Staartmees in het oeverbos

Pas hing ik weer eens boven de digitale landkaart van Google en ik liet de betonnen massa van Rotterdam en omstreken eens op me inwerken. Het is imposant wat de mens daar heeft verricht. In zijn streven naar beheersing van de natuur, is hij in deze landstreek ietsjes doorgeschoten. De ene stad na de andere wordt aan elkaar geregen door wegen, bedrijventerreinen, woonwijken en spoorlijnen. En lag na deze bouwwoede nog ergens een akker bloot, dan een kassencomplex er overheen. En nu is het in deze regio nergens meer stil en donker. Een wonder toch dat ik in deze woestenij toch nog een staartmees wist te filmen?

Want ergens achter Ridderkerk, weggestopt tussen vuilnisbelt en rivier, houdt een stukje oeverbos moedig stand. Twee maal per etmaal stroomt de rivier de Noord het griendbos in. En even zo vaak stroomt het water er ook weer uit. Uniek gebied inmiddels, want getijdenwerking in de rivieren, dat vinden we in Nederland zo veel niet meer. De paden in het bos zijn spekglad. De bomen verweerd en vaak half verrot. Ideaal gebied voor spechten en zangvogels. En voor de ijsvogel die er in de kreken jaagt.




Zondag wandelde ik door het Ridderkerkse Griend, zoals het heet. Een mountainbiker keerde onverrichter zake terug. Gelukkig maar. Waarom moet ik nou in dat laatste stukje natuurgebied nu ook nog eens mountainbikers tegen komen? Ik weet niet wie het Ridderkerkse Griend beheert, maar ik smeek u, laat de verrotte stammen, de boomtakken en al dat andere moois lekker op de paden liggen. Een effectieve remedie tegen al die jakkeraars die ook het laatste restje Ridderkerkse natuur nog willen bedwingen.

Een staartmees dus. Meestal niet te filmen. Eerlijk gezegd vrijwel altijd niet te filmen. Spichtig en schichtig. Zelden hangt een staartmees langer dan een seconde aan de takje. Insect gevangen, dan naar de volgende twijg. Gelukkig is de staartmees niet zeldzaam. In elke vogelgids voor tuinvogels prijkt zijn foto. Zo ook in het gidsje Tuindieren in de leuke serie van KNNV Uitgeverij. ‘Met een staart van zeven tot negen centimeter lang en het vrolijke gekwetter valt deze vogel goed op,’ lees ik.

Schattige vogeltjes nijpt hij prut en eet hij op

Een vrolijke vogel dus. En hij valt ook nog eens goed op. En dat is tegelijk zijn zwakte. Want goed opvallen moet je in een bos niet. Op dezelfde plek als waar ik de staartmees filmde, zag ik tijdens mijn vorige bezoek twee sperwers. Die rauzen ook door het bos, onzichtbaar en sneller dan elke mountainbiker. Dodelijker ook. Dat de staartmees een schattig vogeltje is, zegt de sperwer niets. Schattige vogeltjes nijpt hij prut en eet hij op. Maar weet je wat het nu is? Veel mensen menen dat sperwers de stand van zangvogels decimeren. Dat blijkt na grondig onderzoek niet zo te zijn. Het zijn de staartmezen en andere zangvogels die bepalen hoeveel sperwers er zijn! Weinig zangvogels betekent hongersnood onder de sperwers en dus veel ‘dooies’ zoals ze denk ik bij ons in Alblasserdam plegen te zeggen. Heel veel zangvogels betekent voedsel in overvloed voor de sperwers en dus veel geslaagde legsels. Dan ruist het opeens van de sperwers. Natuurlijk evenwicht heet zoiets. Laat de natuur daarom alsjeblieft met rust.

‘Mijn’ staartmees trok zich ondertussen niets van mij aan. Een ogenblik slechts hield hij halt. En toen sprong hij achter een boom en weg was hij. Net op dat ogenblik stelde mijn camera scherp. Nog geen twee seconden. Daarom heb ik het filmpje tot twee keer toe vertraagd. Zodat je toch nog iets fatsoenlijks ziet:

De beste vogelgidsen voor kinderen: