Ontdek de verschillen tussen een adulte en juveniele bontbekplevier

Het aantal broedparen in ons land (en in België) van de bontbekplevier verraste mij onaangenaam toen ik het Handboek Vogels van Nederland en België en de website van Sovon raadpleegde. In Nederland komen jaarlijks tussen de 300 en 360 paartjes tot broeden. In België slechts een schamele 5 tot 11 paar. De oorzaak? Je raadt het al: de mens met zijn alomtegenwoordige aanwezigheid. Onze stranden zijn vrijwel langs de hele kust bestemd voor recreatie. Zijn het geen vissers dan wel wandelaars met hun viervoeters. Funest voor kwetsbare grondbroeders als dwergstern, bontbekplevier en strandplevier. Want die broedden vanouds op de verlaten stranden aan onze kust.

De bontbekplevier laat zich langs de kust het best bekeken worden in de perioden maart tot en met mei voor de voorjaarstrek en in augustus en september. In Zeeland zie ik de bontbekplevier heel regelmatig. In gebieden als de Karrenvelden bij de Oesterdam, de Prunje, de Brouwersdam en op schelpenstrandjes langs de Oosterschelde. Nieuwe natuur blieft de bontbekplevier ook. Het tragische is dat nieuwe natuur na verloop van tijd zo nieuw niet meer is. En oude natuur groeit meestal dicht. En als de bontbekplevier aan iets een hekel heeft, dan is het wel aan hogere begroeiing. Kaal terrein, een beetje schelpachtig en ach, hier en daar een pluk zeekraal, dat is optimaal. In het binnenland mag je de zeekraal vervangen door andere kruiden. Lees verder

Juveniele kanoet

Eerder deze week liet ik je al kennismaken met de kanoet die ik op de Grevelingendam filmde. De grijze vogel liep zomaar een paar meter voor me zonder op te vliegen. Liggend in het natte slik kon ik hem filmen. Ik ben er nog steeds best fier op. Maar toen. Toen meldde ik mijn kanoet op waarneming.nl. Een beetje op de automatische piloot en eerlijk is eerlijk: zonder dat ik over al dat soort details mijn hersens breek. Ik voerde hem op als adult in winterkleed. Dat vond ik al heel wat. Maar de dag was nog niet voorbij of ik kreeg een korte en doeltreffende melding: een juveniel. Oftewel: een jong exemplaar.

Waar herken je een juveniele kanoet aan?

Wel, dat is zo moeilijk nog niet. Ik heb er twee veldgidsen voor opengeslagen: de ANWB Vogelgids van Europa en Vogeldeterminatie. En die spreken elkaar niet tegen. Een juveniele kanoet herken je aan zijn grijze dekveren die een duidelijk schubpatroon vertonen, de duidelijk witte wenkbrauwstreep en de vrij korte grijsgroene poten. De auteurs van Vogeldeterminatie voegen daar aan toe: ‘Bovendelen strak geschubd, elke veer met een smalle donkere subterminale lijn en een smalle witachtige rand.’ Het is de laatste gids die de kanoet ‘een nogal saai ogende vogel’ noemt. Nee, inderdaad. Jammer hoor dat de kanoet geen rode ara is. Met de welgemeende verontschuldigingen van de kanoet uit het Hoge Noorden.