Is dit een spiegeldikkopje?

Een van de eerste dagvlinders die ik deze zomer in de Italiaanse Alpen bij het Ortameer filmde, was de vlinder die je hieronder kunt bekijken. Ik dacht (en denk) meteen aan een spiegeldikkopje, maar er is iets bijzonders aan de hand. In de beste gids voor vlinderliefhebbers, Dagvlinders. Veldgids voor Europa en Noordwest-Afrika zie ik namelijk dat het spiegeldikkopje een gele onderkant met witte vlekken erin heeft. En dat is bij dit dikkopje heel anders. Deze onderkant is juist donkerbruin met gele vlekken erin. Hoe vaak ik ook door de vlindergids blader, een gelijkende vlinder kan ik niet vinden.

Inderdaad, een spiegeldikkopje met een genetische afwijking

Gelukkig hebben we daarvoor de sociale media. Een berichtje op Facebook geplaatst en een paar mensen reageerden al heel snel. Dit is inderdaad een spiegeldikkopje in een afwijkende vorm. Ik las dat ook al in het bijzonder aardige boek De allerleukste insecten encyclopedie. Eens in de zoveel duizend keer treedt er bij insecten (en bij andere diersoorten) een genetische afwijking op. Dan kruipen er opeens knalroze sprinkhanen uit het ei. Echt waar, dat bestaat echt. Dat fenomeen heet met een moeilijk woord erythrisme. Kennelijk heb ik dus een spiegeldikkopje met een genetische afwijking gefilmd. Een onderzijde die anders gekleurd is dan ‘normaal’. Stel je nu eens voor dat deze afwijkende vorm om welke reden dan ook beter weet te overleven dan de gangbare, dan kan het zomaar zijn dat er een nieuwe ondersoort is geboren. Zo kan het gaan in de natuur en niemand minder dan Charles Darwin ontdekte dit verschijnsel dat we evolutie noemen.

Lees verder

Wespennest in de Italiaanse Alpen

Lok vlinders en bijen naar uw tuin: bestel Vivara insectenhuisjes!

Sommige weken in november leveren maar weinig beelden op. Nat, veel wind en dan ook nog eens druk met andere verplichtingen. Dan ben ik blij dat ik nog wat beelden ‘op de plank’ heb liggen. Van dit charmante wespennestje bijvoorbeeld, hoog in de Italiaanse Alpen. Ik was er met mijn lompe wandelschoenen zeker aan voorbij gewandeld, maar mijn kinderen hadden het wespennestje wel in de smiezen.  Lees verder

Waarom kunnen we niet zonder insecten?




Er is veel te doen om de insecten. De afgelopen weken verschenen er tal van artikelen over de enorme achteruitgang van het aantal insecten in ons land (en in de ons omringende landen). Ten opzichte van een aantal jaar geleden leven er de helft minder insecten in ons land. Let op: het gaat hier niet om het aantal soorten, maar om alle insecten, geeft niet welke soort. De onderzoekers analyseerden namelijk het gewicht aan gevangen insecten dat ze jaar na jaar vingen. En dat liep dus met de helft terug. En dat is dramatisch.

Samenwerken met bijen

Vanmorgen opende ik dagblad Trouw en stuitte ik op een interessant artikel met als kop ‘Bessen telen doe je samen met bijen.’ Dan denk je: de telers zullen wel gebruik maken van honingbijen. Dat klopt, maar dat is maar een deel van de werkelijkheid. Uit onderzoek blijkt namelijk dat telers het beste met een mix van bijen kunnen werken. Naast honingbijen dus ook wilde bijen inzetten. De reden? De eigenschappen van verschillende soorten bijen vullen elkaar mooi aan. De ene bij vliegt pas uit bij hogere temperaturen, terwijl een metselbij al uitvliegt bij lagere temperaturen, en ook bij bewolking en wind. En daarom experimenteert een aantal telers nu ook met wilde bijen. Die een stuk lastiger te houden zijn dan honingbijen, maar het blijkt dat het best kan. En wel met zogenaamde bijenhotels. Blokken hout met daarin gaatjes geboord. In die gaatjes leggen de metselbijen een eitje en dan metselen ze het gaatje dicht. Het eitje komt uit, de larve knaagt zich een weg naar buiten en een metselbij is geboren, klaar om te gaan bestuiven. En bij slecht weer schuilen de metselbijen in de gaatjes. Waarom kunnen we niet zonder insecten? Omdat ze nuttig zijn voor ons mensen. Ze zorgen voor bestuiving. Mooi, einde verhaal, stop hier maar. Of toch niet? Lees verder

