Review: Schemervluchten, Helen Macdonald

Met haar boek De H is van Havik verwierf de Britse schrijfster en natuuronderzoeker Helen Macdonald grote faam. Het verlies van haar vader probeerde ze te verwerken door een havik in huis te nemen. Ze vereenzelvigde zich echter zo met de woeste roofvogel dat ze naast haar verdriet ook vergat mens te zijn. Ze belandde in een zwarte depressie. Deze dubbelheid, van enerzijds de fascinatie voor wat leeft, de troost die de natuur ons aanreikt en anderzijds het verlies van wat vanzelf spreekt, kom je in vrijwel alle essays tegen in haar nieuwe boek Schemervluchten.

Verrekijkers voor elke natuurliefhebber

Op CameraNu.nl vind je een groot assortiment verrekijkers. Voor de beginnende en de gevorderde vogelaar, voor kinderen, wandelaars, fietsers, vakantiegangers, etc.

Als kind wilde Helen Macdonald bioloog worden en dat werd ze ook. Een lange tijd bracht ze door op een valkenfokkerij waar niet alleen struisvogels werden gefokt, maar begrijpelijkerwijs ook valken. Bioloog was ze echter al in haar jonge jaren toen ze een natuurcollectie aanlegde in haar slaapkamer. Gallen, veren, dennenappels, losse vleugels van vlinders, van dode vleugels afgesneden vleugels, braakballen en, het thema van het eerste hoofdstuk: oude vogelnesten. Waar de meeste mensen vogelnesten waarschijnlijk associëren met eieren en jonge vogels, nieuw leven dus, daar doen de nesten Macdonald vooral denken aan vogels die hadden rondgevlogen, het leven in de dood. En dan volgt een reeks van mijmeringen over de betekenis van thuis, technologie, eieren verzamelen en dan uiteindelijk het verlies. De nieuwe broedmachines die de valkenfokkerij had aangeschaft brachten haar terug naar haar eigen vroeggeboorte, naar het begin van haar leven dat ze in een couveuse doorbracht, en naar het begin dat haar tweelingbroer niet had overleefd. Van broedmachine en ei naar couveuse naar een verlieservaring. ‘Ik sprak door een eierschaal heen en huilde.’

Om zo vanuit menselijk perspectief tot de essentie van iets simpels als een ei of nestkast door te kunnen dringen, dat is een gave.

Even mooi is het essay over de vogelkijkhut. Macdonald observeert niet alleen de wilde zwanen die voor de hut in het reservaat van de Wildfowl and Wetlands Trust in Welney neerstrijken, ze neemt ook de bezoekers van de comfortabele hut in zich op. ‘Er zijn een paar wolfachtige mannen met spectaculaire telescopen van het soort dat veel voorkomt in natuurreservaten. Maar er zijn ook indrukwekkend gecoiffeerde dames van zekere leeftijd die door zulke oude verrekijkers turen dat het wel toneelkijkers lijken. Een vrouw in een rolstoel zingt vrolijk aan een stuk door op de hobbelige opgang naar de deur.’ Deze gemêleerde groep drukt zich even later tegen het raam om de kleine zwanen en wilde zwanen te observeren.

recensie schemervluchten helen macdonald

Een van de mooiste essays vind ik die over de valk en de toren. Ze ontmoet een lotgenoot, ook al iemand die persoonlijke verliezen heeft geleden. En dan beschrijft Macdonald de essentie van het vogels kijken: ‘In zware tijden voert vogels kijken je naar een andere wereld, waar niets hoeft te worden gezegd.’ Haar metgezel houdt de slechtvalken boven Dublin in de gaten. Voor hem zijn deze valken ‘Flintertjes eeuwigheid.’ Ook dat vind ik heel mooi geformuleerd.

Teloorgang. Verlies. Een mensenleven is niet compleet zonder persoonlijke verliezen te lijden. Maar wie zich even dwangmatig als Macdonald met de natuur bezighoudt, die ontkomt niet aan nog méér verlies. Theosofen kochten eind jaren twintig een landgoed. De ouders van Macdonald kochten jaren later een wit huisje op het landgoed en zo kwam de kleine Helen daar terecht. Ze mocht er ongestoord ronddwalen omdat iedereen haar kende, ‘maar ze trokken weleens voorzichtig aan de bel bij mijn ouders nadat ze me weer eens tot mijn knieën midden in de vijver hadden zien speuren naar salamanders of langs de jeugdherberg hadden zien lopen met een grote ringslang, een halve meter soepel kaki en goud die zich om mijn armen had gewikkeld.’ De weide op het landgoed was rijk aan bloemen en gonsde van de insecten. Jaren later bezoekt ze het landgoed weer. Een projectontwikkelaar heeft het park gekocht en dat leidt onherroepelijk tot een verlieservaring. ‘Ik vraag me af hoe we kunnen leren te erkennen dat het verleden altijd invloed op ons uitoefent, in ons doorwerkt, en dat diversiteit in al haar verschijningsvormen, zowel onder mensen als in de natuur, een vorm van kracht is. Dat rommelige gebieden met soortenrijke vegetatie en al het bijbehorende ongewervelde leven beter zijn, gewoon béter dan de griezelige, armoedige stilte van hedendaagse beplantingsplannen en velden.’ Ik denk niet dat ik daar iets aan hoef toe te voegen.

