Westelijke smaragdhagedis




Op de berg de Mottarone tussen het Lago Maggiore en Ortameer zagen we niet alleen dagvlinders. Op een zonnige dag kwam er plotseling ook een westelijke smaragdhagedis tevoorschijn in het hoge gras. Hij poseerde even, zag het aan en flitste toen weer weg. Onder een enorme vlinderstruik zagen we ook het vrouwtje.

Koningspage in Val Grande

Het eerste wat ons opviel toen we Noord-Italië binnenreden waren de enorme vlinderstruiken die overal in het wild groeiden. Dat zie je in Nederland niet vaak. Langs de kant van de weg, in de bergen, aan de oever van het meer, overal vlinderstruiken. Maar veel vlinders op de bloemen zagen we zelden. Zal wel een kwestie van te veel aanbod zijn. Gelukkig zag ik nu en dan wel zo’n schitterende koningspage op een bloem van een vlinderstruik. Zoals deze die minutenlang op één bloem bleef zitten:

Geraniumblauwtje in Orta San Guilio

Het geraniumblauwtje hoort niet Europa thuis. Dat ontdekte ik toen ik meer ging lezen over dit blauwtje. Het komt van oorsprong in Zuid-Afrika voor en kwam met geraniums mee over naar Europa. Waar het in het zuiden een plaag zou vormen. Daar filmde ik er een paar, rond het Ortameer. Vorige week las ik dat er voor het eerst in Groningen een geraniumblauwtje is gezien. Noordelijker werd hij niet eerder gezien. Duidelijk een vlinder in opmars, een lange mars naar het noorden. Maar daarvoor moet het wel warm weer zijn. Het is immers een tropisch beestje. Gezien de opwarming van het klimaat zou de toekomst wel eens aan het geraniumblauwtje kunnen zijn, dus neem hem goed in je op:

De Spaanse vlag

De Spaanse vlag in het filmpje hieronder filmde ik in Noord-Italië. In Nationaal Park Val Grande om precies te zijn. Nee, het is geen vlag aan een mast, het is een nachtvlinder die ik overdag zag vliegen. Eerst in een soort van tunnel, maar hij schrok van me en vluchtte toen omhoog om op een uitstekende rots te blijven zitten. Ik moest halsbrekende toeren uithalen om hem te filmen en dan is de voldoening des te groter dat het lukt. Halverwege mijn acrobatiek stak een stel wandelaars hun koppen over de reling. Wat ik aan het doen was? Ik antwoordde in mijn beste Engels: ‘I observe a buttterfly, in Dutch called the Spanish flag.’ Wat dit nu weer voor steenkolen-engels was weet ik niet, noodzakelijk was allerminst. De koppen gingen weer terug en terwijl het stel verder liep legde de vader in sappig Vlaams aan zijn zoon uit dat er een vlinder zat. Ik verzeker je dat de Spaanse vlag niet zomaar een vlindertje is. Dit is een imposant grote vlinder met een schitterend lijnenspel op zijn vleugels. Een collega fotografeerde er ooit een in het Limburgse land en ik nam me voor deze vlinder ook te gaan zoeken. Wat in Italië wonderwel lukte. Toen ik een paar uur later de rots weer passeerde, zat hij er nog. Wachtend op de schemering, denk ik.

Franciscus en zijn heilige berg

Deze zomer waren we op vakantie bij het Ortameer, het kleinere zusje van het veel bekendere Lago Maggiore in Noord-Italië. Het is er een stuk rustiger én: je kunt er een heilige berg beklimmen. De Sacro Monte, geheel gewijd aan de heilige Franciscus van Assisi. Twintig kapellen vertellen zijn verhaal in prachtige fresco’s en honderden beelden. Felicia Dekkers, auteur van de reisgids Franciscus, Sacro Monte en het Ortameer wees me op het Ortameer. Ik moest haar beloven dat ik een filmpje zou maken. En vandaag los ik die belofte in. In het filmpje hieronder zie je beelden van de Sacro Monte, Orta San Guilio en het Ortameer.

Phegeavlinder

In het oosten en zuiden van Nederland kom je ze weleens tegen: phegeavlinders. Nachtvlinders die overdag vliegen. Een zwarte vlinder met witte stippen en op het zwarte lijf een tweetal gele compartimenten. En op de voelsprieten een wit uiteinde. ‘Mijn’ phegeavlinders filmde ik in Noord-Italië waar het er op sommige plekken van wemelde.

Kleine parelmoervlinder op de Mottarone




Ben je bij het Lago Maggiore op vakantie, ga dan zeker een keer de Mottarone op. Je hebt vanaf deze berg een spectaculair uitzicht over de meren rondom, inclusief het Ortameer aan de andere zijde. En wat minstens zo spectaculair is, is de alpencoaster van Alpyland. Pas remmen als je beneden bent, is mijn advies. En over spectaculair gesproken: in de zomer zie je op de hellingen massa’s vlinders, waaronder deze kleine parelmoervlinder. Een echte vakantievlinder die je herkent aan de grote witte vlekken op de ondervleugels en de vele zwarte stippen op de bovenzijde.

Mijn dagvlinder van vandaag: het tweekleurig hooibeestje

Het hooibeestje heeft de naam een wat saai insect te zijn. Bruingrijs, onopvallend en ook nog eens meestal met zijn vleugels dicht. Maar je hebt hooibeestjes en hooibeestjes. Neem nu eens het alpenhooibeestje. Die is al een stuk mooier met die witte band en oogvlekken op de ondervleugel. En dan is er ook nog het tweekleurig hooibeestje, de dagvlinder van vandaag. Die is nog een stuk mooier vind ik. Het wit een stuk opvallender, evenals de oogvlekken die ook nog eens dubbel omrand zijn. Zowel het alpenhooibeestje als het tweekleurig hooibeestje filmde ik hoog in de bergen. Voor mij zijn het dus echte bergvlinders, hoewel ik in mijn vlindergids lees dat hij ook veel lager voorkomt. Voortaan dus ook de hooibeestjes maar waarderen!

Eindelijk een geelsprietdikkopje!

In Noord-Italië wemelde het van de dikkopjes. Veel grote dikkopjes en spiegeldikkopjes. Het zo vurig gehoopte geelsprietdikkopje bleek telkens of een groot dikkopje of een zwartsprietdikkopje. Tot we terug kwamen van een bergwandeling bij Staffa en we twee dikkopjes in paarhouding zagen zitten. Zowaar, de knoppen van de voelsprieten waren op het uiteinde helemaal geel! Wel wat weinig geel, dus ik heb me drie slagen in de rondte gezocht op internet en in veldgidsen. Veel geelsprietdikkopjes hebben meer geel op de knop, maar een aantal ook de hoeveelheid geel zoals in deze opname:

 

De iepenpage

In Nederland is de iepenpage zeldzaam, hoewel hij door zijn verborgen leefwijze snel over het hoofd wordt gezien. Vermoedelijk zijn er meer leefgebieden dan gedacht. In Staffa, een bergdorp in Noord-Italië, kwam ik deze tegen naast een rustig wandelpad. Iepen heb ik er niet zien staan, wel veel naaldbomen. Maar het is toch echt een iepenpage, want, zo zegt mijn veldgids, ‘de witte lijn vormt een duidelijke W.’