeende schadelijkheid van chemische toevoegingen voor ‘s mensen gezondheid, et cetera. Stichting Wakker Dier en Partij van de Dieren spinnen er garen bij, maar of dat betekent dat ons nationale vee werkelijk op een beter leven mag rekenen?

Over dieren gesproken: daar is iets merkwaardigs mee aan de hand. De ene big is voorbestemd om tot spareribs en ham, liefst luxe en dus dure parmaham, verwerkt te worden. Zijn broertje of zusje wordt opgenomen in een warm nest en wordt als heus huisdier vertroeteld en verwend. Waarbij ik me trouwens nog altijd afvraag wat er gebeurt zodra de big een bepaald formaat bereikt. Het zou me niet verbazen wanneer ook dan de bonken parmaham aan de horizon verschijnen… Marijke Verduyn drukt deze tweeslachtige houding en omgaan met dieren kernachtig uit in haar boek Het dier is mens geworden / Het dier is ding geworden. Dit boek is verplichte kost voor iedereen die zich druk maakt over dierenwelzijn.

Vandaag las ik in de krant dat ons land een nieuw gilde rijk is: het Wildplukkers Gilde. Eten wat de natuur schaft, luidt de doelstelling. Uit het krantenartikel maak ik op dat de leden vegetariërs zijn, ze verzamelen immers alles ‘van beukennootjes en kastanjes tot paddenstoelen, van eetbare planten en bessen tot waterkers.’ Hebben de oprichters zich misschien laten inspireren door de Plukalmanak van Claus Meyer, de chef van NOMA, het beste restaurant van de wereld? Verder veronderstel ik dat het een een club van vrolijke en flexibele plukkers is: bij mooi weer plukken we in de natuur, bij slecht weer en in de winter plukken we in de ruiven van de supermarkt. We plukken er een beetje voor erbij want zou je het alleen met de voedingswaarden uit de natuur moeten doen, dan leg je snel het loodje… Niets mis met dat flexibele plukken trouwens, als ik uit vissen ga in de Waterweg, verwacht ik ook niet dat ik weken lang van mijn vangst kan eten. De tijden dat je zoveel gul, tong of schar ving heb ik niet meegemaakt. En ik waarschuw de niet-vegetarische wildplukkers voor alle zekerheid: paling uit de rivieren zit vol met dioxine. Wil je nog een tijdje genieten van het wildplukken, stroop dan vooral geen paling! Lees verder