Tagarchief: Leidschendam

Toen er nog ijs lag

Toen er nog ijs lag, was het halverwege vorige week. Woensdag welteverstaan. En toen zat ik prinsheerlijk alleen in de Vogelknip aan de Starrevaart bij Leidschendam. Met het rumoer van het verkeer op de achtergrond had ik uitzicht op honderden watervogels. De ijsvogel streek neer in de struik naast de hut en haastte zich weg toen ik me te veel bewoog. Een brilduiker scharrelde aan de kant haar kostje bij elkaar. Futen dreigden naar elkaar. Een blauwe reiger streek op een van de eerste paaltjes neer. Wintertalingen en smienten dromden te samen op het smeltende ijs. En dan de slobeenden nog. Veel slobeenden die bij aankomst heerlijk aan het slobberen waren. Dat tafereel kon ik nog filmen. Even later spatte de groep uit elkaar; de leden van de groep zwommen alle kanten uit en helaas niet in de richting van de hut. Waar de slobeend zijn naam aan te danken heeft? Aan zijn brede slobsnavel natuurlijk. Hoe hij die gebruikt zie je in deze opname:

de-uitvinder-van-de-natuur-23

 

Roodborst in de rietkraag

Opvallend veel roodborsten zie ik deze winter in rietkragen. Het lijkt wel alsof de roodborst in de winter verandert in een rietvogel. Dit fraaie exemplaar warmt zich op in de ochtendzon in een rietkraag langs de Starrevaart bij Leidschendam. Een uurtje later zag ik er ook een aantal in de Rietputten, ook al zo’n mooi natuurgebied. Evenals gisteren wend ik me ook nu tot Hans Dorrestijn die in zijn Vogelgids over de roodborst schrijft: ‘Soms zit het Roodborstje dat in mijn tuin woont, op een takje van de kornoelje door het raam naar binnen te kijken, de pientere kraaloogjes op mij gevestigd. Je zou zweren dat het weet wie ik ben. Dat is een prettig gevoel voor iemand die dat zelf niet zo goed weet.’ Dit citaat zegt evenveel over de roodborst als over de auteur. Zijn natuurboeken zijn heerlijk leesvoer voor wie houdt van zelfspot, sarcasme en vogels.

vogelmemory