Twee graspiepers bij de Mosselweg op Sint-Philipsland

Vorig week was het zonnig en nog niet heel koud. De vogels voelen dat ook aan en worden plots een stuk actiever. Zoals de graspiepers op Sint-Philipsland. Ik was al een groepje tegengekomen bij een of andere polderdijk. De graspiepers vlogen op en over de dijk, landden in een boom, op een paal, op prikkeldraad, midden op de weg en natuurlijk in het gras. Waar zou een graspiepers immers anders moeten landen?

Zeeland is een van de provincies waar je de graspieper in aardige aantallen tegenkomt, lees ik in het Handboek Vogels van Nederland en België. Het is een zangvogel die je vooral aan de kust en langs de grote rivieren ziet. Helaas lees ik ook iets anders: dat het aantal broedpaartjes elk jaar met ongeveer vijf procent afneemt. Intensivering van de landbouw en grootschalige inzet van pesticiden spelen hem parten. Koopt biologisch, denk ik dan. Lees verder

Rotganzen bij Sint-Philipsland




Vorige week bezocht ik het mooie eiland Sint-Philipsland om er vogels te kijken. Wat zie je zoal op een eiland dat wordt omsloten door de Oosterschelde en haar uitlopers? Steltlopers natuurlijk. Tureluur, scholekster, wulp en rosse grutto. En meeuwen. Plus graspiepers, opvallend actief op een zonovergoten winterdag. En gelukkig, ook een grote groep rotganzen.

‘Elk voorjaar stromen de zwartbuikrotganzen vanuit Frankrijk en Engeland het Waddengebied binnen. Al in februari komen de eerste uit het zuiden, maar de grootste trekbeweging is in maart te zien.’ Dat lees ik in het schitterende boek van Barwolt Ebbinge, De rotgans. En wat voor het Waddengebied geldt, geldt ook voor de Zeeuwse Delta. Heb je om welke reden dan ook iets met rotganzen, koop dan dit boek. Ebbinge verrichte zo ongeveer heel zijn leven onderzoek naar de rotgans, zowel in Nederland als op de Noordpool. Hoe de rotgans leeft en wat zijn relatie is met sneeuwuil en poolvos. Over dat soort onderwerpen lees je in zijn boek. En natuurlijk ook: dat de rotganzen zich in winter en voorjaar in sneltreinvaart vet vreten. Om de winter door te komen natuurlijk. En om in mei naar de Noordpool terug te vliegen. In slechts een paar dagen tijd. Doe ze dat maar eens na! Lees verder

Een grote groep lepelaars in het vernieuwde Rammegors

Nu het getij is hersteld in het Rammegors ontwikkeld dit natuurgebied zich tot een fraai stukje kwelder. Eb en vloed hebben weer vat op dit stukje Zeeland. Op een eeuwenoude Tirion-kaart (18e eeuw) staat het Rammegors al afgebeeld. Reken maar dat toen de getijdenstromen er ook doorheen gierden. Nu dus weer en dat is te zien. Het lijkt wel een snel stromende rivier, daar vlak voor de inlaat. Het is eb en het water stroomt het gebied uit. Een grote groep lepelaars waadt door het de ondiepe kreek en vist er regelmatig een hapje uit. Een garnaal, grondel en op het laatst zelfs iets dat lijkt op een krab. Een teken dat ook het onderwaterleven zich flink aan het ontwikkelen is, en dat is een goed teken. Zelf stond ik eerst in dubio of het wel zo’n goed besluit was. Dat fraaie oude Rammegors met zijn baardmannetjes, roerdompen en slaapplaats voor de blauwe kiekendief. Dat alles ging verloren. Maar wat terug keert is niet minder indrukwekkend: authentieke Zeeuwse natuur. Dat smaakt wat mij betreft naar meer. Valt er ergens anders in de provincie nog iets te ontpolderen?

Not without the rest

Niet zonder de anderen. De vrije vertaling van het deuntje dat ik onder deze opname heb geplaatst. Want dodaars zijn zelden alleen. De kleinste fuut van Europa, amper zo groot als je vuist, hecht aan gezelschap. In de oude veerhaven op Sint-Philipsland doken er opeens zes op. Steeds dichterbij kwamen ze, totdat ze onder de blauwe en zwarte tonnen wegdoken. Duikt de een onder, dan de ander ook. Dobbert de ene een beetje doelloos op het water, dan geheid die anderen ook. Nooit zonder de ander.

