Over een mannetje middelste zaagbek

De Oesterdam is een van de dammen die de Oosterschelde lelijk in stukken snijden. Links is het water inmiddels helemaal verzoet, rechts kolkt de Oosterschelde, maar lang zo krachtig niet meer als voorheen. Dat neemt niet weg dat de Oesterdam een goede locatie is om vogels te kijken. Op de uitgestrekte slikgebieden die bij eb droogvallen, wemelt het van de steltlopers. Aan de binnenzijde kun je soms verrassende waarnemingen doen. Een poelruiter bijvoorbeeld, of zomaar een groep lepelaars. Op windstille dagen in najaar of winter is het helemaal genieten. Ten zuiden van de Bergse Diepsluis is het water dan spiegelglad. Middelste zaagbekken, futen of rotganzen zwemmen op het water. Wandel er eens rond, of ga eens een poosje op het talud zitten, dit is de Oosterschelde op zijn best. Lees verder

Kokmeeuwen in de Bergse Diepsluis

Op Facebook reageerde Roland-Jan Buijs: ‘Hi Jako, mogelijk dat dit een door mij in 2003 geringd nestjong betreft uit de Schakerlooppolder die overwintert daar en zit vaak op die steiger. Mvg RJ’.  Hij doelt op het broedeiland in de karrenvelden aan de andere kant van de dijk waar kokmeeuwen en een enkele zwartkopmeeuw broeden. Helemaal zeker is dat dus niet, want de ring is met geen mogelijkheid af te lezen. Trouwens, wil je eens een geringde vogel melden, lees dan mijn blog met praktische aanwijzingen.

De kleine zilverreiger in Nederland

Wie zich een voorstelling kan maken van het Nederland in oude tijden, die moet wel tot de overtuiging komen dat de kleine zilverreiger een inheemse soort is. Je hoeft niet heel lang terug in de tijd om je ontoegankelijke moerasgebieden, uitgestrekte kwelders en verlaten duingebieden in te denken. En hoe dichterbij de kust hoe meer zoute kwel er omhoog sijpelde. Nederland moet toch een ideaal leefgebied zijn geweest voor de kleine zilverreiger. Uitgezonderd dan de soms heel strenge winters, want de kleine zilverreiger legt bij strenge en aanhoudende vorst massaal het loodje. Maar goed, de kleine zilverreiger stierf in Nederland uit. Jacht, strenge winters of achteruit gang van de leefgebieden? Het duurde tot 1979 voordat het eerste broedpaar zich weer meldde in onze contreien. Lees verder

Hoe blijven watervogels droog?

Een kaal sujet als de mens legt in de winter al snel het loodje als hij ongekleed de weide wereld in zou trekken. Zelfs in de andere seizoenen is het niet zeker dat een naakte sapiens zal overleven. Ongekleed is niet alleen koud, maar ook onbeschermd. Onze huid is nu eenmaal niet zo’n pantser als dat van een krokodil. Nee, de mens is maar een hulpeloos wezen in vergelijking met al die andere wezen op aarde. Wezens die zich perfect hebben aangepast om in de buitenlucht te overleven. Onder omstandigheden die soms best bar zijn.

Hoe blijven watervogels droog?

Neem nu deze slobeend. Het is een mannetje, dat zie je aan zijn verenkleed. Een donkergroene kop, witte borst en roestbruine flanken. Het grootste deel van de dag dobbert hij op het water. Al dan niet met zijn kop onder de waterspiegel. Je zou denken dat hij het steenkoud moet hebben op een dag eind november. En toch blaakt hij van gezondheid, althans zo op het eerste gezicht. De eerste vraag die in je op kan komen is: hoe overleeft zo’n kleine eend de winter? En de volgende: hoe blijven watervogels droog?  Lees verder

Kluten in de winter




Nee, kluten zijn geen wintervogels die voldoen aan de definitie van de bekende schrijver en vogelaar Lars Johnsson. In zijn kloeke boek Wintervogels doet hij verslag van de vogels die hij in de winter vanuit zijn raam ziet. En dat raam bevindt zich ergens in Zweden. Nu kun je als ik goed kijk naar het verspreidingskaartje in de ANWB Vogelgids van Europa ook in Zweden kluten zien. In het meest zuidelijke puntje van het Zweedse vasteland. Zeker weten dat die kluten in de winter als een van de eerste vogels wegtrekken. Zo ver noordelijk valt de vorst al snel in en aan vorst heeft de kluut een hekel. Kluten in de winter zullen in Zweden een zeldzaamheid zijn.

Nee, Lars Johnsson doet in zijn boek verslag van allerlei soorten roofvogels, spechten en zangvogels die hij rond zijn huis ziet. Ik vind er behoorlijk spectaculaire soorten tussen staan hoor. Denk maar eens aan de grijskopspecht, zwarte specht, patrijs, pestvogel, notenkraker, grauwe gors en sneeuwgors. Voor dat soort vogels in de tuin teken ik direct. Lees verder

De witbuikrotgans in Nederland

De rotgans broedt in het Hoge Noorden van Europa, Azië en Noord-Amerika. En overwintert een stuk zuidelijker. Een van de drie ondersoorten overwintert in ons land: de zwartbuikrotgans. De zwartbuikrotgans is ‘onze’ rotgans. Hij broedt op het Taimyrschiereiland in het uiterste noorden van Rusland. In dit onherbergzame gebied verrichte Barwolt Ebbinge onderzoek naar de relatie van de rotgans tussen sneeuwuil, poolvos en lemmingen. Wat bleek: in een lemmingenarm jaar, vingen sneeuwuil en poolvos meer rotganskuikens dan in lemmingenrijke jaren. En toch broedt de rotgans dichtbij sneeuwuilen. Want: de fanatieke wijze waarop de sneeuwuil zijn nest verdedigt, vergroot de veiligheid van het rotganzennest. Dat de sneeuwuil ook af en toe een rotganskuiken rooft wordt op de koop toegenomen. Lees verder

Rotganzen zwemmen voorbij




De Grevelingendam in Zeeland is een van de locaties waar je rotganzen kunt zien. Soms staan ze midden op het slik. Een andere keer zwemmen ze voorbij in het ondiepe water. Af en toe steken ze hun kop onder water om een stuk zeesla te nuttigen. In mijn artikel over rotganzen aan de Nederlandse kust lees je meer over deze interessante vogel. Wist je dat de rotgans in een paar dagen tijd van het Hoge Noorden naar hier komt vliegen in oktober? En dat hij dezelfde route in even zo weinig dagen aflegt in mei? Oersterke vogels zijn het. Overlevers onder barre omstandigheden. Denk daar maar eens aan als je een rotgans voorbij ziet zwemmen:

De beste verrekijkers voor kinderen: