Ruiters in Nederland




Nee, in dit artikel gaat het niet over mensen te paard. Het gaat over vogels. En wel een hele familie van steltlopers, namelijk die van de ruiters. Elke vogelaar kent er wel een paar. De zwarte ruiter, te herkennen aan zijn typerende geluid: tu-wiet. En de groenpootruiter. Iets groter dan de zwarte ruiter, een stuk lichter en een groen-grijze snavel die iets opgewipt is. En dan de bosruiter. Die zag ik dit jaar pas voor het eerst van mijn leven, in een piepklein moeras bij de Donkse Laagten. Een stuk kleiner dan de rest. En dan de zeldzaamheden. De blonde ruiter bijvoorbeeld, en de poelruiter. De laatste heeft een snavel zo dun als een naald. Een uiterst gracieuze steltloper die Nederland af en toe aandoet. Deze ruiters zie ik maar wat graag.

Het meeste bekende lid uit de familie der ruiters is evenwel de tureluur. Ongeveer zo groot als de eerder genoemde zwarte ruiter. Alleen de zwarte ruiter is in de zomer zwart en de tureluur is dan bruin met prachtige witte pareltjes. De snavel van de tureluur is wat korter en iets dikker dan die van de zwarte ruiter. Zwarte ruiter en tureluur in winterkleed verwar je misschien snel. Let dus op de snavellengte, het verschil in geluid (tu-wiet versus tu-re-lu-uu-uur) en de kleur poten en snavel (zwarte ruiter roodachtig, tureluur oranje).

Het geluid van de tureluur

Dan nu nog een stapje moeilijker, want waarom zou alles makkelijk moeten zijn? Het geluid van de tureluur en de groenpootruiter lijkt als twee druppels water op elkaar. Een beetje een gekke vergelijking, maar goed. De ANWB Vogelgids van Europa probeert de roep van zowel de tureluur als de groenpootruiter te omschrijven, maar dat soort pogingen vind ik eerlijk gezegd maar een beetje abominabel. Geluiden omschrijven met woorden… Dat lijkt nergens naar. Maar onthoudt: denk je een tureluur te horen, kijk dan even naar de kleur poten en snavel. Die van de tureluur zijn werkelijk altijd oranje. Die van de groenpootruiter werkelijk nooit.

Seks met je ex

Voordat ik deze blog schreef, stond ik weer eens in mijn boekenkast te turen. Op zoek naar een sappig verhaal over de tureluur. Dat vond ik in het bijzonder aardige boek Vogels en de liefde van Elvira Werkman. Seks met je ex staat boven het hoofdstuk over de tureluur. Tureluurs schijnen elk jaar op exact dezelfde plek te broeden. En de kuiken keren het volgende jaar naar hetzelfde gebied terug om er ook te gaan broeden. Mannetje en vrouwtje verlaten elkaar na het broedseizoen. Tijdens de winter zien ze elkaar niet. De mannen keren na de winter iets eerder terug naar het broedgebied en wachten daar op het vrouwtje. Want tureluurs zijn redelijk monogaam. Vreemdgaan komt niet veel voor.

Maar ja, zoals ook bij mensen een relatie wel eens strandt, zo gebeurt dat ook bij tureluurs. Tureluuronderzoeker Wim Tijden schat in dat dat bij ongeveer tien procent van de paartjes de relatie eindigt in een echtscheiding. Zo zag hij in zijn onderzoeksgebied een vrouwtje overstappen naar de buurman. Een paar jaar later probeerde haar ex echter weer met haar te paren. Zo kan het dus ook nog gaan. Seks met je ex. Bij tureluurs kennelijk niet ongewoon.

Een iconische vogel

Voor mij is de tureluur trouwens een van mijn iconische vogels. En dat heeft ook alles met het broeden te maken. Mijn eerste natuurgebied waar ik broedvogels ging tellen waren de Karrenvelden bij de Oesterdam. Met een boekje vol instructies van Sovon fietste ik naar de Oesterdam en probeerde de vogels te classificeren. Ik meen dat ik een puntentelling van 1 tot 20 moest hanteren. 1 stond voor aanwezig, en 20 voor een nest met eieren (of zoiets). Wel aan, op een goede dag zag ik een tureluur met kuikens door het grasland scharrelen! Daar was ook een of andere code voor en in de Karrenvelden stond dat gelijk aan: vrijwel zeker een broedgeval. Ouder dan een jaar of veertien zal ik niet zijn geweest. Een mooie waarneming toch voor zo’n ventje?

Stinkende modder van de Grevelingendam

En nu lag ik als drieënveertig jarige in de stinkende modder van de Grevelingendam. Regenpak over mijn droogpak en tijgeren door de modder. Waar ik voorheen alleen maar pieren ging steken daar op het wad, loerde ik nu op steltlopers. Om ze vanuit een heel laag perspectief te filmen. En daar kwamen deze twee tureluurs voorbij. In winterkleed, dus een beetje grijzig, wat flets. Maar onmiskenbaar tureluurs. Een stel scholeksters menen het tafereel te moeten verstoren, maar zo gaat dat op het wad. Je moet voor de grap ook eens in de modder gaan liggen, plat als een schol en je verrekijker op de vogels richten. Je weet niet wat je ziet, zo mooi. Hou wel je spullen schoon, want dat slik is nergens goed voor. Mooie ruiters op het uitgestrekte wad:

Actieve vakanties SNP Natuurreizen