Recensie: Tuinieren met wilde planten, Martin Stevens

Een natuurgebied in je eigen tuin, wie wil dat niet? Wilde planten die even wilde insecten aantrekken en andere dieren: vogels, salamanders, kikkers. Het boek Tuinieren met wilde planten van Martin Stevens helpt je om je tuin om te toveren in een stukje wilde natuur. Welke wilde planten zijn geschikt (en mooi) om je tuin mee in te richten? Leuk voor de dieren én leuk voor jou! En welke dieren komen op deze wilde planten af? Het boek Tuinieren met wilde planten is een uitgebreide en praktische vraagbaak.

Allereerst de vraag wat wilde planten zijn. Martin Stevens beperkt zich niet tot planten die van nature alleen in Nederland (en België) voorkomen, maar ook in het gebied erom heen. Wilde planten dus die in het gebied tussen Elbe, Seine, Marne en Noordzee in ligt. Dat leverde meer dan tweeduizend planten op! Daarbinnen selecteerde de auteur de meest interessante wilde planten waarbij het belangrijkste criterium was: planten die van nature dienen als voedselbron voor insecten en andere dieren. Ze gingen daarbij overigens uit van de nieuwste editie van de Heukels’ Flora van Nederland.

Vraag je je af waarom gecultiveerde planten minder geschikt zijn om er je tuin mee te veranderen in een natuurgebied? Daarop is het antwoord heel eenvoudig: deze planten komen van nature niet in ons land voor en dus herkennen insecten en andere dieren deze planten niet als voedselbron. De insecten hebben er dus helemaal niets aan, of in ieder geval veel minder dan aan wilde planten. Maar ja, gecultiveerde planten hebben de naam een stuk fraaier te zijn dan wilde planten, en het oog wil ook wat, nietwaar? Gelukkig houdt het boek Tuinieren met wilde planten hier ook rekening mee. De wilde planten die zijn geselecteerd hebben vrijwel allemaal fraaie bloemen, bladeren en zijn even weelderig en groen als gecultiveerd groen. Want ‘wild’ wil beslist niet zeggen: ‘niet fraai’. Sterker nog, ik durf de stelling wel aan dat wilde planten mooier zijn dan gecultiveerde.

recensie tuinieren met wilde planten martin stevens

Je tuin als natuurgebied. Dat betekent eigenlijk dat je de natuurlijke kringloop een beetje herstelt. Insecten bestuiven de bloemen, dieren eten de planten (denk aan slakken die afgevallen bladeren eten), in en op de grond herstelt de humuslaag zich en dat trekt ook weer talloze beestjes aan. Al die kleine beestjes trekken vogels, amfibieën en egels aan. Wanneer je ook nog eens leefplaatsen voor zoogdieren als boommarter, wezel en egel aanlegt, dan eten die soorten als muizen, ratten en slakken voor je op. Een andere manier om een wilde tuin te creëren is trouwens om een vijver aan te leggen met inheemse planten erin. Dat trekt ook massa’s dieren aan. Bij alles benadrukt Martin Stevens dat je geen gif moet gebruiken in je tuin. Plagen kun je ook op natuurlijke wijze oplossen.

Hoe pak je het aan?

Het hoofdstuk Hoe pak je het aan? geeft je voor verschillende situaties praktische tips hoe je een wilde tuin kunt aanleveren. Het maakt nogal verschil of je een geveltuin aan wilt leggen of een uitgestrekte bestaande tuin natuurlijker wil maken. Helemaal achterin het boek Tuinieren met wilde planten vind je trouwens handige overzichten van de meest geschikte planten die je in de verschillende typen tuinen kunt inzetten.

En dan volgen de belangrijkste hoofdstukken: overzichten van planten voor de verschillende typen tuinen. Martin Stevens begint met de tuin onder water. Gele lis, dotter en watermunt zijn planten die afgebeeld worden. De wateraardbei, grote kattenstaart en waterdrieblad en vele andere planten erbij. Van elke plant worden uiterlijk, toepassing, wijze van verzorging en bijzonderheden beschreven. En natuurlijk ontbreekt de fraaie foto niet.

Een schat aan informatie

Na het hoofdstuk over de vijver, volgt het lange en uitgebreide overzicht van planten ‘op de oever’. Eerst zie je hoe de wilde klit zich uitbreid: door mee te reizen in de staart van een konikpaard. Nu zullen er niet veel mensen zijn die plots een konikpaard in de tuin zullen aantreffen, maar de boodschap is duidelijk: wilde planten kunnen ook gewoon komen ‘aanwaaien’. Haal een tegel weg en je zult zien dat dat waar is. Er groeien ‘zomaar’ planten op het open stuk. Maar gelukkig kun je de plantengroei ook sturen en stimuleren. De top tien van wilde planten voor in je tuin is een heel goed hulpmiddel. De top drie van wilde planten op het droge bestaat uit prachtklokje, wilde marjolein en knoopkruid, planten die aantoonbaar veel insecten aantrekken.

De foto van de wilde maan (een zeer zeldzame dagvlinder) op echte koekoeksbloem doet mij watertanden. De dag dat ik die vlinder in mijn tuin zie, zal ik concluderen dat de biodiversiteit in ons land zich aan het herstellen is. Maar ik mag al blij zijn wanneer klein koolwitje, atalanta en boomblauwtje in mijn tuin neerstrijken.

Wie een grote tuin bezit, hoeft niet te vrezen dat hij wilde planten te kort zal komen om de tuin te vullen. De praktische gids Tuinieren met wilde planten biedt een schat aan inspiratie. Hoeveel wilde planten de gids beschrijft en afbeeldt, weet ik niet precies, maar het zijn er talloze. Inclusief bomen, struiken en klimplanten trouwens. Zo compleet is deze gids. En aan het eind dus de overzichten voor verschillende situaties. Planten voor in de schaduw, zon, op het groene dak, de stapelmuur en geveltuin.

Het boek Tuinieren met wilde planten is een aanrader voor iedereen die van zijn of haar tuin een fijn stukje natuur te maken. Echt waar, ik raad het aan om dat te doen. Je geniet alle seizoenen van de fraaie bloemen, het mooie groen en natuurlijk van alle dieren die je tuin bezoeken. En de wetenschap dat je met je tuin ook de biodiversiteit om je huis helpt, geeft ook nog eens extra voldoening. Echt waar, iedereen kan het, en overal is het mogelijk!

Tuinieren met wilde planten / Martin Stevens / Uitgeverij Noordboek / als paperback

Verwelkom nieuw leven in jouw tuin dit broedseizoen!