De eerste grutto in de Starrevaart?

Vorige week bezocht ik de schitterende vogelkijkhut aan de rand van de Starrevaart bij Leidschendam weer eens. Hoef ik niet te werken en ben ik eens een keer in de buurt, dan maak ik altijd even tijd vrij voor De Vogelknip. Watervogels komen hier vlak onder de hut langs zwemmen. En op het eilandje naast de hut zit ook altijd van alles. En heb je geluk, dan strijkt er een ijsvogel neer op een tak naast een kijkgat, of vliegt er een roerdomp op uit de rietkraag. Dat laatste tafereel is mij helaas nog niet ten deel gevallen, maar ik hoorde het verhaal vrijdag van een oude heer naast me. Deze grutto vond ik op zich ook al bijzonder. Het was niet mijn eerste grutto van het jaar, die zag ik een paar uur eerder die dag. Maar wel mijn eerste grutto van zo dichtbij. Laat de lente maar beginnen, zou ik zeggen.

Wintertalingen op het ijs

Een kort bericht, omwille van de schaarse tijd vanavond. Wintertalingen vind ik een van de mooiste eenden die er zijn. De mannetjes welteverstaan. Kijk naar die blitse kop en de gele kont. Die gele kont, dat heb ik onthouden van de vogelexcursies in mijn jeugd. Daar wees de gids me altijd op. Gefilmd vanuit vogelkijkhut De Vogelknip in de Starrevaart.

Hebben blauwe reigers ook een tong?

Nou en of, ook blauwe reigers hebben een tong. De tong van een blauwe reiger zag ik niet eerde zo goed dan vanuit vogelkijkhut De Vogelknip in de Starrevaart bij Leidschendam. Wat wil je, hij streek neer op het eerste het beste paaltje voor de hut. En dan een lens die vijftig keer vergroot op zijne kop richten en dan komt die tong heus in beeld. De blauwe reiger is dan wel een heel gewone vogel, maar zo bezien is het toch een fraaie vogel?

Toen er nog ijs lag

Toen er nog ijs lag, was het halverwege vorige week. Woensdag welteverstaan. En toen zat ik prinsheerlijk alleen in de Vogelknip aan de Starrevaart bij Leidschendam. Met het rumoer van het verkeer op de achtergrond had ik uitzicht op honderden watervogels. De ijsvogel streek neer in de struik naast de hut en haastte zich weg toen ik me te veel bewoog. Een brilduiker scharrelde aan de kant haar kostje bij elkaar. Futen dreigden naar elkaar. Een blauwe reiger streek op een van de eerste paaltjes neer. Wintertalingen en smienten dromden te samen op het smeltende ijs. En dan de slobeenden nog. Veel slobeenden die bij aankomst heerlijk aan het slobberen waren. Dat tafereel kon ik nog filmen. Even later spatte de groep uit elkaar; de leden van de groep zwommen alle kanten uit en helaas niet in de richting van de hut. Waar de slobeend zijn naam aan te danken heeft? Aan zijn brede slobsnavel natuurlijk. Hoe hij die gebruikt zie je in deze opname:

de-uitvinder-van-de-natuur-23

 

Roodborst in de rietkraag

Opvallend veel roodborsten zie ik deze winter in rietkragen. Het lijkt wel alsof de roodborst in de winter verandert in een rietvogel. Dit fraaie exemplaar warmt zich op in de ochtendzon in een rietkraag langs de Starrevaart bij Leidschendam. Een uurtje later zag ik er ook een aantal in de Rietputten, ook al zo’n mooi natuurgebied. Evenals gisteren wend ik me ook nu tot Hans Dorrestijn die in zijn Vogelgids over de roodborst schrijft: ‘Soms zit het Roodborstje dat in mijn tuin woont, op een takje van de kornoelje door het raam naar binnen te kijken, de pientere kraaloogjes op mij gevestigd. Je zou zweren dat het weet wie ik ben. Dat is een prettig gevoel voor iemand die dat zelf niet zo goed weet.’ Dit citaat zegt evenveel over de roodborst als over de auteur. Zijn natuurboeken zijn heerlijk leesvoer voor wie houdt van zelfspot, sarcasme en vogels.

vogelmemory