Recensie: Vogelatlas Amsterdam, Frank Van Groen Jip Louwe Kooijmans

Vogels kijken in een stedelijke omgeving. Dat doe ik niet vaak. Liever bezoek ik een verlaten natuurgebied in de Zeeuwse delta of een spechtenrijk bos in Brabant. De gloednieuwe Vogelatlas Amsterdam vertelt mij echter dat ik mijn vizier toch ook eens op de stad moet richten. Ondanks allerlei misère biedt ook de stad gelukkig volop onderdak aan vogels. De Vogelwerkgroep Amsterdam verrichtte prachtig werk dat resulteerde in deze kloeke atlas die natuurlijk vraagt om een eerste kennismaking.

In zekere zin is de Vogelatlas Amsterdam een primeur. Nooit eerder werd de avifauna in de regio Amsterdam op deze schaal onderzocht. Liefst 138 vrijwilligers verrichtten jarenlang systematisch onderzoek in de stad, maar ook ver erbuiten. Van Waterland tot Botshol, van de Haarlemmermeer tot Weesp, zo lees ik in de inleiding. En in diezelfde inleiding lees ik dat de stad, met zijn variatie van biotopen, een goede leefomgeving is voor veel vogelsoorten. Tuinen, gevels, daken en ook de recreatie-, landbouw- en natuurgebieden in en rond de stad trekken vogels aan. In dit diverse gebied verblijven jaarlijks meer dan 200 soorten verschillende soorten vogels. Daarmee kun je al een aardige vogelgids vullen.

Ook nog leuk om te vermelden: de auteurs merken fijntjes op dat de gegevens in de Vogelatlas Amsterdam door de gekozen opzet 25 maal zo nauwkeurig zijn als in de Vogelatlas van Nederland die een paar jaar geleden verscheen.

In de inleidende hoofdstukken lees je de details over de gehanteerde onderzoeksmethode. Er worden factoren beschreven die van invloed waren op de vogelpopulaties in een bepaald jaar of seizoen. Zo was de winter van 2020 uitzonderlijk zacht en vrij nat. De lente van datzelfde jaar was vrij zacht, zeer droog en record zonnig. Reken maar dat dit soort weersomstandigheden van invloed zijn op het aantal vogels(oorten) dat in het gebied verblijft. Een droog voorjaar, dat moet bijvoorbeeld van invloed zijn geweest op het broedsucces van bijvoorbeeld de grutto. In een uitgedroogde bodem is het vrijwel onmogelijk om voedsel te vinden voor onze nationale vogel.

Op het gevaar af dat ik me een beetje te veel met een hinkstapsprong door de vogelatlas beweeg, toch even doorbladeren naar de pagina’s waarop de ontwikkelingen van de grutto-populatie worden beschreven. Ik heb immers in de inleiding al gezien dat het befaamde Landje van Geijsel binnen de onderzoeksgrenzen valt. En daar kun je al vroeg in het voorjaar grote groepen grutto’s zien. Wie de pagina’s over deze prachtige steltloper lees, ontdekt dat de schrijvers niet met ingehouden pen schrijven. De impact van vossen op de gruttostand is groot. Menig gruttokuiken valt ten prooi aan Reintje. Maar de gemeente Amsterdam hanteert een stringent anti-jachtbeleid, ‘dat zich onbedoeld vertaalt in een stringent anti-Gruttobeleid.’ En alsof deze rampspoed nog niet voldoende is voor de grutto, gaan de schrijvers verder: ‘De toekomst van de Grutto ligt in handen van een bont gezelschap lieden die al ruziemakend beslissingen nemen over graslandgebruik: consumenten, winkeliers, kiezers, politici, zuivelverwerkers en uiteindelijk vooral de boeren.’

recensie vogelatlas amsterdam Frank Van Groen en Jip Louwe Kooijmans

Al eerder ontdekte ik dat de auteurs er geen doekjes om winden als het aankomt op wat beter kan en moet. Spreekt de agrarische industrie eufemistisch over gewasbeschermingsmiddelen, daar kiest de redactie ervoor om het beestje bij zijn naam te noemen. Landbouwgif is het, en daarin geef ik ze alle gelijk. Toch hebben de schrijvers ook oog voor de zegeningen rond onze hoofdstad. Tot mijn verrassing lees ik dat in het agrarisch gebied rond Amsterdam bepaalde natuurwaarden bewaard zijn gebleven. Delen van Waterland werden natuurgebied. En in een ander deel verrezen geen nieuwe (lees: grootschalige) boerderijen, maar een weidevogelreservaat. De intensivering van de agrarische sector blijkt rond Amsterdam iets minder ver doorgeschoten te zijn dan op andere plekken in Nederland. Zelfs is hier en daar ‘een zekere mate van kleinschaligheid behouden.‘ Maar toch: ook in de Amsterdamse regio worden de graslanden van intensieve boeren meerdere keren per jaar voorzien van grote hoeveelheden drijfmest. Funest voor het bodemleven en voor de biodiversiteit.

Er valt nog veel meer over de natuur in en rond Amsterdam te lezen. Ik stip nog aan dat een stedelijke omgeving een dynamische omgeving is. Altijd onderhevig aan verandering. De komende decennia moeten er nieuwe natuur- en recreatiegebieden in en rond de stad worden gecreëerd. Dat biedt kansen voor vogels. Maar er moeten ook 150.000 woningen bijkomen voor 250.000 nieuwe inwoners. Een bedreiging voor vogels. Hoewel… Vergroening van de stad biedt ook weer kansen. Maar paradoxaal genoeg kan volgens de opstellers van de Omgevingsvisie beter groen ook bestaan uit minder groen. Ik ben bang dat deze bestuurlijke raadselentaal iets verhult dat de meeste natuurliefhebbers vrees inboezemt. Laat ook ik dan een keer meedoen aan de verhulling door te stellen dat de stedelijke omgeving veel uitdagingen kent, ook op het gebied van duurzaamheid.

Dan op naar een belangrijk deel in de Vogelatlas Amsterdam: de telresultaten. De aandacht richt zich in de atlas op broedvogels en vogels die in de Amsterdamse regio overwinteren. Hierbij maken de schrijvers onderscheidt tussen het aantal kilometerhokken waar een soort voorkomt en het daadwerkelijk aantal exemplaren. Zo is de meerkoet de vogel die in de meeste kilometerhokken voorkomt, als wintervogel en als broedvogel. Maar de spreeuw is uitgedrukt in aantal exemplaren de meest voorkomende wintervogel in Amsterdam, terwijl de merel dat is als broedvogel. Het verschil tussen wintervogels en broedvogels is trouwens behoorlijk. In de top tien van wintervogels (gebaseerd op aantallen) staan smient, brandgans, kokmeeuw, kolgans en kuifeend. Deze komen in de top tien van broedvogels niet voor. Daar kom ik verrassend genoeg wel weer de zwartkop tegen. En niet de kauw, een vogel die ik ook in die top 10 had verwacht.

Leuk is ook dat er aandacht is voor zeldzame wintervogels als ijsduiker, purperreiger, dwergmeeuw, strandleeuwerik, grote pieper en sneeuwgors.

Een andere invalshoek is de Rode Lijst. In Nederland staan 87 vogelsoorten op de Rode Lijst. Daarvan komen er 41 voor in Amsterdam. Ik noem een paar opvallende soorten: patrijs, zomertaling, porseleinhoen, kemphaan, velduil, wielewaal en paapje. Helaas, de tijden dat strandplevier en kuifleeuwerik in onze hoofdstad broedden behoren tot een grijs verleden.

De boekenwurmen (en ik hoop om tal van redenen dat die populatie niet afneemt als gevolg van allerlei vormen van mentale drijfmest) onder ons wijs ik op het hoofdstuk waarin de Vogelatlas Amsterdam wordt vergeleken met eerdere regionale atlassen. Want waar vogels worden geteld, daar worden rapporten samengesteld, soms uitmondend in heuse atlassen. Ook in het verleden werd er heel wat geschreven.

Dan door naar de soortbeschrijvingen. De patrijs kom ik tegen, en de kwartel. Zelfs de voor mij iconische rotgans krijgt een halve pagina toebedeeld, hoewel de regionale winterpopulatie wordt geschat op 1 of 2. Overigens is het in de regio Amsterdam niet moeilijk om ganzen te zien. Rond de stad liggen uitgestrekte weidegebieden die een prima leefgebied vormen voor deze watervogels, zo lees ik in het hoofdstuk Ganzenland.

Bij elke vogelsoort tref je kaartjes aan. Bij de zeldzame soorten hooguit één. Bij soorten die talrijker zijn, meerdere, oplopend tot vier. Een kaartje voor de soort als broedvogel en als wintervogel. Plus twee kaartjes die de populatie vergelijkt t.o.v. de periode 2005-2009 en 1985-1995. Je zult begrijpen dat een vergelijking van de huidige populatie met de populatie van 1985-1995 vaak de grootste verschillen oplevert.

Ik wil nog even dieper op een soort ingaan. Ik kies de veldleeuwerik. Hierboven gaf ik al aan dat de kuifleeuwerik jammerlijk is verdwenen uit onze hoofdstuk. Hoe vergaat het zijn neef? Wie niet vreemd is in vogelland, zal vermoeden dat ook de veldleeuwerik het zwaar heeft, en daar heeft hij gelijk in. Er is nog maar een tiende over van de broedpopulatie uit de jaren zeventig. Intensivering van het grondgebruik is funest voor de veldleeuwerik. Wellicht dat rond Schiphol maatregelen getroffen kunnen worden om de biodiversiteit te bevorderen om zo ook de veldleeuwerik te helpen, zo schrijven de auteurs hoopvol.

Met de imposante appelvink gaat het daarentegen beter! Ik lees zelfs dat een verdere toename in de lijn der verwachting ligt. In Noord en in het Sloterpark heeft deze vinkensoort nog kansen genoeg om zich te vestigen. En ook worden op tal van plaatsen in Amsterdam bomen ouder en biedt ecologisch beheer van het groen kansen. Als de appelvinken dan ook nog eens wat minder schuw durven te worden, dan ligt Amsterdam aan hun voeten. Ze hebben namelijk hetzelfde menu als de halsbandparkiet en ook met deze exoot gaat het crescendo in de hoofdstad.

Inwoners, ambtenaren en politici kunnen hun voordeel doen door de aanbevelingen voor een toekomstbestendige vogelrijke Amsterdamse regio over te nemen. Dit hoofdstuk zeker lezen, ook als je ver buiten de hoofdstuk woont, want veel aanbevelingen zijn niet exclusief voor Amsterdam. Ik mis in dit hoofstuk alleen de aanbevelingen voor bedrijven en bedrijventerreinen. Hoe kunnen we ook deze locaties vergroenen? Ik las niet zo heel lang geleden in Trouw een artikel van een ecoloog die zelfs op bedrijventerreinen allerlei kansen zag. Dat zal in Amsterdam en in andere grote steden toch niet anders zijn?

En tot slot gelukkig ook nog de complete Amsterdamse Avifaunistische Lijst met alle vogelsoorten die ooit in Amsterdam zijn waargenomen. Deze lijst mag zeker niet ontbreken. Het blijken toch maar liefst 332 soorten te zijn plus 22 exoten. Een fraaie foto van de Woestijntapuit die in 2017 langere tijd bij Schiphol verbleef sluit het register af.

Ik verzeker je: de Vogelatlas Amsterdam biedt nog véél meer informatie dan ik heb kunnen aanstippen. Dit fraaie staaltje van noeste arbeid verdient navolging. Rotterdam. Utrecht. Groningen. En al die andere kleinere en grotere steden. Hoe staat het er in jullie omgeving voor met de vogels (en andere organismen)?

Voor iedereen die betrokken is bij het wel en wee van vogels in de stad en in Amsterdam in het bijzonder biedt de Vogelatlas Amsterdam een schat aan informatie. Vergeet niet om dit boek in je boekenkast te zetten en op gezette tijden te raadplegen!

Vogelatlas Amsterdam / Frank Van Groen Jip Louwe Kooijmans / Noordboek / als hardcover

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf en dus veilig!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)