Scholekster of kokkelkluut?

De scholekster is een doodnormale vogel langs de Hollandse kust. Of liever: zou hij moeten zijn. Het gaat namelijk niet goed met de scholekster in ons land. In twintig jaar tijd is het aantal broedparen in ons land flik achteruit gelopen. Een halvering van de stand zelfs. Dat zal niet alleen te maken hebben met de kokkel- en mosselvisserij. Want die zijn juist verder gereguleerd, maar het aantal broedparen neemt nog niet echt toe. Een andere factor, misschien nog wel veel belangrijker, zal de intensieve landbouw zijn. Want de scholekster is naast kustvogel ook weidevogel. En juist met de weidevogels gaat het ook bar slecht.

Is scholekster een gelukkige naam?

Is ‘scholekster’ wel zo’n gelukkige naam voor de zwart met witte vogel die zich siert met oranje snavel en dito poten? Een ekster is een tuinvogel met een lange staart. Een lid van de familie der kraaien. Nu deelt de scholekster wel dat zwart-wit met de ekster, maar dat vind ik te weinig. Een zeekoet is ook zwart-wit en heet toch ook geen zee-ekster? En hetzelfde geldt voor de ooievaar. Hoe het ook zij, de scholekster is bepaald géén kraai en dus ook geen ekster! Het tweede deel in de naam valt dus als eerste af. En dan het eerste deel. Dat ‘schol’. Wat moeten we daar nu mee? Wij Nederlanders houden zoveel van schol, dat er pas zelfs een boek over de schol verscheen. Maar een scholekster eet geen schol. Zou een dode schol aanspoelen (kleine kans want krabben weten wel weg met een vissenlijk), dan loopt hij er met een grote boog omheen. Op zoek naar schelpdieren en zeepieren.

Jelle Reumer biedt een oplossing

Een scholekster blieft geen schol en is dus ook geen ekster. Wat nu? De bekende schrijver en bioloog Jelle Reumer schrijft in zijn nieuwste boek De getijgerde lijmspuiter ook over de scholekster. En gaat ook in op dit dilemma. Om en passant een paar oplossingen aan te reiken. Zwart-wit, schrijft hij, zijn ook ooievaar en kluut. En dat zijn ook steltlopers. Niet vreemd dat Reumer voorstelt de scholekster om te dopen tot kokkelkluut. Een naam die ook nog eens heel aardig allitereert.

Ook over de grens gaat het trouwens hopeloos verkeerd. In Engeland noemen ze de scholekster Oystercatcher. En dat betekent: oestervanger. Nu blieft een scholekster best een oestertje, alleen is het probleem dat hij die nauwelijks open krijgt. Een kleine oester zal nog wel gaan, maar je zou eens langs een Oosterscheldedijk moeten kijken. Die Japanse oesters bereiken formaten waar zelfs de meest gretige oesterslobberaar een afgrijzen van heeft. De oestersoort die oorspronkelijk in de Oosterschelde voorkwam, de Zeeuwse platte, een heel smakelijk geval weet ik uit ervaring, is zo ongeveer uitgestorven. De enige oesterbedden liggen in het Grevelingenmeer, zo diep dat zelfs de scholekster met de langste poten er niet bij kan.

Nu ja, de scholekster blijft voorlopig nog wel scholekster heten, schat ik zo in. Zijn bijnaam houdt het ook nog wel even uit. De bonte piet, zo luidt die. Ik meende dat dat een Zeeuwse bijnaam was, maar Jelle Reumer noemt deze bijnaam ook in zijn boek. Het heeft er alle schijn van dat ook de Friezen de scholekster kennen als de bonte piet. Ooit was er op de Maasvlakte zelfs een vogelkijkhut met de naam ‘de bonte piet’. Een van de meest interessante vogelkijkhutten die ik kende. Helaas heeft Staatsbosbeheer de hut verwijderd. Zal wel met het dynamische duin te maken hebben gehad, maar ontzettend jammer blijft het. Het magere muurtje dat ze er voor in de plaats hebben gezet, is werkelijk niets waard. Wat werden er mooie waarnemingen gedaan vanuit die hut!

Prachtige vogels

Ondertussen is de Oystercatcher zo gewoon, dat ik er nauwelijks naar omkijk. Ook weer zo’n deformatie die terug te voeren is op mijn oorsprong als Tholenaar. Scholeksters zag ik zo ongeveer elke dag als ik langs de Eendracht liep op zoek naar visloodjes, geepdobbers en al wat nog meer aanspoelde. En toch, kijk eens naar het filmpje dat ik pas maakte aan de Brouwersdam. Gelegen in het zandige slik filmde ik deze twee scholeksters die in het ebbende water op zoek zijn naar voedsel. Prachtige vogels nietwaar? Van Jelle Reumer heb ik opgestoken dat de snavel van de scholekster elke dag maar liefst 0,4 millimeter per dag aangroeit. Om het slijten van de snavelpunt te compenseren. Tja, al dat gehak en gepeur in keiharde schelpdieren, daar slijt een snavel van. De kokkelkluut is dus perfect aangepast aan zijn leefomgeving. En hopelijk houden wij mensen zijn leefomgeving ook een beetje aangepast op hem. Want wie leeft er nu langer aan de kust, de mens of de kokkelkluut? De vraag stellen is hem beantwoorden.

De beste verrekijkers voor kinderen
Volg mijn weblog

Follow my blog with Bloglovin

Reageer op dit artikel: