Fuut van voren en achteren

Terwijl ik zaterdag in mijn auto de miezerige regen probeerde te overleven, dook er voor de Spieringsluis in de Brabantse Biesbosch plots een fuut onder de kade op. En dat was zo ongeveer onder mijn auto!

De fuut is letterlijk op het water geboren. Zijn hele lijf is gebouwd om te overleven in het water. Bekijk zijn kop maar eens. Spits en slank. Je kunt je wel voorstellen hoe de fuut als een torpedo door het water flitst. Bekijk ook de achterkant van de vogel eens goed. De twee zwempoten zitten niet voor niets zo aan de kont vast. Ze functioneren als de buitenboordmotor die een speedboot zijn snelheid geeft. Komt een fuut een visje tegen onder water, dan moet het visje een grote portie geluk hebben om de ontmoeting te overleven.

De beste verrekijkers vanaf € 2.000,00:

Mannetje slobeend in eclips

Ach, weer zo’n vermaledijde vakterm in de titel: eclips. Als je een vogelaar dit woord hoort gebruiken dan weet je: dat is een echte. Je zou ook eenvoudig kunnen zeggen: in de rui. Klinkt al een stuk begrijpelijker, ook voor niet-vogelaars. Vogels ruien, dat weten de meesten wel. Oude veren vervangen door nieuwe. De oude vallen uit en voordat de nieuwe volledig zijn aangegroeid, kunnen ze even wat minder goed vliegen. Plus: de mannetjes zien er uit als vrouwtjes.

Lees verder

Paartje slobeenden in de Zouweboezem

The beauty of love. Dat melodietje vind ik toepasselijk voor deze opname die ik afgelopen zaterdag in de Zouweboezem maakte. Een paartje slobeenden draait voor het vogelkijkscherm eindeloos rondjes met de kop onder water. Ze zijn aan het eten en dit is hoe slobeenden dat doen. Lekker slobberen in het water en alles wat eetbaar is uit het water filteren. En daar is de slobeend helemaal voor toegerust. Kijk maar eens naar de snavel. Dat is echt een slobbersnavel. Heel breed aan de voorkant. Zoals de snavel is, zo is de naam van het beestje. Lees verder

Een lepelaar in de Karrenvelden bij de Oesterdam

Ergens vorige week las ik het op waarneming.nl: er was weer een lepelaar gesignaleerd in de Karrenvelden bij de Oesterdam op Tholen. En laat ik nu afgelopen vrijdag een afspraak hebben om de molen van mijn ouders een beetje te kuisen. Als ik er toch ben, moet ik de kans niet laten liggen om zo’n prachtige vogel te filmen. Wel, het zag er een paar uur lang niet naar uit dat ik die lepelaar zou filmen, want hij zat er niet. Aan de andere kant van de dijk was het water op zijn laagst en dan wil een lepelaar nog wel eens de oversteek wagen. In het zoute water valt wel een garnaaltje of grondel te vangen.

Maar toen ik mijn broer belde dat ik binnen vijf minuten in de viswinkel zou zijn, zag ik daar deze lepelaar staan. Er zat niet veel meer actie in. Hij stond een beetje uit te rusten. De kluten om hem heen maakten meer kabaal zoals je in dit filmpje kunt zien. De kluten zijn nu al flink bezig met het verdedigen van hun territorium. En dat gaat er soms erg agressief aan toe. Alles wat als een bedreiging wordt gezien wordt op brute wijze weggejaagd. En dat zijn alle vogels, hoe klein of hoe groot ook.

De lepelaar ondertussen is nog een beetje aan het aansterken. Eerlijk gezegd vraag ik me af waar zijn of haar broedkolonie is. Ik weet een kolonie in Quackjeswater, maar dat is een natuurgebied bij Hellevoetsluis. Wel heel erg ver weg. Zou er in of om het Markiezaat misschien een lepelaarkolonie zijn?

De beste verrekijkers voor beginnende vogelaars (betaalbare instapmodellen):

Een paartje krakeenden bij Streefkerk




Het was zaterdag mooi weer en ik had geen zin om er met de auto op uit te trekken. Ik zit alle dagen van de werkweek lang in de auto, het is wel een keer genoeg. En dus een ronde gefietst in de omgeving van Alblasserdam. Dan weet ik van te voren dat ik weinig bijzonders zal zien. Zeldzame soorten zijn in de Alblasserwaard wel heel zeldzaam. Maar wat geeft het? Dan maar een keer genoegen nemen met de gewonere soorten.

Het leuke is dat ik op een vogelblog een uitleg van de 20/80 regel tegenkwam. Die regel ken ik alleen uit de economie. Twintig procent van je klanten zorgen voor tachtig procent van de omzet. Of: twintig procent van de bellers nemen tachtig procent van de tijd op een afdeling in beslag. Zulke waarheden worden voortdurend door economen rond gestrooid. Er zal vast een kern van waarheid in zitten. Welnu, of de blogger econoom is, weet ik niet, maar ook hij strooide met deze wetmatigheid. Twintig procent van de vogelsoorten vormen tachtig procent van het totaal aantal vogels in een natuurgebied. En welke conclusie verbindt hij aan die wijsheid? Zorg dat je als beginnende vogelaars die twintig procent als eerste leert herkennen. Dan heb je de meeste vogels in een gebied te pakken. En kun je vervolgens je kennis gericht gaan uitbouwen. Lees verder

Kleine zilverreiger op een akker

Tijdens een van onze vogeltochten maakte Sjaak deze foto van een kleine zilverreiger. Hij was net opgevlogen uit een sloot bij Bruinisse en geland op de akker. En nu loopt hij behoedzaam terug naar de sloot.

kleine zilverreiger

Kleine zilverreiger. Fotograaf: Sjaak Huijer

Rotganzen in de jachthaven van Herkingen

Een haven of jachthaven is in de winter altijd een goede plek om vogels te kijken. Zeker als de jachthaven ook nog eens aan een zoute zeearm ligt. Zoals de jachthaven van Herkingen. Waarom een jachthaven zo’n goede plek is om wintervogels te bekijken? Omdat je er een aantal bijzondere soorten kunt zien en vaak van redelijk dichtbij.

Neem de rotganzen in dit filmpje. Ze dobberen in en om de ingang van de jachthaven. Wij lagen plat op een van de aanlegsteigers. Natuurlijk houden de rotganzen ons nauwlettend in de gaten, maar gewend aan mensen als ze zijn nemen ze niet de wijk. Ondertussen kwamen een stel middelste zaagbekken voorbij zwemmen. Meerkoeten en kuifeenden foerageren tussen de rotganzen. En hadden we nog wat beter gekeken, dan hadden we vast een dodaars gezien, de kleinste fuut van Europa. Zilvermeeuw, kokmeeuw en blauwe reiger sluiten de rij. En heb je meer geluk dan wij, dan scheert er ook nog een ijsvogel voorbij. Lees verder

Kleine zwanen bij Bruinisse

Na een lange vogeltocht over Schouwen-Duiveland, vonden we bij Bruinisse een groep kleine zwanen. Ze zaten op een modderige akker. Gek eigenlijk. Bij ons in de Alblasserwaard zie je kleine zwanen vrijwel uitsluitend in groene weilanden. En in Zeeland dus op kale, modderige akkers, liefst met hier en daar een ondiepe plas water.  Lees verder

IJsvogel in de Slikken van Flakkee

SNP Vogelreizen

Nadat dagblad Trouw aandacht besteedde aan de enorme achteruitgang van de biodiversiteit in landbouwgebieden, reageerde een lezer met een ingezonden brief. De strekking van zijn verhaal was: op Goeree-Overflakkee is alles anders. Dat wemelt het nog van de dagvlinders en andere insecten. Nu ja, was het maar zo’n feest. Ook op Flakkee is het grote uitsterven allang begonnen. Het aantal insecten op de polderdijken is niet te vergelijken met het aantal van jaren terug. Laat staan wanneer je eens midden op een akker gaat staan en zoekt naar insecten. Ik voorspel je: tussen de suikerbieten en aardappelen zul je weinig insecten vinden. Dus, o edele briefschrijver: ik zou maar wat graag willen dat ik uw sprookjesbrief kon ondertekenen. Gezien de werkelijke stand van zaken zie ik er echter van af. Lees verder