recensie vogelatlas van nederland sovon a

Recensie: Vogelatlas van Nederland, Sovon

 

Voor me ligt het kloeke standaardwerk dat je alles vertelt over de actuele stand van zaken omtrent de vogels in ons land: de Vogelatlas van Nederland, een fenomenale uitgave van Sovon en Kosmos Uitgevers. Deze vogelbijbel is dé informatiebron voor wie wil weten hoe het voorstaat met de vogelpopulaties in Nederland. Welke gebieden en regio’s het beste en het slechtste presteren, wat hiervan de oorzaken zijn en welke vogels voor- of achteruit gaan. Ik durf nu al wel te stellen dat dit een onmisbare uitgave is voor wie te maken heeft met vogels. Van de geïnteresseerde vogelaar en vogelteller tot beleidsmakers bij overheden en natuurorganisaties. Zelf ga ik de atlas heel vaak gebruiken als ik een stukje over een vogelsoort schrijf. Als het nog niet duidelijk was, dan nu toch wel: ik beveel deze uitgave van harte aan.

‘Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering’, zo luidt de ondertitel. De gegevens in de Vogelatlas van Nederland is het resultaat van noeste arbeid door duizenden vrijwilligers die bij Sovon zijn aangesloten. Elke maand stoppen ze vele uren in het tellen van broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Terecht dat professor mr. Pieter van Vollenhoven hier bij stilstaat in het Voorwoord. Mooi werk trouwens. Het is alweer lang geleden dat ik zelf maandelijks het veld in ging om vogels te tellen. Het ontbreekt me nu aan de tijd, maar wie weet, pak ik de draad ooit weer op. 

 

In dagblad Trouw kwam ik al een artikel tegen over de Vogelatlas van Nederland. Zou je letten op het aantal vogelsoorten dat in Nederland tot broeden komt, dan kom je in een optimistische stemming. Ten opzichte van de jaren zeventig broeden er nu maar liefst 41 soorten extra in ons land. Nieuwkomers als visarend, zeearend, steppekiekendief en bijeneter klinken heel spectaculair en dat zijn ze natuurlijk ook. Maar daar staat tegenover dat soorten als grauwe klauwier, paapje, tapuit en steenuil in rap tempo aan het verdwijnen zijn uit ons land. Tel daar gerust ook grutto en andere weidevogels bij op en je weet: het is toch zo florissant nog niet gesteld met de Nederlandse natuur. Want dat vogelsoorten achteruit kachelen heeft ook in bredere zin iets te betekenen: de kwaliteit van ons leefgebied boert zienderogen achteruit als gevolg van intensieve landbouw, vervuiling, uitbreiding van stedelijk gebied en zo nog een aantal factoren. De menselijke invloed laat zich in negatieve zin voelen. Hoewel juist diezelfde menselijke invloed ook verantwoordelijk is voor de vestiging van nieuwe soorten in ons land. De slechtvalk bijvoorbeeld doet het niet slecht. Hij weet de hoge gebouwen in de steden zeer te waarderen. En wat te denken van een exoot als  de halsbandparkiet die het in sommige gebieden ook goed doet?

De Vogelatlas van Nederland opent met twee beschrijvende hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van de atlas en hoe de gegevens zijn verzameld. Indrukwekkend om de verantwoording voor de jarenlange onderzoeken te lezen. Het derde hoofdstuk beschrijft de veranderingen in de vogelwereld en de oorzaken ervan. Zo laat de atlas zien dat met name de boerenlandvogels zeer in de verdrukking zitten. Het is zelfs zo dat vogels die wel gedijen bij intensieve landbouw (denk aan de grauwe gans) nu ook over hun piek heen zijn. Zoals de grauwe gans bijvoorbeeld. In de jaren zestig een bedreigde soort en nu hier en daar een ware plaag. Andere oorzaken van achteruitgang van het aantal vogels in ons land zijn het afname van Afrikaans borareaal (voor trekvogels heel belangrijk biotoop) en teruglopende kwaliteit van leefgebieden. Toen bijvoorbeeld de driehoeksmosselen verdwenen uit het IJsselmeer, verdwenen ook de overwinterende tafeleend en kuifeend. In het Waddengebied blijkt voedselgebrek een belangrijke factor te zijn in de afname van de aantallen kluten, scholeksters en visdiefjes. Hierdoor liep het broedsucces van deze soorten aanzienlijk terug. Hier en daar dus een lichtpuntje, maar helaas domineren de sombere ontwikkelingen. De biodiversiteit in Nederland is de afgelopen decennia achteruit gehobbeld. Te vol, te vervuild en te intensief benut. Wie zich verantwoordelijk weet voor de natuurwaarden in ons land, die moet zich hier zeer ongemakkelijk bij voelen. En oplossingen zijn nog lang niet in zicht. De aanleg van nieuwe natuur bijvoorbeeld heeft nog niet geleid tot verbetering van de situatie. Maar we kunnen het toch niet toelaten dat de negatieve tendens zich ook de komende decennia blijft doorzetten? En dat een volgende Vogelatlas van Nederland een stuk minder omvangrijk zal zijn… 

Het meest benieuwd was ik natuurlijk naar de soortbeschrijvingen. Ook in de Vogelatlas van Nederland ging ik op zoek naar de rotgans. De samenstellers zijn zo grondig te werk gegaan dat ze de drie ondersoorten apart behandelen. Rotgans, witbuikrotgans en zwarte rotgans krijgen zo de aandacht zie ze verdienen. Broeden doet geen enkele van deze ondersoorten in ons land. Wel is ons land een belangrijk overwinteringsgebied. Met tussen de 60.000 tot 69.000 winteraantallen van de rotgans. De witbuikrotgans en zwarte rotgans komen in heel lage aantallen voor. Goed nieuws bij de rotgans: de aantallen overwinteraars bleven grosso modo gelijk de laatste jaren.

Ik sla de Vogelatlas van Nederland op een willekeurige andere pagina open. Die van de zomertortel. Hier moeten alle alarmbellen afgaan. De grafiek laat een steile curve neerwaarts zien. Wat ik al wist, wordt helaas bevestigd: de zomertortel behoort tot de sterkst in aantal afnemende broedvogelsoorten. 

De meest grappige soortpagina vind ik die van de halsbandparkiet. Van die exoot broeden er zo’n 2.000 in Nederland. Een blik op het verspreidingskaartje spreekt boekdelen: alleen in de Randstad te zien, met hier en daar een vage stip in de andere provincies. 

Dan nog een paar soorten die ik dolgraag weer in Nederland zou zien broeden. Wat te denken van de ortolaan (nul broedparen) en de grauwe gors (nul tot twee broedparen)? Eerlijk gezegd heb ik er weinig fiducie in dat deze prachtige soorten de komende decennia terug zullen keren. Daarvoor zouden de omstandigheden op onze platteland al te radicaal moeten veranderen…

Of neem de veldleeuwerik die zoals zoveel vogels van het platteland enorm achteruit boert…. Hoeveel paartjes zullen er in de volgende atlas staan?

Al met al is de samenstelling van de Nederlandse broedvogelbevolking ontzettend veranderd. Maar vergis je niet. Platte statistieken zijn bedrieglijk. Het lijkt zo mooi, 41 broedvogels extra. Maar er stierven ook soorten uit. En bovendien: die 41 soorten zetten qua aantal nauwelijks zoden aan de dijk. Die paar zeearenden die aan het broeden zijn geslagen, staan in geen verhouding tot de duizenden paartjes grutto’s die uit ons land zijn verdwenen. Of neem de huismuspopulatie die ook al zo’n enorme neergang vertoont. Ik snap wel, vogelaars trekken er eerder op uit voor een zeearend of bijeneter dan voor een grutto of huismus, maar deze voorbeelden zeggen veel meer over de kwaliteit van ons landschap dan die paar in het oog springende soorten. Buiten de natuurgebieden is er simpelweg sprake van een kaalslag.

Het resultaat van al die noeste arbeid door de mensen van Sovon heeft geleid tot een indrukwekkend naslagwerk. De vele overzichtskaartjes, tabellen en grafieken verraden het grondige statistische werk. Want vogelonderzoek kan niet zonder bewerking van statistieken. Hopelijk opent dit monnikenwerk de ogen van wie mede-verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de leefgebieden in ons land. 

De Vogelatlas van Nederland kun je met recht de Vogelbijbel van Nederland noemen. Het is het meest volledige overzicht van de toestand van de Nederlandse broed- en wintervogels. Niet eerder werden de Nederlandse vogels zo uitgebreid en minutieus geïnventariseerd. Ben je vogelaar, vogelteller, onderzoeker, boswachter, beleidsmaker bij een overheidsdienst of natuurorganisatie, dan kun je niet om deze uitgave heen.

Vogelatlas van Nederland / Sovon / Kosmos Uitgevers / als hardcover

De beste verrekijkers om vogels te kijken (gerangschikt van goedkoop naar allerduurst):