recensie veldgids zweefvliegen sander bot

Recensie: Veldgids Zweefvliegen, Sander Bot en Frank van de Meutter

In de fameuze serie veldgidsen van KNNV Uitgeverij verscheen onlangs een nieuwe gids: de Veldgids Zweefvliegen van Sander Bot en Frank van de Meutter. Deze gids is de eerste Nederlandstalige veldgids die alle 384 soorten zweefvliegen die je in en om de Lage Landen aantreft beschrijft en in beeld brengt. Welke review ik ook lees, de schrijvers putten zich unaniem uit in louter lovende woorden.

Als ik in de zomer overstap op het filmen van insecten, dan vallen daar ook de zweefvliegen onder. De eerlijkheid gebied te zeggen dat mijn kennis van zweefvliegen maar bar slecht ontwikkeld is. Een goede veldgids met duidelijke determinatiesleutels is meer dan welkom. Wel, de Veldgids Zweefvliegen voorziet voor de volle honderd procent in die behoefte.

Eerst even over de soortnamen. Dat vind ik altijd een heel leuk aspect in veldgidsen over dieren waar ik me niet heel intensief mee bezig hou. En dan doel ik vooral op de namen. De bretelwimperzweefvlieg. Of de terrasjeskommazweefvlieg. Het groot dofbuikgitje. Het geelvleugeldoflijfje. Het zwartpootroetneusje. Dat zijn toch namen om bij weg te zwijmelen? Voor mij ook soorten die me uren werk gaan opleveren. Hoe ga ik al die zweefvliegen herkennen? Want het komt ook bij deze insectengroep aan op de kleinste details. Dat gaat me heel wat uurtjes puzzelen opleveren.

De omschrijvingen, afbeeldingen en determinatiesleutels zijn ondertussen fabuleus. Een kenmerk dat alle veldgidsen in deze serie delen. De afbeeldingen van de zweefvliegen zijn sterk uitvergroot waardoor de meeste details al meteen in het oog vallen. Details die zo klein zijn dat zelfs een eerste uitvergroting geen soelaas biedt, worden nog eens extra uitvergroot. Zo bijvoorbeeld bij het ringpootroetneusje waar het kopprofiel extra wordt uitvergroot, zowel het voor- als het zijaangezicht. Dan kun je die meteen vergelijken met het kopprofiel van het zwartpootroetneusje waarbij dezelfde onderdelen sterk zijn uitvergroot. Zeer noodzakelijk, want de verschillen tussen soorten zijn vaak miniem. Zo lees ik bij de slanke driehoekzweefvlieg dat het gezicht bestoven is op de middenknobbel na. Bij de vliegende speld (op dezelfde pagina als de slanke driehoekzweefvlieg) lees is dat het hele voorhoofd bestoven is. Ga je vergrootglas of je macrolens alvast maar poetsen!

Ondertussen rijst de vraag: wat onderscheidt een zweefvlieg van een bij of wesp? Als beginner verwar ik ze al heel snel. Zweefvliegen hebben één vleugelpaar, terwijl bijen en wespen twee vleugelparen hebben, zo lees ik in de inleiding. De inleiding moet je zeker bekeken hebben. Daar worden alle onderdelen van de zweefvlieg XXL uitvergroot en dat levert spectaculaire foto’s op.

Wil je zweefvliegen vinden, zoek dan op bloemrijke plaatsen. Een wegberm met veel fluitenkruid of met bloeiende meidoorns zijn uitstekende plekken. Hopelijk dringt het besef bij overheden, boeren, grootgrondbezitters en waterschappen door dat bloemen onmisbaar zijn voor de hele voedselketen en voor relatief kleine dieren als de zweefvliegen. Wie de Veldgids Zweefvliegen in zijn handen heeft gehad, zal beamen dat zweefvliegen tot de mooiste dieren in Nederland behoren. Daar moeten we zuinig op zijn, al was het maar omdat zweefvliegen een belangrijke plaats innemen in de voedselpiramide. Vogels en andere dieren leven immers van een insectenrijk dieet waar ook zweefvliegen deel van uitmaken.

De auteurs Frank van de Meutter en Sander Bot ondertussen zijn absolute deskundigen op het gebied van zweefvliegen. Ze houden zich al tientallen jaren bezig met zweefvliegen of zijn zo gepassioneerd bezig met zweefvliegen dat de hele wereld ervoor wordt afgereisd. Schitterend!

Het voorjaar staat voor de deur. Met zijn allen de bloembermen in, op zoek naar zweefvliegen. En met de Veldgids Zweefvliegen in de hand. Aarzel niet, want dit is een waar standaardwerk.

Veldgids Zweefvliegen / Sander Bot / KNNV Uitgeverij / als hardcover

Andere mooie insectenboeken: