Recensie: Vogels en wij, Tim Birkhead

Een cultuurgeschiedenis over vogels. Of beter: over onze geschiedenis met vogels. Tim Birkhead, ornitholoog en hoogleraar Gedrag en Evolutie aan de Universiteit van Sheffield schreef het boek Vogels en wij, een lijvig boek waarin hij nagaat hoe wij mensen vanaf de oertijd tot heden met vogels hebben samengeleefd, ze hebben verbeeld en hoe vogels onze ideeën over kunst, wetenschap en religie hebben geïnspireerd en gevormd. Dat vind ik een heel interessante invalshoek. Birkhead blijkt bovendien een geboren verteller en ik heb dit boek dan ook verslonden.

Hoe lang betoveren vogels ons al? Al heel lang, naar blijkt. In Spanje bezocht Tim Birkhead een grot, Cueva del Tajo de las Figuras genoemd en in deze grot kun je fabelachtige tekeningen uit de prehistorie bekijken. De muren van de grot zijn bedekt met tekeningen van meer dan tweehonderd vogels. Ze zijn zelfs herkenbaar als soort: kluut, flamingo, reiger, roofvogel en vele andere soorten zijn er getekend. De meeste in rode oker, sommige in wit en geel. Het belang van deze grot voor de ornithologie is groot; desondanks geniet deze grot niet veel bekendheid. Hij is dan ook niet toegankelijk voor het grote publiek. Van de steentijdmensen die de schilderingen van El Tajo maakten is bekend dat ze stenen werktuigen maakten, aardewerken potten maakten, honden en andere huisdieren hielden en er een oude begrafeniscultuur op na hielden. Het waren waarschijnlijk nomaden die in een nabijgelegen waterrijk natuurgebied op vogels jaagden. Over het ‘waarom’ van de grotschilderingen zijn verschillende theorieën bedacht. Als meest waarschijnlijke reden wordt nu door archeologen aangenomen dat de schilderingen een religieuze achtergrond hebben. Sjamanen zouden de tekeningen hebben gemaakt en hoewel Birkhead aanvankelijk niet zo veel op heeft met deze theorie, raakt hij op een bepaalde manier toch van overtuigd van de aannemelijkheid ervan.

Op de oevers van de Nijl

Een paar millennia later is het de beurt aan de Egyptenaren om vogels te incorporeren in hun cultuur. Dat is niet zo lastig, want de Nijl, die regelmatig buiten zijn oevers treedt, trekt met name tijdens de trekperioden onnoemelijk veel vogels aan. Dat is nu het geval, en dat moet in het oude Egypte al helemaal het geval zijn geweest. Maar dat de oude Egyptenaren maar liefst vier miljoen heilige ibissen zouden transformeren in mummies, dat is toch ook een beetje veel van het goede. Niet alleen de gemummificeerde vogels geven het beeld van een samenleving waarin vogels een belangrijke plek innamen, dat wordt ook nog eens onderstreept door de vele vogelhiëroglyfen en prachtige afbeeldingen van vogels op de wanden van graven. Maar hoe kwamen die Egyptenaren ertoe om zoveel vogels te mummificeren? Wel, dat had te maken met hun godsdienst. Het leven was niet meer dan een opstapje naar het hiernamaals. Goedgunstige goden werden gesmeekt om bescherming en kwade goden werden concessies gedaan, in de vorm van offers bijvoorbeeld. Farao Ramses III blijkt gedurende dertig jaar liefst 680.714 vogels te hebben geofferd, ongeveer 20.000 per jaar! Dan is het niet verwonderlijk dat er in totaal vier miljoen heilige ibissen werden gevonden die na zo vele eeuwen rusten zo hard waren als een bronzen beeld.

De oude Grieken

Al even mooi is het hoofdstuk over de oude Grieken, want die gingen in het spoor van de Egyptenaren. Niemand minder dan Aristoteles was dol op vogels. Hij verrichtte er dan ook veel onderzoek naar en met name naar het voortplantingsgedrag. Dat gedrag bleef ook voor deze wijze Griek een mysterie en zijn aantekeningen van dit onderzoek bevat dan ook een mengeling van feit, fictie en speculatie. Later zou de Romein Plinius de Oudere de oudste encyclopedie over de wereld van de natuur publiceren: Naturalia historiae. Plinius ontleende zijn wijsheid onder andere aan Aristoteles en omdat zijn boek bewaard is gebleven, domineerde zijn werk vijftienhonderd jaar lang alle ideeën over de natuur. Pas in de zeventiende eeuw begon de autoriteit van Plinius te wankelen als gevolg van modern(er) wetenschappelijk onderzoek. Ik ontdek in dit boeiende hoofdstuk (waarin je nog veel meer leest dan ik hier kan samenvatten) dat het Oudgriekse woord voor vogel ornis is. En dat ornis ook het woord is voor ‘voorteken’. Veel vogels werden inderdaad voorspellende krachten toegedicht.

recensie tim birkhead vogels en wij

Charles Darwin (en de amorele koekoek)

Ik blader door het boek en stuit op een ander interessant hoofdstuk. We zijn inmiddels in de moderne tijd aanbeland en Darwin heeft zijn theorie over het ontstaan van de soorten het licht doen zien. Darwin aarzelde lang om zijn beroemde boek Over het ontstaan van soorten te publiceren, want zijn godloze theorie zou zeker op veel weerstand stuiten. Zowel voor- als tegenstanders van de theorie van Darwin komen ruim aan het woord in dit hoofdstuk. Ik vind het heel boeiend hoe biologen en vogelkenners in die tijd dachten over een fenomeen als de koekoek. De koekoek werd bij uitstek als de meest goddeloze vogels gezien, want wie legt er nu een ei in een ander nest en welk ander kuiken werkt zijn medekuikens uit het nest? Zo kon God het niet hebben bedoeld en dus werd deze werkelijkheid ontkend, ook door een grootheid als bijvoorbeeld ornitholoog John Gould, bekend vanwege zijn fabelachtig mooie vogelboeken. Gould zou Darwin opmerkzaam hebben gemaakt op de onderlinge verwantschap tussen de vinkensoorten die Darwin op de Galápagos Eilanden had verzameld en daarmee hem het laatste zetje hebben gegeven in de richting van het idee dat natuurlijke selectie – en niet God – het mechanisme was aan de hand waarvan soorten in de loop van de tijd muteren. Diezelfde Gould kon echter vanwege zijn geloofsovertuiging niet wennen aan het feit dat de koekoek zulk amoreel gedrag vertoont. Toen hij een nieuwe tekening moest maken van een koekoeksjong in het nest die bezig is zich van zijn nestgenoten te ontdoen, tekende Gould er een volwassen graspieper bij, ‘waarschijnlijk de plaatsvervanger van God’ om daarmee aan te geven dat zelfs dit amorele gedrag toch door de Hoogste Instantie zou zijn ingeschapen. En dat was precies de reden waarom een andere illustrator die het koekoeksjong in actie had gezien wat later gehakt maakt van de herinterpretatie van Gould. Schitterend om dit soort verhalen te lezen. Heftige botsingen en discussies zijn kennelijk vast onderdeel van overgangstijden.

Een gruwelijk tijdperk

Aan het eind van de negentiende eeuw nam de honger naar kennis enorm toe, ook de kennis over vogels. En dat luidde een gruwelijk tijdperk in, want wie destijds kennis wilde vermeerderen over vogels die had geen verrekijker of telescoop tot zijn beschikking, maar wel het geweer en andere jachtmethoden. Vogels werden gevangen en hun huiden werden gestroopt om er zogenaamde balgen van te maken. Op grote schaal werden ook eieren geraapt en geconserveerd. Het grote doden was begonnen, al dan niet in naam van de wetenschap. Het levert trouwens wel hilarische verhalen op, bijvoorbeeld het verhaal van de steenrijke en ongetrouwde Walter Rothshild die maar liefst 300.000 balgen en 200.000 eieren bij elkaar wist te brengen in zijn museum. Hij trouwde nooit, maar hield er wel een drietal minnaressen op na die hem vakkundig chanteerden en hem noodzaakten zijn enorme collectie van de hand te doen.

De plaats van de mens in de schepping

Ook de zucht naar zoveel dode vogels voor wetenschappelijk onderzoek plaatst Birkhead in het kader van de plaats van de mens in de schepping. ‘Doordat God de mens boven de natuur had gesteld – en hem zo de vrijheid van de middelen had verschaft om de natuur uit te buiten naar het hem goeddunkte – waren religie en wetenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden.’ Voor andere verzamelaars van vogels en eieren echter was de opwinding van de jacht de belangrijkste drijfveer. Dit zette mij aan het denken. Zijn het ook in de Nederlandse context vaak niet de conservatieve, en helaas ook vaak juist de christelijke partijen, die de mens nog altijd boven de natuur plaatst om die zogenaamd te beheren? Zover gaat Birkhead niet, moet ik hierbij volledigheidshalve optekenen. Hij gaat nog wel in op onze beroerde geschiedenis van de reuzenalk en andere uitgestorven vogels die door menselijk toedoen uitgestorven zijn.

Conclusie

Wat een rijk boek is het nieuwe boek van Tim Birkhead. Vogels en wij beschrijft de sleutelmomenten in onze geschiedenis met vogels. Overal doken en duiken vogels op. In de kunst, wetenschap en religies. Maar ook op de tafels van de hooggeplaatsten van deze wereld die smachten naar de tong van leeuwerik, nachtegaal of flamingo. Deze cultuurgeschiedenis heb ik werkelijk verslonden en heeft mijn kennis over onze omgang met vogels enorm verrijkt en verdiept. Dat ik me werkelijk geen seconde dreigde af te haken in dit toch lijvige boek is zeker te danken aan de soepele pen die Birkhead hanteert. De uitvoering is ook voornaam: een prachtige hardcover. Nico Groen zorgde voor een voortreffelijke vertaling. Heerlijk leesvoer dus!

Vogels en wij / Tim Birkhead / Atlas Contact / als hardcover en als e-book