Recensie: Veldgids Schelpen, R.H.de Bruyne

De Veldgids Schelpen van R.H.de Bruyne beschrijft meer dan 320 soorten schelpen en weekdieren uit de Noordzee. In de verschillende kusttypen kun je ze vinden, maar veel vaker zal je ze vinden in een schelpenbank op het strand. Ben je een schelpenverzamelaar, onderzoeker van wad en kwelder, dan is dit dé schelpengids van dit moment.

Rykel de Bruyne is weekdierdeskundige. Eerder publiceerde hij de Basisgids Strandvondsten, een heel toegankelijke natuurgids voor iedereen die meer wil weten over de vondsten tijdens een strandwandeling. De basisgids beschrijft véél meer dan alleen schelpen. De Veldgids Schelpen beschrijft de schelpdieren in de Noordzee, aangevuld met alle zeenaaktslakken. Om mogelijke doelgroepen alvast maar te benoemen: hiermee is dit een complete gids voor strandwandelaars, duikers, onderzoekers, vissers en verder iedereen die zich bezig houdt met de schelpen en weekdieren in de Noordzee.

Tweekleppigen, huisjesslakken en inktvissen komen veel voor langs onze kust. Ze leven in de modderige of zanderige bodem, op de rotsen of zwemmen in het rond. Oosterschelde en Waddenzee zitten barstensvol weekdieren waar ze een belangrijkste voedselbron vormen voor wadvogels. Zo belangrijk zijn deze gebieden, dat veel wadvogels hun trekroutes erop hebben aangepast. Op hun tocht van noord naar zuid (en andersom) maken ze een wekenlange tussenstop in de Waddenzee en Zeeuwse Delta om aan te sterken.

recensie veldgids schelpen

De meeste mensen maken op het strand voor het eerst kennis met schelpen uit de Noordzee. Daar liggen de lege schelpen voor het oprapen, vaak in grote getale, zeker na een flinke storm. De meeste schelpen zijn jong, maar op sommige stranden kun je ook fossiele schelpen vinden. Op de Maasvlakte vind ik tijdens elke strandwandeling talloze fossiele oesters. In de Veldgids Schelpen kom je ook fossiele schelpen tegen, mits ze regelmatig op diverse plaatsen aanspoelen. Daarmee is dit ook een geschikte gids voor fossielenzoekers.

In de uitgebreide inleiding gaat de auteur in op allerlei onderwerpen die relevant zijn als je je met schelpdieren bezighoudt. Welke kusttypen je kunt onderscheiden bijvoorbeeld en welke soorten je daar kunt aantreffen. Ook krijg je goede aanwijzingen waar en wanneer je het beste schelpen kunt zoeken. De dagen na een aanlandige stormwind blijken ideaal te zijn, want dan kun je langs de vloedlijn enorme aantallen schelpen vinden, soms zelfs met het levende schelpdier er nog in. Meestal zijn het tweekleppigen. Bij aflandige wind zoek je juist bij laagwater de aanspoelselbankjes af. En ben je echt fanatiek, dan neem je een zeef mee om het gruis te zeven. En wil je weten op welke stranden je het beste schelpen kunt gaan zoeken? Dan ook het hoofdstuk Vindplaatsen doorlezen. Ik geef één locatie prijs: het strand bij Cadzand in Zeeuws-Vlaanderen, waar de hele kust rijk is aan fossielen uit het Holoceen, Pleistoceen, Plioceen en zelfs het Eoceen (45 miljoen jaar geleden). Zelfs heb ik er een zomervakantie lang naar fossiele haaientanden gespeurd (en veel gevonden ook).

Superhandig zijn de fototabellen voorin de gids. Met behulp van deze tabellen kun je snel naar de juiste pagina’s doorbladeren. Kom je er dan toch niet, dan blader je door naar de uitgebreide en handige determinatietabellen.

Dan begint het ‘echte werk’. De soortbeschrijvingen. Van elk schelpdier wordt een aantal varianten afgebeeld door middel van duidelijke foto’s. Ik blader naar de pagina’s met de alikruiken. In mijn jeugd raapte ik de grootste onder de alikruiken en verkocht ze aan de visboer. In Zeeland zijn ‘kreukels’ met Pasen een delicatesse. Je hebt verschillende soorten alikruiken, ontdek ik. De Gewone alikruik, Ruwe alikruik, Kleine alikruik, Vlakke alikruik en Stompe alikruik.

In de soortbeschrijving wordt ingegaan op de herkenning, dus het uiterlijk van de schelpdieren. Ook de kleur, habitat en het verspreidingsgebied worden uitgebreid besproken. Bij veel soorten kom je dan ook nog aanvullende informatie tegen. Bij de Gewone alikruik lees ik bijvoorbeeld dat de dieren massaal aanwezig kunnen zijn in slikgebieden waar de kruipsporen achterlaten op de slikbodem. Dat klopt, die sporen kom ik nog altijd vaak genoeg tegen als ik een slikwandeling maakt.

Een heel fascinerend hoofdstuk vind ik dat over de Zeenaaktslakken. Wat een bijzondere dieren zijn dat! Het begint al meteen met de eerste soort: de Groene wierslak. Het is net of deze slak een jurk van zeewier aanheeft. Hij is perfect gecamoufleerd. Ze kunnen groen zijn, maar soms zijn ze geelachtig, oranje of zelfs rood, naar gelang het wier waarop ze leven. Terwijl de Groene wierslak tot 4,5 centimeter groot wordt, blijft de omvang van de Kwelderslak steken bij maximaal een halve centimeter. Op mijn tochten over de slikken en schorren heb ik deze soort nooit gezien, hoewel hij op deze plaatsen beslist niet zeldzaam is, zo lees ik in de Veldgids Schelpen.

Ik blader ook door naar de laatste soorten, de olifantstanden. Inderdaad weekdieren die in een schelp huizen die sprekend lijkt op een olifantstand. Maar dan stukken kleiner. De Gladde olifantstand bijvoorbeeld. Deze schelpen worden niet langer dan 4,5 centimeter. Op het strand zal je deze tere huisjes zelden vinden. De grootste kans maak je door in de eikapsels van de wulk te kijken. Daar wil nog weleens een Gladde olifantstand in verborgen zitten. Een uitgebreid register sluit de veldgids af.

De Veldgids Schelpen mag je gerust beschouwen als de belangrijkste schelpengids voor het Noordzeegebied van dit moment. Lekker stevig uitgevoerd als hardcover. Hou je je op enige manier bezig met schelpdieren uit het zoute water, dan is dit een onmisbare gids.

Veldgids Schelpen / R.H. de Bruyne / KNNV Uitgeverij / als hardcover

Mijn tips voor natuurbeleving en vogels kijken

Met deze tips beleef je de natuur nog intenser en komen de vogels letterlijk dichterbij:

(voor elk budget de drie beste opties)

(héél véél keuze, en zelfs met geheel contactloos verblijf en dus veilig!)

(voor elk budget een paar opties)

(per provincie gesorteerd)

(aantrekkelijke planten voor vogels, vlinders en andere insecten)

(lees hier mijn tips om spechten, mezen en roofvogels naar je tuin te lokken)

(mijn persoonlijke top tien)