Recensie: Veldgids Zeewieren, Luna van der Loos, Mart Karremans en Frank Perk

Zeewier, die gladde bekleding van het talud van de zeedijken. Hoe vaak ben ik daar al niet over uitgegleden? Het meest verradelijk zijn de groenwieren als ze nog nat zijn. Al van jongs af aan glij en glibber ik over wieren. En altijd viel me wel op dat je eerst een groene zone hebt, dan een bruine zone en daar weer onder een mengelmoes van bruin, rood en groen. Maar welke soorten daar groeiden? En wat wieren nu eigenlijk zijn? Geen flauw idee! De Veldgids Zeewieren van Luna van der Loos, Mart Karremans en Frank Perk brengt daar verandering in. Ruim 130 soorten of soortgroepen in Nederland (en België) die goed herkenbaar zijn met het blote oog worden behandeld. Weer een bijzonder nieuw deel in de befaamde serie veldgidsen van KNNV Uitgeverij.

Wie wieren wil bestuderen kan maar beter goed uitkijken. Voor je het weet ga je onderuit en dat moment kondigt zich zelden tijdig aan. Pardoes lig je op de grond. Meestal zonder gevolgen, maar toen ik in de Europoort een keer zwaar ten val kwam en die val opving met beide armen, hield ik van de klap toch een frozen shoulder over. Voorzichtig glibberen en klauteren dus!

Wier. Toch wel heel fascinerend. Zeesla en klapperwier kende ik wel. En met name tussen die slappe klappenwieren wemelt het van de alikruiken, krabben, grondels en garnalen. Wier levert een belangrijke bijdrage aan het ecosysteem. Wieren worden gegeten, bieden leefgebied aan talloze dieren, ze verminderen stroming en golfslag en als ze eenmaal aanspoelen op het strand voeden de rottende resten strandvlooien, vliegen en schimmels. En daar komen dan weer mijten en springstaarten op af en die dienen op hun beurt tot voedsel van vogels, kevers en spinnen.

Wat ik altijd aannam was dat wieren een soort van planten waren. Ze groeien weliswaar onderwater, of half op het droge en half onder water, afhankelijk van het getij, maar verder lijken ze sterk op de planten in bos en park. Met als groot verschil dat wieren geen hout vormen. In de Veldgids Wieren lees ik dat wieren geen planten zijn, maar algen. Ze hebben geen vaatsysteem en ook geen wortels. Voeding nemen ze rechtstreeks uit het water op. Wel is ook bij wieren sprake van fotosynthese. Wieren produceren dus ook zuurstof.

En toch, op basaal niveau zijn er natuurlijk wel overeenkomsten met de ‘hogere’ planten. Wieren vormen blad of (zij)takken. Dit alles in slappe vorm uiteraard. Dat kun je onder water goed zien. Het wier golft soepel mee op de deining en de stroming van het water. Wieren hebben weliswaar geen wortels, maar wel een hechtschijf of -voet. Daarmee zetten de wieren zich vast op de ondergrond, vaak een steen of rots. Vormt de wierensoort blad, dan lopen er nerven doorheen, evenals bij ‘gewone’ planten.

recensie veldgids zeewieren

Wil je zeewieren gaan zoeken, dan kun je in Nederland je hart ophalen. Overal waar je langs de kust rotsachtige elementen vindt, zal je wier aantreffen. In de Oosterschelde, Westerschelde, het Grevelingenmeer, de Zuidpier bij IJmuiden en op talloze andere plekken. Elk jaar komen er trouwens wel een paar soorten bij. En verdwijnen er een paar. Vanwege klimaatverandering of doordat ze konden meeliften met boten of met partijen oesters.

Er valt heel veel te vertellen over zeewieren. Lees er de inleidende hoofdstukken van de veldgids maar op na.

