Over kanoeten die hun voedselvoorraden om zeep helpen

De vogeltrek is begonnen en dat is aan de kust al heel zichtbaar. Steltlopers als bonte strandloper, kanoet en drieteenstrandloper melden zich weer op de plaatsen waar je ze mag verwachten. Hoewel één zwaluw geen zomer is, zal ook die ene bonte strandloper niet de winter aankondigen, maar toch. Eén bonte strandloper wist ik maar mooi te filmen en ik hoop dat er nog vele volgen.

Lees verder

Hoogwatervluchtplaats op de Grevelingendam

Vloed op de Grevelingendam en dus zoeken steltlopers de hoogwatervluchtplaats op. Bonte strandloper, scholekster, kanoet en bergeend zie je voorbij komen in dit filmpje:

De beste lichtgewicht verrekijkers van dit moment:

Kanoet voegt zich bij een groepje bonte strandlopers

Vandaag er weer op uitgetrokken met vriend Sjaak. Zeeland was het doel, zoals zo vaak. Na een aantal behoorlijk ijzige tussenstations belandden we achter Zierikzee, in de Prunje. Ook daar heerste het ijs, maar o geluk: er lag nog een ijsvrije sloot en dan is het in winterse tijden opletten geblazen. Want ijsvrij betekent voor steltlopers dat voedsel bereikbaar is. En jawel, op de oever van de ijsvrije sloot foerageerde een groepje bonte strandlopers.

Wat vrijwel alle vogels in deze winterse temperaturen kenmerkt is dat ze uit alle macht energie besparen. Ze blijven langer zitten, vliegen later op en vliegen een stuk korter dan normaal. Want energie is keihard nodig om de vorstperiode te overleven. Veel eten dus en uitrusten wanneer het kan of moet, maar zo kort mogelijk. Vooral veel eten dus, want eten is energie.  Lees verder

Lepelaars in de winter

Lepelaars die in een van de Nederlandse natuurgebieden broeden (en dat aantal neemt nog steeds toe), overwinteren voor het grootste deel niet in ons land. Vrijwel alle lepelaars vliegen aan het eind van de zomer naar het zuiden. Waarbij ongeveer 40% de winter doorbrengt in Zuid-Europa. In Frankrijk of Spanje bijvoorbeeld. De rest vliegt door naar gebieden diep in Afrika. Naar het befaamde waddengebied Banc d’Arguin bijvoorbeeld, ten westen van Mauritanië. Een van de bekendste onderzoekers van de trek van steltlopers is Theunis Piersma. Die meewerkte aan het boek Knooppunt Waddenzee en zelf ook een wonderschoon boek schreef over de trek van steltlopers: Reisvogels. In dit artikel gaat het me om de lepelaar die steeds vaker in Nederland de winter afwacht. Lees verder

Juveniele kanoet

Eerder deze week liet ik je al kennismaken met de kanoet die ik op de Grevelingendam filmde. De grijze vogel liep zomaar een paar meter voor me zonder op te vliegen. Liggend in het natte slik kon ik hem filmen. Ik ben er nog steeds best fier op. Maar toen. Toen meldde ik mijn kanoet op waarneming.nl. Een beetje op de automatische piloot en eerlijk is eerlijk: zonder dat ik over al dat soort details mijn hersens breek. Ik voerde hem op als adult in winterkleed. Dat vond ik al heel wat. Maar de dag was nog niet voorbij of ik kreeg een korte en doeltreffende melding: een juveniel. Oftewel: een jong exemplaar.

Waar herken je een juveniele kanoet aan?

Wel, dat is zo moeilijk nog niet. Ik heb er twee veldgidsen voor opengeslagen: de ANWB Vogelgids van Europa en Vogeldeterminatie. En die spreken elkaar niet tegen. Een juveniele kanoet herken je aan zijn grijze dekveren die een duidelijk schubpatroon vertonen, de duidelijk witte wenkbrauwstreep en de vrij korte grijsgroene poten. De auteurs van Vogeldeterminatie voegen daar aan toe: ‘Bovendelen strak geschubd, elke veer met een smalle donkere subterminale lijn en een smalle witachtige rand.’ Het is de laatste gids die de kanoet ‘een nogal saai ogende vogel’ noemt. Nee, inderdaad. Jammer hoor dat de kanoet geen rode ara is. Met de welgemeende verontschuldigingen van de kanoet uit het Hoge Noorden.

