Recensie: Veldgids Amfibieën en reptielen, Ton Stumpel en Henk Strijbosch

Veldgids amfibieën en reptielenAan de befaamde serie veldgidsen van KNNV Uitgeverij komt maar geen eind. Gelukkig ziet deze gerespecteerde uitgeverij van natuurboeken nog altijd kans om de meeste delen in de handel te houden en zelfs van tijd tot tijd te actualiseren. Dat geldt in ieder geval voor de Veldgids Amfibieën en reptielen van Ton Stumpel en Henk Strijbosch. In deze recensie lees je waarom ook dit deel een toonaangevende veldgids is.

Koop dit boek

 

 

 

 

 

 

 

 

Ton Stumpel en Henk Strijbosch zijn twee Nederlandse topdeskundigen op het gebied van amfibieën en reptielen. Dat lees je uit alles af in de Veldgids Amfibieën en reptielen. De inleidende hoofdstukken mogen er zijn evenals de beschrijvingen van de maar liefst 143 soorten amfibieën en reptielen. De vorige druk (de derde) beschreef er 125 en dus kun je concluderen dat Europa weer een aantal soorten rijker is. Dat komt omdat recent onderzoek aan het licht bracht dat een aantal soorten in de vorige druk eigenlijk twee soorten zijn. Dat krijg je met het voortschrijdend onderzoek naar soorten. Dat de Veldgids Amfibieën en reptielen weer geheel is herzien en herdrukt betekent dat de belangstelling voor deze fascinerende dieren groter is dan ooit. Vonden veel mensen amfibieën en reptielen vooral vies of griezelig, tegenwoordig bekijken we ze met veel belangstelling als we er een tegenkomen. En aangezien we steeds meer en verder reizen, komen veel mensen vroeg of laat oog in oog te staan met een slang of hagedis. Je hoeft maar een eindje Frankrijk in te rijden of soorten als muurhagedis, smaragdhagedis en boomkikker zijn heel gewoon. Trouwens, nu de waterkwaliteit in Nederland sterk verbetert, neemt het aantal kikkers ook hier toe. Groene kikker, bruine kikker en gewone pad kom je in grote delen van Nederland tegen. En let je tijdens een wandeling over de hei goed op, dan maak je op een zonnige dag een aardige kans op het zien van een adder.




Maar dat zijn zomaar een paar ‘gewone’ soorten, maar wat dacht je van soorten met namen als Grafs bastaardkikker, Noordwest-Iberische hagedis en Algerijnse zandloper. En de Italiaanse beekkikker, de Moorse beekschildpad, de Taurische hagedis en dobbelsteenslang. Deze illustere dieren en veel meer, worden aan je voorgesteld in de Veldgids Amfibieën en reptielen. Elke soort wordt zeer uitgebreid besproken. Hoe je hem herkent, hoe en waar hij leeft, op welke plekjes je hem het beste kunt aantreffen en sterk gelijkende soorten. Want neem van mij aan: het herkennen van al die verschillende soorten amfibieën en reptielen is zonder gids bepaald niet eenvoudig. Kijk maar eens naar het hoofdstuk over de salamanders. Die lijken ook sterk op elkaar. Je moet wel een kenner zijn wil je ze uit elkaar houden. Nou, met de Veldgids Amfibieën en reptielen in handen wordt het leven een stuk eenvoudiger.

Tja, maar ik zie één probleem: om bijvoorbeeld amfibieën te kunnen herkennen, moet je ze vangen. En alom wordt sterk afgeraden om amfibieën aan te raken. Niet alleen om te voorkomen dat deze dieren vanwege de stress acuut de geest kunnen geven, maar ook voor een onzichtbare sluipmoordenaar: een schimmelinfectie die de stand van salamanders momenteel decimeert. En voor reptielen geldt dat je ze nogal snel beschadigd als je ze oppakt. Een hagedis laat bijvoorbeeld zijn staart vallen als je hem pakt. Dat is weliswaar een natuurlijke reactie, maar het betekent ondertussen wel een verminking. Gelukkig geven de auteurs duidelijke adviezen hoe je amfibieën en reptielen het beste kunt vangen. Overigens geven de inleidende hoofdstukken ontzettend veel andere informatie over bijvoorbeeld het zoeken en vinden van dieren in het veld, fotografie en het verborgen leven van deze dieren.

Ronduit handig zijn de determinatietabellen die je voorin aantreft. Die vergemakkelijken de herkenning van sterk gelijkende soorten enorm. Je denkt misschien: een ringslang en een adder hou ik wel uit elkaar (mocht ik ze ooit te zien krijgen), daar heb ik geen determinatietabel voor nodig. Dat kan kloppen, maar wacht maar tot je in een Frans beekje een aantal larven van amfibieën vangt. De verschillen tussen larven de marmersalamander en vinpootsalamander zijn miniem, dan is zo’n determinatietabel ontzettend handig. Hetzelfde geldt trouwens voor de herkenning van de larven van kikkers en padden. Hier heb je nóg meer volharding voor nodig, maar ik adviseer je: gewoon lekker met de Veldgids Amfibieën en reptielen op de grond gaan zitten en puzzelen maar. Niets leukers en leerzaam als dat.

Nu is er in mijn leven sprake van één kleine tragedie: amfibieën en reptielen zie ik slechts zelden. In de Alblasserwaard is een groene kikker snel gevonden. De gewone pad hupt ook in ons tuintje rond en soms duikt tussen de stenen een kleine watersalamander op. Maar dan? Een adder heb ik nog nooit gezien in het wild. Een ringslang gedurende een paar seconden in Bourgondië, maar ik had pas een kwartier later door dat het een ringslang was die op me af kwam zwemmen en toen onderdook. Of ik de 143 soorten in de Veldgids Amfibieën en reptielen ooit zal zien, ik betwijfel het. Maar ik ben dan ook niet maatgevend. Ben je geïnteresseerd in reptielen en amfibieën, zet de Veldgids Amfibieën en reptielen dan zeker in je boekenkast.

Ondertussen droom ik van boomkikkers in de weilanden achter Alblasserdam en een ringslang in de Alblas. En van een adder die op het onverharde wandelpad in de Italiaanse Alpen ligt te zonnen en mij niet voelt aankomen. De Veldgids Amfibieën en reptielen maakt duidelijk dat er nog ontzettend veel te ontdekken valt. Een magnifieke veldgids die nog veel rijker is dan ik hier kan beschrijven.

Veldgids Amfibieën en reptielen / Ton Stumpel en Henk Strijbosch / KNNV Uitgeverij / Hardcover

Koop dit boek

 

 

De beste verrekijkers om amfibieën en reptielen mee te bekijken (want stellen heel dichtbij scherp):