Verschil tussen vrouwtje en mannetje morgenrood

De morgenrood is een feloranje dagvlinder die in Midden- en Zuid-Europa voorkomt. Ik filmde deze tijdens de zomervakantie in Noord-Italië. Zou je alleen de bovenzijde zien, dan meende je een rode vuurvlinder te zien. Maar de onderzijde van de ondervleugels bieden uitkomst: zie je er een met witte vlekjes op de ondervleugels, dan weet je: morgenrood. Evenwel zijn alleen de mannetjes feloranje. Bij de vrouwtjes is het oranje donkerder en bovendien bezet met donkere vlekken. Helaas in Nederland een dwaalgast. Vermoedelijk altijd al geweest en met al die intensieve landbouw in de Lage Landen is de kans dat hij zich hier meldt vrij klein. In dit filmpje zie je eerst een vrouwtje, daarna een mannetje:

Ooit gehoord van de langsteelgraafwesp?

Heb jij ooit gehoord van de langsteelgraafwesp? Ik niet, dus ik keek vreemd op toen ik op de Sacro Monte (heilige berg) in Orta San Guilio bij het fonteintje een stel vreemde wezens bezig zag. Ze groeven in de grond, meer zag ik in eerste instantie niet. Merkwaardige beesten moet je altijd filmen, dus ik met mijn knieën in de modder. Toen zag ik dat de vreemde wezens modderballetjes aan het draaien waren. Vast voor hun nest, en dat klopt, zo las ik net. De langsteelgraafwesp (gevonden via de gids Insecten uitvergroot) die ik zag hebben niet eens een Nederlandse naam. Wel een Latijnse: Sceliphron caementarium. Echt bijzondere insecten! Dit filmpje moet je echt even bekijken:

Bonte kraaien in Orta San Guilio

Wat ik niet wist, weet ik nu: dat je bonte kraaien kunt zien in Noord-Italië. Natuurlijk, vogels hebben vleugels, dus vliegen ze alle kanten uit. Nee, zo bedoel ik het niet. De bonte kraai is een inheemse soort in Italië. Terwijl ik meende dat bonte kraaien alleen in het noord-oosten van Europa voorkwamen. Dit stel bonte kraaien filmde ik in het middeleeuwse stadje Orta San Guilio waar je de bonte kraaien op de daken ziet zitten. En soms aan de oevers van het meer. En ‘s avonds vlogen ze in grote groepen richting de heuvels.

Bosparelmoervlinder




De bosparelmoervlinder ken ik nog wel van vorig jaar. Toen zat ik ook al uren te turen in mijn Veldgids dagvlinders om zeker te weten dat het toch geen alpenparelmoervlinder was. En dit jaar herhaalde het circus zich. Opnieuw zo’n donkere parelmoervlinder, nu gefilmd bij Staffa in de schaduw van de Monte Rosa, de hoogste berg van Italië. Ook de gids van Tom Tolman bood niet direct soelaas. Maar na veel kijken en turen meen ik dat die ene bewuste cel daar ergens halverwege de bovenvleugel geen rechte rand heeft. Oftewel: een bosparelmoervlinder. Mocht je menen dat het een toch een andere soort is, reageer gerust.

Groene keizersmantel




Dacht ik me daar een nieuwe vlindersoort te filmen daar langs een ontzettend smal bergweggetje in Noord-Italië. Eentje waar ik ook nog eens halsbrekende toeren voor moest uithalen. Klauteren over een stuk helling waar een rotslawine had plaats gevonden. En dan ook nog een braamstruiken en andere gemeen prikkende planten trotseren. En toen bleek het thuis de keizersmantel te zijn! Een vlinder die ik inmiddels in elk buitenland wel heb gefilmd. Maar dit is wel een andere: groen van onder en geelgrijzig van boven. Een vrouwtje dus. In die zin dus wel nieuw, want deze kleurtint had ik nog niet. En de kinderen waren ook blij zoals je kunt horen, want ik had ze voor een nieuwe soort een ijsje beloofd.