Verschil tussen vrouwtje en mannetje morgenrood

De morgenrood is een feloranje dagvlinder die in Midden- en Zuid-Europa voorkomt. Ik filmde deze tijdens de zomervakantie in Noord-Italië. Zou je alleen de bovenzijde zien, dan meende je een rode vuurvlinder te zien. Maar de onderzijde van de ondervleugels bieden uitkomst: zie je er een met witte vlekjes op de ondervleugels, dan weet je: morgenrood. Evenwel zijn alleen de mannetjes feloranje. Bij de vrouwtjes is het oranje donkerder en bovendien bezet met donkere vlekken. Helaas in Nederland een dwaalgast. Vermoedelijk altijd al geweest en met al die intensieve landbouw in de Lage Landen is de kans dat hij zich hier meldt vrij klein. In dit filmpje zie je eerst een vrouwtje, daarna een mannetje:

Ooit gehoord van de langsteelgraafwesp?

Heb jij ooit gehoord van de langsteelgraafwesp? Ik niet, dus ik keek vreemd op toen ik op de Sacro Monte (heilige berg) in Orta San Guilio bij het fonteintje een stel vreemde wezens bezig zag. Ze groeven in de grond, meer zag ik in eerste instantie niet. Merkwaardige beesten moet je altijd filmen, dus ik met mijn knieën in de modder. Toen zag ik dat de vreemde wezens modderballetjes aan het draaien waren. Vast voor hun nest, en dat klopt, zo las ik net. De langsteelgraafwesp (gevonden via de gids Insecten uitvergroot) die ik zag hebben niet eens een Nederlandse naam. Wel een Latijnse: Sceliphron caementarium. Echt bijzondere insecten! Dit filmpje moet je echt even bekijken:

Bonte kraaien in Orta San Guilio

Wat ik niet wist, weet ik nu: dat je bonte kraaien kunt zien in Noord-Italië. Natuurlijk, vogels hebben vleugels, dus vliegen ze alle kanten uit. Nee, zo bedoel ik het niet. De bonte kraai is een inheemse soort in Italië. Terwijl ik meende dat bonte kraaien alleen in het noord-oosten van Europa voorkwamen. Dit stel bonte kraaien filmde ik in het middeleeuwse stadje Orta San Guilio waar je de bonte kraaien op de daken ziet zitten. En soms aan de oevers van het meer. En ‘s avonds vlogen ze in grote groepen richting de heuvels.

Bosparelmoervlinder




De bosparelmoervlinder ken ik nog wel van vorig jaar. Toen zat ik ook al uren te turen in mijn Veldgids dagvlinders om zeker te weten dat het toch geen alpenparelmoervlinder was. En dit jaar herhaalde het circus zich. Opnieuw zo’n donkere parelmoervlinder, nu gefilmd bij Staffa in de schaduw van de Monte Rosa, de hoogste berg van Italië. Ook de gids van Tom Tolman bood niet direct soelaas. Maar na veel kijken en turen meen ik dat die ene bewuste cel daar ergens halverwege de bovenvleugel geen rechte rand heeft. Oftewel: een bosparelmoervlinder. Mocht je menen dat het een toch een andere soort is, reageer gerust.

Groene keizersmantel




Dacht ik me daar een nieuwe vlindersoort te filmen daar langs een ontzettend smal bergweggetje in Noord-Italië. Eentje waar ik ook nog eens halsbrekende toeren voor moest uithalen. Klauteren over een stuk helling waar een rotslawine had plaats gevonden. En dan ook nog een braamstruiken en andere gemeen prikkende planten trotseren. En toen bleek het thuis de keizersmantel te zijn! Een vlinder die ik inmiddels in elk buitenland wel heb gefilmd. Maar dit is wel een andere: groen van onder en geelgrijzig van boven. Een vrouwtje dus. In die zin dus wel nieuw, want deze kleurtint had ik nog niet. En de kinderen waren ook blij zoals je kunt horen, want ik had ze voor een nieuwe soort een ijsje beloofd.

Dambordje naar de onderkant




Op de bergweiden in Noord-Italië wemelde het van de dambordjes. Zo veel zag er eerder alleen in de Haute-Savoie in Frankrijk. Het dambordje dat ik filmde zat een minuut lang stil op een klaver. Waardoor de onderkant goed zichtbaar werd. Vaak is de onderkant van een vlinder nog mooier dan de bovenkant. Bekijk een parelmoervlinder maar eens van onderen. De ene soort ziet er nog fraaier uit dan de andere.