Zwarte ruiter in winterkleed




Maak je een vogeltocht over de Zeeuwse eilanden, kam dan altijd de brakke slootjes uit. Geheid dat je een kleine zilverreiger ziet, of een ijsvogel. Een tureluur garandeer ik je. En in de winter ook een zwarte ruiter. De brakke slootjes blijven bij vorst lang ijsvrij. En ondiep, dat betekent goed doorwaadbaar voor steltlopers.

Gisteren waren we bijna aan het einde van onze vogeltocht toen we opeens een zwarte ruiter in een slootje bij Bruinisse zagen staan. Tja, wat doe je dan als je met z’n tweeën bent en je de vogel allebei wilt fotograferen of filmen? Er stapt er één uit en die loopt langzaam naast de auto mee op. Voor de vogel betekent dat geen vervaarlijk silhouet in de berm. En dus blijft hij langer zitten. En dat bleek. Telkens drie meter vooruit. Sjaak te voet, ik in de auto. De buitenspiegel als statief en filmen maar. Lees verder

Torenvalk balanceert op een verdorde zonnebloem




Grijs weer dit weekend in Zeeland. Dat heb ik al eerder gememoreerd, dus ik hou er over op. Het lukte me toch nog om een paar vogels te filmen, waaronder deze torenvalk op een verdorde zonnebloem. We kwamen hem tegen tussen Zierikzee en Westenschouwen, in een polder waar je nog heggen vindt plus akkerranden boordevol zonnebloemen. Zie je weinig vogels, dan zijn dat ideale stukjes land. Een heg om in te schuilen en een akkerrand waar je als vogel zaad vindt. Voedsel en veiligheid, twee basisbehoeften waar elke vogel op uit is.

Nu voert Vogelbescherming Nederland in samenwerking met de boeren aldaar volgens mij een project uit voor patrijzen. En jawel, waar voelen patrijzen zich comfortabel? In een akkergebied met heggen en voedselrijke stukjes. Patrijzen zagen we er dit keer niet (een paar jaar geleden wel), maar waar op deze manier patrijzen worden gekoesterd, vinden ook andere vogels een thuis. Dat is het mooie van natuurbescherming. Zet je één soort centraal, dan profiteren ook andere soorten.  Lees verder

De kleine zilverreiger in Nederland

Wie zich een voorstelling kan maken van het Nederland in oude tijden, die moet wel tot de overtuiging komen dat de kleine zilverreiger een inheemse soort is. Je hoeft niet heel lang terug in de tijd om je ontoegankelijke moerasgebieden, uitgestrekte kwelders en verlaten duingebieden in te denken. En hoe dichterbij de kust hoe meer zoute kwel er omhoog sijpelde. Nederland moet toch een ideaal leefgebied zijn geweest voor de kleine zilverreiger. Uitgezonderd dan de soms heel strenge winters, want de kleine zilverreiger legt bij strenge en aanhoudende vorst massaal het loodje. Maar goed, de kleine zilverreiger stierf in Nederland uit. Jacht, strenge winters of achteruit gang van de leefgebieden? Het duurde tot 1979 voordat het eerste broedpaar zich weer meldde in onze contreien. Lees verder

Kluten in de winter




Nee, kluten zijn geen wintervogels die voldoen aan de definitie van de bekende schrijver en vogelaar Lars Johnsson. In zijn kloeke boek Wintervogels doet hij verslag van de vogels die hij in de winter vanuit zijn raam ziet. En dat raam bevindt zich ergens in Zweden. Nu kun je als ik goed kijk naar het verspreidingskaartje in de ANWB Vogelgids van Europa ook in Zweden kluten zien. In het meest zuidelijke puntje van het Zweedse vasteland. Zeker weten dat die kluten in de winter als een van de eerste vogels wegtrekken. Zo ver noordelijk valt de vorst al snel in en aan vorst heeft de kluut een hekel. Kluten in de winter zullen in Zweden een zeldzaamheid zijn.

Nee, Lars Johnsson doet in zijn boek verslag van allerlei soorten roofvogels, spechten en zangvogels die hij rond zijn huis ziet. Ik vind er behoorlijk spectaculaire soorten tussen staan hoor. Denk maar eens aan de grijskopspecht, zwarte specht, patrijs, pestvogel, notenkraker, grauwe gors en sneeuwgors. Voor dat soort vogels in de tuin teken ik direct. Lees verder

De witbuikrotgans in Nederland

De rotgans broedt in het Hoge Noorden van Europa, Azië en Noord-Amerika. En overwintert een stuk zuidelijker. Een van de drie ondersoorten overwintert in ons land: de zwartbuikrotgans. De zwartbuikrotgans is ‘onze’ rotgans. Hij broedt op het Taimyrschiereiland in het uiterste noorden van Rusland. In dit onherbergzame gebied verrichte Barwolt Ebbinge onderzoek naar de relatie van de rotgans tussen sneeuwuil, poolvos en lemmingen. Wat bleek: in een lemmingenarm jaar, vingen sneeuwuil en poolvos meer rotganskuikens dan in lemmingenrijke jaren. En toch broedt de rotgans dichtbij sneeuwuilen. Want: de fanatieke wijze waarop de sneeuwuil zijn nest verdedigt, vergroot de veiligheid van het rotganzennest. Dat de sneeuwuil ook af en toe een rotganskuiken rooft wordt op de koop toegenomen. Lees verder

De mooiste plekjes in Zeeland: het landbouwhaventje van Viane

Een van de mooiste plekjes in Zeeland: het landbouwhaventje van Viane. Een stukje aarde op de grens van water en land. Waar je steltlopers als scholekster, tureluur, wulp en bonte strandloper ziet scharrelen. Waar een liefhebber van oesters zich het ongans kan eten. Jammer genoeg zijn het geen Zeeuwse platte. Je zult genoegen moeten nemen met grillige Portugese. Maar niet getreurd, de kleintjes zijn niet te versmaden. In de winter dobberen rotganzen op het ondiepe water van de Oosterschelde. Een voor mij iconische vogel. Lees verder

De mooiste plekjes in Zeeland: de oksel van de Neeltje Jans




Wie denkt aan Zeeland, denkt aan de Oosterschelde. Okay, de Westerschelde mag er ook zijn, maar dat estuarium, hoe uniek ook, is minder toegankelijk. Je kunt er het wad nauwelijks betreden omdat je tot over de knieën in de modder zakt. Verder giert het water werkelijk door de geulen tussen Antwerpen en Vlissingen. Dat klinkt spectaculair, maar daardoor oogt de Westerschelde een stuk minder vriendelijk. Maar ondertussen zijn de natuurwaarden van de Westerschelde ongemeen hoog. Het is een ontzettend belangrijk natuurgebied voor tal van steltlopers en zeevogels.

Liever zwerf ik langs de dijken van de Oosterschelde. Een van de mooiste plekjes in Zeeland is toch wel de binnenkant van de Neeltje Jans. Aan de zijde van Schouwen-Duiveland. Het begint al met het doodlopende weggetje dat je naar dit plekje leidt. Het voert je over een slapende zeedijk. Aan de ene kant overzie je de polders van Schouwen. En aan de andere kant heb je een prachtig uitzicht over de Westenschouwse Inlaag. Dat is weer een van die natuurgebiedjes die je vrijwel overal langs de Oosterschelde aantreft. In het brakke water gedijen zoutminnende planten als zeekraal en zeeaster. Die planten kleuren in het najaar prachtig bruinrood. En ondertussen wemelt het er van de vogels. Steltlopers als scholekster, tureluur, goudplevier, zwarte ruiter, groenpootruiter en wulp. Of een kleine zilverreiger en lepelaar die in het ondiepe water jagen. Een graspieper in het voorjaar of een sneeuwgors in de winter. Lees verder

Steltlopers in de Klein Beijerenpolder

SNP Fietsvakanties Frankrijk

Oei, computerproblemen. Dat is slecht voor het hart. In elk geval mijn hart. Maar na veel gezucht (eufemisme) mijn computer weer aan de praat gekregen. Het slome ding loopt weer even snel als te voren. En nu dus snel een filmpje plaatsen. Van tureluurs en bonte strandlopers in de Klein Beijerenpolder op Schouwen-Duiveland. Een leuk natuurgebiedje om vogels te kijken. Helemaal tijdens hoog water, want dan lopen de steltlopers aan de binnenkant van de dijk. Zoals in dit filmpje. Ik hoop dat je het in al zijn eenvoud kunt waarderen, want de montage was een flinke bevalling dit keer. Vanwege die snertcomputer (eufemisme). Nu stop ik maar, want anders krijg jij het ook nog aan je hart…

Hoeveel regenwormen vangt deze trappelende zilvermeeuw?

Vaak zag ik ze al staan. Alsof ze in hun broek moesten plassen. Trappelende zilvermeeuwen. Op een grasveld, in de berm naast de autoweg of, zoals vorige week, op de zeedijk langs de Oosterschelde. Toevallig ben ik net het nieuwe boek van Jelle Reumer aan het lezen, De getijgerde lijmspuiter en in het hoofdstuk over de regenworm schrijft hij over een kokmeeuw die druk doende was regenwormen naar boven te stampen.

Bijzondere eigenschap: trillingsgevoeligheid

Regenwormen hebben een bijzondere eigenschap, schrijft Jelle Reumer: hun trillingsgevoeligheid. Trilt de bodem, dan komen de regenwormen omhoog. Zet maar eens een spa in het gazon en blijf voortdurend tegen de steel slaan. Door het trillen van de grond komen her en der de wormen omhoog. Voor de een een afschuwelijk tafereel en de voor de ander precies de bedoeling. Zeker wanneer je de regenwormen wilt gebruiken om ermee te gaan vissen. Lees verder