Recensie: Waarom zijn er zoveel soorten?, Menno Schilthuizen

De bekende bioloog en wetenschapsjournalist Menno Schilthuizen verwonderde zich over de soortenrijkdom in zijn achtertuin op Borneo. Waarom is die diversiteit zo groot? En hoe lang duurt het voordat dieren en planten een gloednieuw lava-eiland koloniseren? Dit soort van vragen staan centraal in zijn boeiende boek Waarom zijn er zoveel soorten?

 

 

 

In zijn zoektocht naar antwoorden op deze prikkelende én ingewikkelde vragen, gaat Menno Schilthuizen te rade zijn onderzoekers in de moderne tijd. Charles Darwin is natuurlijk een van de bekendsten, maar ook mensen als Raymond Laurel Lindeman, Roger Kitchings, Paul Hebers en vele andere passeren de revue. De eerste vraag die beantwoord moet worden in een boek als Waarom zijn er zoveel soorten? luidt: wat is een ecosysteem? Schilthuizen neemt bij de beantwoording van zijn vraag de Original EcoSphere als voorbeeld. Een bol van helder glas ter grootte van een grapefruit, compleet afgesloten van de omgeving. In het zeewater in de bol leven garnalen en groenwier. Een gesloten ecosysteem bij uitstek. Het schijnt het onder de juiste omstandigheden een paar jaar vol te houden voordat het ecosysteem instort, oftewel: dat de garnalen allemaal dood zijn. Zulke compleet afgezonderde ecosystemen bestaan wonderlijk genoeg ook in het ‘echt’. In Roemenië stuitte een onderzoeker in de jaren tachtig op een onderaardse grot die volledig afgesloten was van de buitenwereld. Het water in de grot bleek een uniek ecosysteem te bevatten. Bleke, blinde dieren bevolken het. Dieren die helemaal aangepast zijn aan het leven in grotten. Regenwormen, miljoenpoten, oprolpissebedden, spinnen, kevers en zo nog een aantal dieren.




Hoe verhouden al deze wezens zich tot elkaar? Hoe bepaal je hoe de voedselpiramide in zo’n ecosysteem eruit ziet? Tal van biologen en wiskundigen blijken over die vragen diep te hebben nagedacht. En nog steeds, want we weten volgens Schilthuizen nog altijd niet hoe de lengte van voedselketens wordt bepaald. Maar er zijn wel serieuze aanzetten toe gegeven. Voedselketens blijken vaak kort te zijn, omdat er te weinig energie stroomt van de laagste naar de hoogste niveau’s in de piramide. Maar zelfs de rijkste ecosystemen hebben geen lange voedselketens. Hier ging een stel wiskundigen mee aan de slag en wat bleek: langere voedselketens blijken minder stabiel en blazen zichzelf na verloop van tijd op.

Een van de mooiste hoofdstukken vind ik die over de kolonisatie van levenloze gebieden. Soms gebeurt het nog: een eiland wordt geboren. Een onderzeese vulkaan wordt actief, werkt zich omhoog en op den duur vormt zich een lava-eiland. In eerste instantie een levenloos gebied. Maar hoe lang duurt het voordat zo’n gebied wordt bevolkt? Dat blijkt niet zo gek lang te duren. De lucht boven de oceanen blijkt vergeven te zijn van insecten die allemaal wachten op het moment dat ze de landing kunnen inzetten. Zelfs behoorlijk grote slakken zweven kilometers boven het aardoppervlakte. En landslakken kunnen dagenlang overleven in het zoute water van zee en oceaan. Ook drijvende takken, bomen en andere elementen kunnen nieuwe wezens meevoeren. En dat zaden van bomen en planten nog altijd kiemkracht hebben na een zeereis, dat wist Charles Darwin al. En zo spoelt het leven vanzelf aan op levenloze eilanden.

Wat gebeurt er trouwens wanneer je alle dieren op een klein eiland verdelgt? Keren diezelfde dieren dan terug en zo ja, binnen hoeveel tijd? Ook hier zijn testen voor verricht. Wat blijkt? Insecten, vogels en zelfs reptielen keren al heel snel terug op zulke eilanden, alleen zijn het niet altijd dezelfde soorten. Hier komt het begrip niche om de hoek kijken. Welke dieren ‘aanspoelen’ is in belangrijke mate afhankelijk van ‘toevallige’ omstandigheden. En een niche in de ‘oude bedeling’ kan na de verdelging plots worden ingevuld door een geheel andere soort. En die nieuwe soort is vaak in staat om de oude soort, mocht die na verloop van tijd ook aanspoelen, uit de niche te weren.

Waarom zijn er zoveel soorten? is een boeiend boek over de ecologie van soortenrijkdom. Het liet mijn hersens een aantal keer flink kraken. Wiskundige formules om de lengte van een voedselpiramide te bepalen, gaan mij al snel boven de pet. En hetzelfde geldt voor dna-onderzoek naar bacteriën in de bodem. Het is trouwens onvoorstelbaar hoeveel bacteriën in een vingerhoedje vol humus leven. Het zijn er miljoenen en miljoenen! Biologiestudenten, academici met interesse voor de natuur en biologen zullen zeker smullen van Waarom zijn er zoveel soorten? Het onderzoek naar biodiversiteit heeft de afgelopen anderhalve eeuw zoveel nieuwe inzichten opgeleverd, dat je hoofd ervan gaat duizelen. Heerlijke kost dus voor iedereen die op niveau bezig is met biologie en biodiversiteit.

Waarom zijn er zoveel soorten? / Menno Schilthuizen / Atlas Contact / als paperback en eboek

 

 

De beste vogelgidsen van dit moment: