Recensie: Vogels en hun veren, Marc Duquet en Sébastien Reeber

De rui van vogels brengt zelfs bij doorgewinterde vogelaars regelmatig het hoofd op hol. Plots lijkt de vogel niet meer op de vogel die hij zijn moet. Wat natuurlijk onzin is, want ook het ruikleed is één van de stadia waarin een vogel verkeren kan. Het uitgebreide en zeer gedetailleerde boek Vogels en hun veren van de Franse vogeldeskundigen Marc Duquet Sébastien Reeber is het eerste boek dat zo grondig ingaat op het fenomeen van de rui. Ger Meesters, een zeer bekende ornitholoog (hij werkte bijvoorbeeld mee aan de Zakgids vogels van Nederland en België) vertaalde dit vernieuwende en innovatieve boek.

Verrekijkers voor elke natuurliefhebber

Op CameraNu.nl vind je een groot assortiment verrekijkers. Voor de beginnende en de gevorderde vogelaar, voor kinderen, wandelaars, fietsers, vakantiegangers, etc.

Een boek over de rui kan niet om het fenomeen ‘veer’ heen. Wat is een veer? Welke verschillende soorten veren zijn er? Hoe is het verenkleed georganiseerd? En hoe zit het met de veren van de verschillende onderdelen van het vogellijf: kop, lichaam, vleugels, staart? Om vervolgens dieper in te gaan op het fenomeen ‘rui’. De hoofdstukken die aan deze thema’s zijn gewijd vormen de eerste twee delen van Vogels en hun veren. Het derde deel worden gevormd door de praktijkgevallen waarin wordt ingezoomd op de rui bij talloze vogelsoorten.

Al in de inleiding vragen de auteurs aandacht voor hoe de meeste vogelaars naar vogels kijken. Velen, waaronder ook de auteurs van vogelgidsen, nemen hun vertrekpunt in het broedkleed. Dat is leidend. En hoewel het broedkleed het gemakkelijker maakt om verschillen tussen nauw verwante soorten te zien, is het echter niet het kleed dat de vogel het langste draagt. Dat vond ik wel een eye-opener. Het algemene kleed (of: winterkleed) is het kleed dat de vogel het overgrote deel van de tijd draagt. Eigenlijk zou dat het basiskleed moeten zijn. Twee Amerikaanse auteurs pleiten daarvoor: Humphrey en Parkes.

In de hoofdstukken die volgen gaan de auteurs in op de veren. Dat doen ze zeer grondig en fundamenteel, kun je wel zeggen. Overigens in toegankelijke taal, waarbij ik wel moet toegeven dat je over affiniteit en belangstelling voor het onderwerp moet beschikken, want het is héél véél informatie die je wordt aangereikt. Kennis die je helpt bij het herkennen van de moeilijke gevallen in het veld, of bij het bepalen van leeftijd en geslacht.

Het begint bij basiskennis. Hoeveel veren hebben vogels nu eigenlijk? Dat kan oplopen tot meer dan 25.000 bij de grote zwanen, zo lees ik. Ook deden de auteurs onderzoek naar de groeisnelheid van veren. Hoe belangrijk het is om de verschillende soorten veren te kennen die je verspreid over het lichaam van de vogels aantreft, blijkt uit een recent probleemgeval dat ik zelf had. Ik filmde op de Brouwersdam een meeuw in een merkwaardig kleed. Ik kwam van iemand anders een foto tegen en die had de meeuw bestempeld als een hybride zilvermeeuw x Pontische meeuw. Een andere meeuwendeskundige bevestigde dat eerst, maar bleef ook naar de meeuw kijken en begon toen te twijfelen. Het leek hem toch een ‘gewone’ zilvermeeuw. En waar ik deze meeuw als een juveniel aanzag, daar bleek het een tweedejaars te zijn. En dat las de meeuwendeskundige allemaal af van de mantel, de tertials en de handpendekveren. Eerlijk is eerlijk: ik had me daarvoor nog nooit verdiept in de topografie van een vogel. De eerste plaatjes in de vogelgidsen sloeg ik altijd automatisch over. Zeer tot mijn schade, zo blijkt ook maar eens uit het lezen van Vogels en hun veren. Wil je echt een goede vogelaar worden, dan moet je kennis hebben van de topografie van de vogel. Welke veren bevinden zich op de verschillende onderdelen van de vogel. En: hoe verloopt de rui van die veren? Want juist de rui zaait verwarring, en niet weinig ook! Zie hier het belang van het boek dat ik nu aan het bespreken ben.

recensie vogels en hun veren Marc Duquet en Sebastien Reeber

De rui. Het fenomeen waarbij de vogel zijn oude veren vervangt door nieuwe. Meer biologisch uitgedrukt en dan citeer ik de auteurs: ‘Bij nadere beschouwing bestaat de rui uit het activeren van een veerfollikel, die vervolgens een nieuwe veer produceert. Deze duwt de vorige naar buiten om hem te laten uitvallen, zo ook bij het kuiken, waarbij de nieuwe veren het dons verdringen (dat vaak nog een tijdje aan het einde van de veer blijft hangen).’

Om deze recensie een beetje behapbaar te houden, moet ik in sprongen door het boek. Ik laat delen onbenoemd, reken echter dat ook deze van belang zijn. Ik ontdek dat er sprake kan zijn van volledige rui en van gedeeltelijke rui. Dat maakt het herkennen van vogels nog complexer. De algemene regel is dat de meeste vogels jaarlijks een volledige rui kennen. Sommige vogels kennen zelfs twee keer per jaar een volledige rui, waaronder bijvoorbeeld de fitis die na het broedseizoen ruit en nogmaals het overwinteringsgebied. Gedeeltelijke rui vindt plaats tijdens de postjuveniele fase van veel vogels en vlak voor het broedseizoen. Gedeeltelijke rui wil zeggen dat niet alle veren worden vervangen. Meestal zijn het dan de veren van vleugels en staart die niet worden gewisseld. Soms treden er omstandigheden op waarin de rui wordt gestopt of onderbroken: voedselgebrek, moeilijke weersomstandigheden of gezondheidsproblemen. Dan houdt de vervangen van veren op om niet altijd later te worden hervat. Dat levert een diffuus en verwarrend beeld op van de vogel.

Alles kan worden samengevat in diagrammen, en zo ook de rui. Het hoofdstuk over de ruistrategieën bevat tientallen ruidiagrammen van bijvoorbeeld kerkuil, kolgans, ijsduiker, zilvermeeuw, pijlstaart en zilverplevier. Ik moest er even goed naar kijken, maar heb je eenmaal door wat je ziet, dan zijn deze diagrammen verdraaid handig. Je ziet namelijk precies wanneer welke veren worden gewisseld in de eerste drie jaar van het vogelleven. Duidelijk is dat de verschillen in ruistrategieën heel verschillend zijn.

Terwijl in de eerste twee delen de zeer gedetailleerde kleurenfoto’s de informatie ondersteunen, draait het in het derde deel van Vogels en hun veren voor een groot deel om de foto’s: we zijn aanbelandt in het praktijkgedeelte waarin de auteurs ingaan op de rui van individuele soorten. De auteurs hebben daarbij een brede focus: ze gaan in op heel veel soorten die in Nederland en België te zien zijn, en in breder perspectief: in West-Europa. Maar ik kom ook Amerikaanse soorten tegen en soorten die in Azië voorkomen, bijvoorbeeld de Heuglins meeuw. Het oog voor detail is fenomenaal. In het hoofdstuk over de Mezen beschrijven de auteurs hoe je de leeftijd van pimpelmezen kunt bepalen door naar het contrast te kijken in kleur en/of slijtage tussen juveniele veren en formatieve veren. Ook zéér leerzaam is het hoofstuk over de pestvogel. De foto’s zijn glashelder, de verschillen tussen 1e winter en adult zijn me voor het eerst helemaal duidelijk geworden. Eerlijk gezegd heb ik me nooit eerder het hoofd gebroken over het verschil tussen een 1e jaars pestvogel en een adult. Maar mocht ik nog eens een groepje pestvogels tegenkomen, dan zal ik daar zeker opmerkzaam op zijn. Dat is het leuke van een boek als Vogels en hun veren: je leert niet alleen vogels in een diffuus verenkleed te herkennen, je leert ook met andere ogen naar vogels kijken!

Op de afsluitende pagina’s kun je tenslotte je nieuw verkregen kennis testen. Kijk naar keep, drieteenstrandloper, havik, koperwiek, grote mantelmeeuw en tapuit en probeer de ruicontrasten te identificeren, veren die gesleten zijn of in de groei, etc. De antwoorden vind je op de laatste bladzijden van het boek. Laat ik het zo formuleren: ik heb nog heel veel vlieguren nodig om de informatie uit dit boek om te zetten naar de juiste conclusies in het veld.

Toen ik begon met het lezen van Vogels en hun veren wist ik niet dat vogels kijken zo complex kan zijn 😊. Dit boek reikt me zoveel informatie aan, dat ik het niet alleen heel aandachtig heb moeten lezen, maar dat ik het ook regelmatig zal herlezen. Dit boek heeft me geleerd om met andere ogen naar vogels te kijken, én heeft mijn kennis over de verschillen in verenkleden verder verdiept. Wil je werkelijk de finesses van vogels kijken leren ontdekken, dan is dit een onmisbaar boek.

Vogels en hun veren / Marc Duquet en Sébastien Reeber / KNNV Uitgeverij / als paperback

Mijn tips voor natuurbeleving

Zo beleef je de natuur nog intenser!

(héél véél keuze, in nagenoeg heel Europa!)

(voor elk budget de drie beste opties)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)