De kanoet in Nederland

Aan mijn serie over steltlopers voeg ik weer een nieuwe aflevering toe: de kanoet. Zelf pleeg ik nog altijd van kanoetstrandloper te spreken, maar ik zie dat in vogelgidsen de korte naam gemeengoed is. Dat scheelt weer een paar letters typen. De kanoet is een regelrechte wintergast aan de Nederlandse kust. De beste plek om deze steltloper te zien is de Waddenzee. Daar overwinteren tienduizenden kanoeten. En daar rusten even zo veel kanoeten uit op hun trektocht naar het verre zuiden. Ook op dammen en pieren kun je de kanoet tegenkomen. Vorig jaar had ik een fraaie ontmoeting op de Zuidpier en vandaag lag ik in de blubber van de Grevelingendam met mijn camera gericht op een eenzame kanoet.

Twee ondersoorten

Er zijn twee ondersoorten die elk in een andere deel van het Arctische gebied broeden. Je hebt de ondersoort uit Groenland en Noordoost-Canada. Deze ondersoort overwintert in West-Europa. En dan heb je de ondersoort uit West-Siberië. Deze ondersoort vliegt via de Waddenzee en Oosterschelde door naar West- en Zuid-Afrika. Deze wijsheid heb ik overigens niet van mezelf. Ik lees het allemaal in het Handboek Vogels van Nederland en België. Dit handboek is nieuw en ik merk dat ik er een uitstekende bron aan heb voor achtergrondinformatie over vogels in de Lage Landen. Lees verder

Kanoet rust uit onder een zilvermeeuw

Een mini-serie over steltlopers op de Brouwersdam deze week. Plaatste ik de voorbije dagen filmpjes van drieteenstrandlopers, bontbekplevier en scholekster, vandaag is de kanoet aan de beurt. Je krijgt alleen zijn rug en een deel van zijn kop te zien. Hij houdt zijn snavel namelijk tussen de veren. Een zilvermeeuw staat schuin achter hem en poetst zijn veren. Gek eigenlijk dat die zilvermeeuw de kanoet niet opeet. Klutenkuikens zijn in het voorjaar een gewaardeerd hapje van deze grote meeuwen, en die zijn op een gegeven moment niet zo heel veel kleiner dan een kanoet. Dat geldt in nog sterkere mate voor de drieteenstrandlopers die ook zo ongeveer onder de zilvermeeuw staan uit te rusten. Een snelle haal en de zilvermeeuw heeft een hapje te pakken. Maar zo gaat het er niet aan toe, daar op de Brouwersdam!

Kanoeten in de winter

Kanoeten in de winter. Niet heel bijzonder, want van deze steltloper verblijven er dan wel een aantal langs onze kust. Maar zo gek vaak heb ik ze nog niet gezien. Een waarneming in de Alblasserwaard zou enig opzien baren. En een waarneming in mijn jonge jaren op Tholen kan ik niet heugen. Terwijl ik een groep rotganzen aan het filmen was, kwam dit groepje kanoeten plotseling aanlopen. Op zoek naar voedsel, nu en dan stil staand om de veren te poetsen. Op de Brouwersdam geen opzienbarend fenomeen. Het leuke is wel dat de kanoeten relatief dichtbij komen. Ga rustig onder aan het talud zitten en geheid dat ze op een zeker moment voorbij marcheren. Evenals andere steltlopertjes trouwens.

 

Kanoeten op de vlucht voor de golven

Als een aantal weken kun je kanoeten bewonderen op de Brouwersdam. Ze scharrelen rond op het talud tussen Spuisluis en de duinen op het midden van de dam. Menig fotograaf ging al door de knieën voor deze steltlopers. Voorzichtig naar beneden sluipen, stil blijven zitten en wachten tot ze jouw kant opkomen. Zolang je niet beweegt, komen ze steeds dichterbij. Maar o wee! Spoelt een flinke golf het talud schoon, dan gaat ze er in een oogwenk vandoor. Zoals in deze opname:

Kanoet op de Zuidpier bij IJmuiden

Het was opkomend water en er stonden hier en daar groepjes steenlopers te rusten op de Zuidpier. Opeens viel mijn oog op iets dat geen steenloper was: een kanoet. Ook al van die taaie vogels die vanuit het hoge noorden komen aanvliegen. Sommige doen Nederland aan om aan te sterken. Na een paar weken vliegen ze verder naar het zuiden. Canadese en Groenlandse kanoeten overwinteren hier, vooral in de Waddenzee. Nooit geweten dat vogels uit Noord-Amerika hier overwinteren! Wat deze kanoet gaat doen, weet ik niet. Hij liet me wel heel dichtbij komen! Ik zat op nog geen drie meter afstand van hem en nog vloog hij niet op.

de beste vogelgidsen 2016