Het meest hilarische verhaal is het verhaal over de geit waarmee zij een soort armpje drukken doet. De geit won altijd. Maar een wedstrijdje ‘geitje drukken’ kreeg bij haar vader een wending die nogal heftig op mijn lachspieren inwerkte.

Dan wil ik nog één essay noemen, dat over het volgen van de vogeltrek op grote hoogte. In dit essay beschrijft Macdonald haar bezoek aan een wolkenkrabber in New York. Dat bezoek bleef niet beperkt tot een inspectie van de hal, maar ze ging linea recta de hoogte in, op zoek naar de allerhoogste uitkijkpost. ‘Op meer dan driehonderd meter boven straatniveau waait een stevige bries, ver in de diepte strekt zich een spectaculaire zee van lichtjes uit.’ En om die lichtjes is het haar te doen. ‘Wolkenkrabbers zijn ‘s nachts op hun best, complete dromen van moderniteit die de natuur uitwissen en vervangen door een nieuw, kunstmatig landschap, een landkaart van staal, glas en licht.‘ Maar hoewel ze het nog niet zien, vertelt haar gids haar dat ze middenin een tumultueuze wereld staat die vergeven is van onverwachte biologische rijkdommen. Insecten, vleermuizen en vogels trekken voorbij. Migratie is in de dierenwereld vaak een kwestie van het licht volgen. Die zee van licht, elke stad is een lichtzee, brengt zangvogels op hun trek ernstig in de problemen. Door licht en spiegelingen op het glas raken ze gedesoriënteerd en botsen ze tegen obstakels op, vliegen ze tegen ramen aan en vallen ze spiraalsgewijs naar beneden. Alleen al in New York vinden jaarlijks meer dan honderdduizend vogels op deze wijze de dood. Het essay eindigt met een nog lang over de vogeltrek dromende auteur: ‘Nog dagen later wemelt het in mijn dromen van de zangvogels, de bekende uit bossen en tuinen, maar ook bewegende lichtpuntjes, astronautjes, reizigers die navigeren op de sterren, die zich voor heel even op de aarde laten vallen, hun boeltje weer oppakken en hun weg vervolgen.’

Religieus is Macdonald niet, erkent ze in één van de laatste hoofdstukken. En toch schoot haar taal soms te kort en tot haar verrassing ontdekte ze ergens anders taal die ze dan nodig had. Niet in boeken over het filosofische concept van het sublieme. Maar in boeken over vormen van religieuze ervaring. In Het heilige van Rudolf Otto die de aard van ons gevoel voor het sacrale onderzoekt. ‘De ervaring van het goddelijke is volgens Otto een buiten het individu gelegen mysterie dat even verschrikkelijk is als fascinerend en in de goddelijke aanwezigheid waarvan ‘de ziel sprakeloos, vanbinnen trilt tot in de diepste vezels van haar wezen.‘ In dit hoofdstuk komen Macdonald en ik nóg dichterbij elkaar. Zelf ontdekte ik het geschrift van Rudolf Otto toen ik het boek Het numineuze van Tjeu van den Berk las (een aanrader trouwens). En ook bij mij resoneren de beschrijvingen van Otto in mijn beleving van de natuur. Een diep gevoel van herkenning dus, in dit essay, maar mijn aarzelingen om mee te gaan in de taal die Otto ons aanreikt en die te betrekken op mijn beleving van de natuur, zijn nog groot. Want is die beleving wel religieus van aard? Levert mij de aanblik van een vogel echt een andere ervaring op dan de ervaring van een spotter die een bijzonder vliegtuig in zijn kijker ziet verschijnen? Natuurlijk, vurig hoop ik dat, maar ondertussen vrees ik ervoor.

Wat kunnen we leren van dieren? In het laatste hoofdstuk doet Macdonald een poging die vraag van een antwoord te voorzien. Ze kijkt naar een roek. De roek en zij hebben geen doel gemeen. Ze hebben elkaar opgemerkt, meer niet. Maar hun afzonderlijke levens vielen samen en al het gepieker van de schrijfster verdween in dat ene vluchtige moment. Het bracht haar weer terug naar een wereld waarin voor hen allebei evenveel plaats is. De ultieme les die dieren ons leren.

Rustige overpeinzingen waarin heden en verleden met elkaar worden verbonden. En waarin aldoor de pijn van verlies voelbaar is. Essays waarin Britse oorlogshelden opduiken die vanuit hun verlieservaring niets anders konden doen dan vogels te bestuderen en te beschermen. Een boek waarin de taal van Macdonald en de natuur die ze beschrijft de lezer troosten. Ik heb van Schemervluchten evenveel genoten als eerder van haar bestseller De H is van havik. Elke dag een essay en je bent bijna 6 weken onder de pannen. Schemervluchten biedt je in die weken elke dag een leesoefening op over thema’s die elk mens raken. Ik bewonder Macdonald voor de wijze waarop zij weet door te dringen tot de essentie van vogels kijken, van natuurbeleving en van het menselijk drama. Haar observaties zijn verrassend en de wijze waarop zij die beschrijft behoort wat mij betreft tot de stilistische top.

Schemervluchten / Helen Macdonald / De Bezige Bij / als paperback en als e-book

Mijn tips voor natuurbeleving

Zo beleef je de natuur nog intenser!

(héél véél keuze, in nagenoeg heel Europa!)

(voor elk budget de drie beste opties)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)