 

Een doodgewone zilvermeeuw in de Oude Veerhaven

Doodgewone vogels zijn het, meeuwen. Zo gewoon dat ik er nauwelijks een blik op sla. Zowat mijn hele leven aan de oevers van de Oosterschelde gewoond en nooit naar een meeuw gekeken! Tot mijn grote schade, moet ik toegeven. Ik lees dat de laatste weken opvallend veel kleine en grote burgemeesters aan de kust worden gezien. Ik lees van jonge geelpootmeeuwen in de Europoort. En van Pontische meeuwen in de Sophiapolder, niet ver bij mij vandaan. En ik weet nu al: zie ik een van deze bijzondere meeuwen, ik zal ze niet herkennen. Tijd dus voor een reset. Tijd om ook eens naar meeuwen te kijken. Te beginnen met deze doodgewone zilvermeeuw in de Oude Veerhaven op Sint-Philipsland. Een leuke locatie om vogels te kijken trouwens. Dodaars, middelste zaagbek, oeverpieper, rotgans en allerlei steltlopers zie je er. En je hebt er een schitterend uitzicht over de Oosterschelde. En als je trek hebt, kun je er nog eten ook.

Vogelexcursie over de eilanden

Stipt om 10.00 uur stonden we met ons elven de drie soorten flamingo’s te bewonderen. De Europese, Caribische en Chileense flamingo. Het onderscheid tussen de drie soorten is soms lastig vast te stellen, zeker als de tropische vogels hun kop tussen de vleugels houden. Ook vogels als bonte strandloper, scholekster, wulp, tureluur, ijsvogel, dodaars bekoorden. ‘We’, dat waren vandaag mijn tien supergezellige Vlaamse gasten waarmee ik een tocht over de eilanden zou doen. Te beginnen in Battenoord en te eindigen op Sint-Philipsland. Dat eilandhoppen ging best, alleen hadden de weergoden ons niet het optimale weer bedeeld. Behoorlijk dikke mist filterde alle kleuren uit de lucht en vogels op afstand werden omhuld door de laaghangende wolken. Typisch Zeeuws weer, een beetje mythisch, dat ook. Maar liefst drie ijsvogels flitsten langs. Grote zilverreigers doken op uit de sloten. Opvallend veel buizerds bevolkten de polders en gelukkig ook veel steltlopers op de drooggevallen slikken. Zelf stond ik versteld van de opnamen over het onderwaterleven in de Oosterschelde. Wat een prachtige dieren leven daar onzichtbaar hun leven. En wat een belevenis om van tijd tot tijd naar de diepten af te dalen, zoals mijn gasten plegen te doen. Over natuurbeleving gesproken! ‘De rotgans en de rosse grutto zijn de vogels van de dag en de flamingo’s kleurden de dag,’ geven mijn gasten per e-mail aan.  En daarom een iets te lange opname van een rotgans die zich eerder deze week liet filmen. Eerst eet hij was zeesla om zich daarna uitgebreid te gaan poetsen.

al mijn recensies van actuele vogelgidsen

Rosse grutto bij Anna Jacobapolder

Ter voorbereiding van een excursie vandaag eens over het Zeeuwse eiland Sint-Philipsland gezwierd. De directe omgeving van de oude veerhaven is bij afgaand water een leuk punt om vogels te kijken, zo ontdekte ik. Groepen rotganzen, wat steltlopers en zowaar een ijsvogel die vanaf de rotsblokken aan het jagen was. Na tureluur, zilverplevier en scholekster landde er plots een rosse grutto. En die begon meteen naar voedsel te zoeken op de vloedlijn. De rosse grutto is iets kleiner dan de ‘gewone’ en zijn snavel is wat korter en bovendien licht opgewipt. Zou hij opvliegen dan zie je een ander duidelijk verschil: op de stuit van de rosse grutto wit in de vorm van een wig, op die van de ‘gewone’ in de vorm van een blok.

beste vogelgidsen voor aan de kust

Groep lepelaars in Het Rammegors

Gisteren berichtte ik van twee jagende lepelaars voor vogelkijkhut De Zwartkopmeeuw in de Hellegatsplaten. Even daarvoor zat ik nog in Het Rammegors bij Sint-Philipsland. Dit natuurgebied staat sinds een paar jaar in verbinding met de Oosterschelde en verandert langzaam in een stuk kwelder. Dat proces staat momenteel geloof ik stil, omdat de sluis dicht staat. Maar dat zoute water zal er over een poosje weer instromen. Of die ingreep de miljoenen euro’s waard zijn, is niet aan mij om te beoordelen. De roerdompen zijn in ieder geval gevlogen. Maar er komt ook mooie, oorspronkelijke natuur voor terug. Op een oude kaart uit de zeventiende eeuw staat Het Rammegors al vermeld. Als zilt kweldergebied. Zouden er toen ook al lepelaars hebben rond gescharreld? Deze groep filmde ik vanaf de Krabbenkreekdam. Ik ben zo laag mogelijk gaan zitten, de schrammen van de bramen zie je nog op mijn benen. Onder mijn camouflagedoek was het heerlijk toeven en de lepelaars, erg schuw, zagen me niet. Het nut van dat doek is weer eens bewezen. Wel een beetje tegen de zon in, het kan niet altijd ideaal zijn.

de beste natuurreisgidsen en wandelgidsen