In zeker opzicht is de Veldgids Zeewieren een heel vernieuwend initiatief. Ik lees in het Voorwoord van Herre Stegenga (algoloog) dat hij het vele jaren onmogelijk achtte om wieren zonder microscoop te determineren. Vond hij een wiersoort die hij ter plekke niet op naam kon brengen, dan naam hij een monster mee, zette dat in de formaline en ging in het laboratorium aan de slag met een microscoop. De Veldgids Zeewieren zet echter in op determinatie zonder dat je perse gebruik hoeft te maken van microscoop. Een loep is wel een noodzakelijke voorwaarde en bij heel veel soorten worden ook in de veldgids afbeeldingen getoond van de cellen. De structuur en vormen van de cellen zijn en blijven immers een determinatiekenmerk. Dus kom je er echt niet uit aan de dijk of langs de dam, neem dan een monster mee en bestudeer het thuis verder onder de microscoop.

Dan de pagina’s met soortinformatie. Groenwieren, roodwieren, bruinwieren en aangespoelde niet-inheemse zeewieren worden achtereenvolgens in beeld gebracht en beschreven. Om met de foto’s te beginnen: die zijn kleurig, met oog voor detail en benaderen zo goed als mogelijk is de werkelijkheid. Alleen de textuur ontbreekt, daarvoor moet je de wieren toch echt in handen hebben. In de beschrijving aandacht voor het formaat, kleur en textuur, de uiterlijke kenmerken, eventuele gelijkende soorten en het habitat en seizoenspatronen.

Zo lees ik bij het Zeemeerminhaar: ‘Zachte, harige textuur. Wordt hard en bros indien droog.’ Deze soort groeit in het (hoge) getijdengebied en is algemener in de winter en lente. Je kunt deze soort zelfs aantreffen in brakwatergebieden. Wil je zeemeerninhaar onderscheiden van soorten die tot dezelfde familie behoren (Ulothrix soorten), dan heb je toch echt een microscoop nodig. Overigens: nu ik de foto’s zie van rotsblokken die bedekt zijn met zeemeerminhaar, moet ik deze soort (of een familielid) al talloze keren hebben betreden. Maar ik geef toe: het kan ook haarwortelwier zijn geweest. Toch wel mooi om dat nu te ontdekken. Misschien heb ik mijn smak in de Europoort wel te danken aan dat zeemeerminhaar…

Wereldwijd komen bijna 11.000 wieren voor. In ons land ongeveer 275. De helft daarvan wordt dus beschreven in deze veldgids. Dat zijn de soorten die met het blote oog goed herkenbaar zijn.

Ik ken weinig veldgidsen die afsluiten met een serie recepten. Je kunt je dat bij een vogel- of insectengids nauwelijks voorstellen. Maar bij wieren ligt dat een slag anders. Zeewier is bijzonder voedzaam, niet alleen voor onderwaterdieren. Ook voor ons mensen heeft zeewier op gastronomisch gebied veel te bieden. En vandaar een aantal recepten die zijn samengesteld door de kok van Restaurant Morille in Koudekerke (Walcheren). Het eerste recept spreekt me al meteen aan: Tartaar van haring met Zeesla en Viltwier. Je snapt: je moet wel liefhebber zijn van wat het zilte nat te bieden heeft.

Ik vind het mooi dat in de befaamde serie veldgidsen van KNNV Uitgeverij plaats is voor een heel specifieke soortengids als de Veldgids Wieren. Zoals alle andere veldgidsen is de gids opgezet door deskundigen. De beschrijvingen zijn toegankelijk geschreven; de foto’s zijn herkenbaar en vrijwel allemaal in Nederland gemaakt. De gids zelf is prachtig uitgevoerd als hardcover. Wie om welke reden dan ook geïnteresseerd is in zeewier die kan niet om deze hoogstaande veldgids heen. Lekker naar de kust en op zoek naar zeewier!

Veldgids Zeewieren / Luna van der Loos, Mart Karremans en Frank Perk / KNNV Uitgeverij / als hardcover

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!