Pronkstukken uit Egypte

Gisteren kondigde ik al de andere opname vanonder mijn camouflagedoek aan: die van de nijlgans die nietsvermoedend voorbij paradeert. Tot nu toe oogst ik vooral ganzen vanonder mijn camouflagedoeken. Het wordt tijd dat er een meer verfijnde soort voorbij komt scharrelen, vind ik.

Over verfijnd gesproken: ik heb de prachtige studie over de dwergstern van René Beijersbergen uit, het is nu tijd voor iets lichter genre: Buiten! van boswachter Arjan Postma. Dit is een erg gezellig boek kan ik je zeggen. Leuk geschreven, humoristisch en je steekt er nog eens iets van op. Zo leerde ik over de nijlgans dat die beesten al in de Gouden Eeuw vanuit Egypte naar Nederland zijn getransporteerd om hier dienst te doen als pronkstuk. Inderdaad zie je hier en daar op een oud schilderij een nijlgans pronken. Wat zeg ik, een pagina verderop in Buiten! deelt Arjan Postma zelfs mee dat de nijlgans al in de middeleeuwen hierheen is gehaald en dat ze in de jaren zestig van de vorige eeuw in behoorlijke mate zijn ontsnapt. De nijlgans is nu talrijker dan in Afrika, waar hij met uitsterven wordt bedreigd. Voor wie zich inzet voor weidevogels heeft Postma goed nieuws: waar een nijlgans broedt, broedt binnen de kortste keren ook een grutto, kievit of tureluur. Laat maar komen die agressiefste onder de ganzen! Mijn goede vriend Sjaak wist trouwens te vertellen dat nijlganzen ook een zegening zijn voor de zeearend. In tegenstelling tot andere ganzen blijft de nijlgans volgens hem zitten als een jagende zeearend over komt flappen. Maar van een blazende en grommende nijlgans raakt de zeearend niet in de war. Zijn klauwen erin en het blazen stopt alras.

top 10 de allerlaatste

Zingende rietgors

En zo paradeerde ik zaterdagochtend om zeven uur door de Donkse Laagten. Grutto’s schalden hoog in de lucht, tureluurs vlogen verstoord op, krakeenden idem en helaas zag ik ook de vier goudplevieren te laat. Ook zij kozen het luchtruim. Aan de rand van de sloot bleek het aardig droog en na verwijderen van de hoogste grassprieten een ideale plek om eens flink onder mijn camouflagedoek te gaan liggen. Vier meter doek met aan één kant de kijkgaten, zie dat maar eens netjes over je heen te draperen, dat valt nog niet mee. Uiteindelijk lag ik eronder, camera in de aanslag en wachten maar. Ook dat valt niet mee. Tureluurs, goudplevieren en krakeenden keerden niet terug. Slechts een rietgors bleef trouw aan het struikje in zijn rietdomein. En mocht je nu denken dat ik een beetje hees lig te brommen daar onder dat kleed… dat zijn nijlganzen die vlak voor me neerstreken. Kijk, dat dan weer wel. Weer van die akelige ganzen! Zat ik in het Spui bij Ooltgensplaat onder mijn doek op de uitkijk voor de ijsvogel en kreeg ik slechts een stel boerenganzen voor de lens, hier lag ik voor grutto en tureluur op de koude grond en kreeg ik een stel nijlganzen voor mijn snufferd. Ze schuifelden wel mooi langs hoor. Zo’n liggende positie levert een prachtig perspectief op. Dat ga ik vaker doen, maar dan ook nog met een camouflagemasker op. Want die verrekte beesten zagen mijn tronie zelfs dwars door dat kleine kijkgat! Weg waren ze.

Nu eerst die rietgors; de nijlganzen volgen later deze week.

recensies van de beste vogelboeken

 

 

Over mijn zoektocht naar de ijsduiker in Den Haag

Zoals je ziet prijkt onder dit bericht een opname van een nijlgans. Zo’n exoot uit verre landen, tegenwoordig een gewillige prooi voor zeearenden in de Hollandse delta. Het is een fraai dier. Vrouw en kinderen zijn onder de indruk van zijn verschijning. Ik vind hem ook wel mooi, zo in de stromende regen, maar liever had ik over de Trekvaart achter de nijlgans de ijsduiker voorbij zien peddelen. Want speciaal voor deze bijzondere wintergast reisde ik vanmorgen af naar Den Haag. De wateren rond treinstation Den Haag HS heb ik vanwege de gestage regen met de auto afgespeurd. Zelf kan ik nog wel een druppeltje hemelwater velen, maar mijn videocamera legt al snel het loodje in natte omstandigheden. Wil je de ijsduiker in Den Haag gaan bekijken, kies dan een droog moment uit. Ga in ieder geval te voet, te fiets of op de brommer zodat je alle hoekjes kunt afspeuren. Bijkomend voordeel van droog weer is dat dan ook andere vogelaars actief zijn. Zie je een groen gekleed persoon met verrekijker of kanon van een fotocamera rondlopen, dan heb je een collega ontmoet. En vragen staat altijd vrij. Laakhaven, Binckhorst en de Trekvliet (Haagvliet), daar zwemt de ijsduiker zijn rondjes en vist hij rivierkreeften uit het water. Het moet een bijzonder tafereel zijn hoor. De wateren in de Haagse binnenstad zijn erg smal, de ijsduiker komt haast over je schoenen zwemmen. Tot kwart over tien gaf ik mezelf zodat ik om half elf op ons kantoor in Zoetermeer kon zijn. Kwart over tien verstreek en de schone belofte van een ijsduiker aan mijn voeten werd niet vervuld. Wel een nijlgans dus, nou ja, ook mooi zoals je ziet. Toen ik verslag uitbracht aan mijn collega’s en ik waarneming.nl opende, was de eerste melding zojuist ingevoerd.

nieuwe natuuurboeken

Vogels kijken in de stad
Wat me tijdens mijn tocht door de Haagse binnenstad opviel, was het grote aantal vogels dat je ziet. Het zijn weliswaar meestal niet de meest bijzondere vogels, maar de close-up van de nijlgans toont aan dat ook gewone vogels mooi zijn. Het vraagt alleen andere aandacht van je. Aandacht voor verenkleed, kleur ogen of gedrag in plaats van de focus op zeldzame soorten. Sportvissers hebben allang ontdekt dat je in binnensteden vaak prima kunt vissen zonder dat je meteen altijd kanjers van karpers omhoog takelt. Urban fishing wordt dat genoemd in tijdschriften over sportvissen. Urban birdwatching lijkt me een mooie tegenhanger voor vogelaars. Lekker genieten van meerkoet, waterhoen, halsbandparkiet, fuut, kokmeeuw, zilvermeeuw, spreeuw, kauw en aalscholver. Terug naar de essentie van vogels kijken: gewoon genieten van een mooi dier. Probeer het maar eens.