Dambordje naar de onderkant




Op de bergweiden in Noord-Italië wemelde het van de dambordjes. Zo veel zag er eerder alleen in de Haute-Savoie in Frankrijk. Het dambordje dat ik filmde zat een minuut lang stil op een klaver. Waardoor de onderkant goed zichtbaar werd. Vaak is de onderkant van een vlinder nog mooier dan de bovenkant. Bekijk een parelmoervlinder maar eens van onderen. De ene soort ziet er nog fraaier uit dan de andere.

Westelijke smaragdhagedis




Op de berg de Mottarone tussen het Lago Maggiore en Ortameer zagen we niet alleen dagvlinders. Op een zonnige dag kwam er plotseling ook een westelijke smaragdhagedis tevoorschijn in het hoge gras. Hij poseerde even, zag het aan en flitste toen weer weg. Onder een enorme vlinderstruik zagen we ook het vrouwtje.

Koningspage in Val Grande

Het eerste wat ons opviel toen we Noord-Italië binnenreden waren de enorme vlinderstruiken die overal in het wild groeiden. Dat zie je in Nederland niet vaak. Langs de kant van de weg, in de bergen, aan de oever van het meer, overal vlinderstruiken. Maar veel vlinders op de bloemen zagen we zelden. Zal wel een kwestie van te veel aanbod zijn. Gelukkig zag ik nu en dan wel zo’n schitterende koningspage op een bloem van een vlinderstruik. Zoals deze die minutenlang op één bloem bleef zitten:

Geraniumblauwtje in Orta San Guilio

Het geraniumblauwtje hoort niet Europa thuis. Dat ontdekte ik toen ik meer ging lezen over dit blauwtje. Het komt van oorsprong in Zuid-Afrika voor en kwam met geraniums mee over naar Europa. Waar het in het zuiden een plaag zou vormen. Daar filmde ik er een paar, rond het Ortameer. Vorige week las ik dat er voor het eerst in Groningen een geraniumblauwtje is gezien. Noordelijker werd hij niet eerder gezien. Duidelijk een vlinder in opmars, een lange mars naar het noorden. Maar daarvoor moet het wel warm weer zijn. Het is immers een tropisch beestje. Gezien de opwarming van het klimaat zou de toekomst wel eens aan het geraniumblauwtje kunnen zijn, dus neem hem goed in je op:

De Spaanse vlag

De Spaanse vlag in het filmpje hieronder filmde ik in Noord-Italië. In Nationaal Park Val Grande om precies te zijn. Nee, het is geen vlag aan een mast, het is een nachtvlinder die ik overdag zag vliegen. Eerst in een soort van tunnel, maar hij schrok van me en vluchtte toen omhoog om op een uitstekende rots te blijven zitten. Ik moest halsbrekende toeren uithalen om hem te filmen en dan is de voldoening des te groter dat het lukt. Halverwege mijn acrobatiek stak een stel wandelaars hun koppen over de reling. Wat ik aan het doen was? Ik antwoordde in mijn beste Engels: ‘I observe a buttterfly, in Dutch called the Spanish flag.’ Wat dit nu weer voor steenkolen-engels was weet ik niet, noodzakelijk was allerminst. De koppen gingen weer terug en terwijl het stel verder liep legde de vader in sappig Vlaams aan zijn zoon uit dat er een vlinder zat. Ik verzeker je dat de Spaanse vlag niet zomaar een vlindertje is. Dit is een imposant grote vlinder met een schitterend lijnenspel op zijn vleugels. Een collega fotografeerde er ooit een in het Limburgse land en ik nam me voor deze vlinder ook te gaan zoeken. Wat in Italië wonderwel lukte. Toen ik een paar uur later de rots weer passeerde, zat hij er nog. Wachtend op de schemering, denk ik.