Recensie: Mijn roofvogels, Rob Bijlsma

mijn roofvogelsRob Bijlsma behoort tot de bekendste vogelaars van Nederland. Al meer dan veertig jaar klimt hij in bomen om roofvogels te bestuderen. Hij is dan ook roofvogelexpert eerste klas. Op zijn geheel eigen wijze doet hij in zijn boek Mijn roofvogels verslag van zijn levenswerk. In deze recensie laat ik de auteur zo veel mogelijk aan het woord. Hij spreekt voor zichzelf. Tussen haakjes de verwijzingen naar de hoofdstukken, zoals hij zelf ook doet in zijn boek.

Koop dit boek

 

 

 

En Rob Bijlsma zei:

‘Zwaluwen vangen is gaaf om te doen, al was het maar omdat je veel tijd overhoudt’. (Afrika)

‘Liever droog brood dan stadsbezoek. Zelfs een bezoek aan Diever, een kwartier fietsen van mijn huis, is me soms te veel; ook dan liever niet eten – of restanten opduiken, er ligt altijd wel wat, zelfs in het bos kom ik van alles tegen dat eetbaar is – dan een foerageertocht richting dorp.’ (Amsterdam)

‘Deze dichtheidstellingen waren geweldig om te doen. We haalden onze benen weliswaar open aan het vlotgras en de wilde rijst, maar in de wijde omtrek was geen kip te bekennen (waar vind je dat nog), lekker zonnetje, fijn struinen, beetje handjeklap om vogels op te jagen, leuke ontdekkingen doen (tegen het nest van een kleine jacana aan lopen, slangen, vangopstellingen van de lokale vissers, een waterrietzanger, hoe te bouten in kniediep water, afstandsmetingen doen met een laserkijker in een volslagen vlak landschap zonder herkenningspunten), vermijden dat je vast komt te zitten aan één van de duizenden haaklijnen die in het water liggen, zien los te komen zonder te verdrinken als dat toch gebeurt, reigers lospeuteren van haaklijnen, broedkolonies uitkammen op lijken…’ (Binnendelta)




‘Hars uit je haar verwijderen kan op verschillende manieren: óf grote plukken wegknippen (hier bewijst het Swiss Army Knife wederom goede diensten), of thuis de verharde harszooi met wasbenzine zien weg te boenen. Niet lekker. De derde oplossing is het laten zitten: mettertijd brokkelt de hars vanzelf de vergetelheid in, eventueel met medeneming van plukken haar.’ (Boomtoppen)

‘De Gedragscode (Zorgvuldig) Bosbeheer is een bij uitstek Nederlandse uitvinding. Het is een middel om ondernemers de gelegenheid te bieden de wet te omzeilen ten gunste van de economische bedrijfsvoering.’ (Gedragscode)

‘Natuurbeschermers zijn er voor de planten en dieren. Of toch niet? De huidige natuurbescherming wordt namelijk gerund door (en nu som ik even de achtergronden van de huidige bestuursleden van Natuurmonumenten op, een private natuurbeschermingsorganisatie die als geen ander juist niet naar het pijpen van bedrijfsleven en overheid zou hoeven te dansen): communicatiemedewerker, proces- en interim-managers, ondernemer, dijkgraaf, private investeerder, boer, econoom, advocaat, politicus en – verdomd – ook nog een hoogleraar milieu- en natuurwetenschappen en landschapsecologie. Ongetwijfeld allemaal geweldig aardige en gezagsgetrouwe burgers, maar kunnen we van deze mensen een compromisloze compassie met natuur verwachten?’ (Gedragscode)

‘In die eerste jaren werkte ik hooguit drie maanden per jaar op loonbasis, voldoende om de rest van het jaar vrij te zijn en te doen wat ik wilde doen. En zelfs die drie maanden waren niet verloren, omdat er dagelijks meer dan voldoende tijd overbleef voor veldwerk, voor het lezen van boeken en tijdschriften, het schrijven van stukken en ga zo maar door. Slapen doe je maar als je in je graf ligt, was het devies.’ (Hindelaan)

‘Tussen 4 september en 5 november telde ik, gedurende 422 teluren op 57 dagen en geholpen door een keur van Denen en Nederlanders, bijna 134.000 roofvogels, de meerderheid arenden. Een factor 314 meer dan ik tot dan toe als gemiddelde gewend was bij de ongestuwde trek in Nederland. Suez als belangrijke flessenhals van de oostelijke roofvogeltrek in het Europees-Palearctische treksysteem was in één klap op de kaart gezet.’ (Roofvogeltrek)

‘Als roofvogelaar loop ik een meer dan gemiddelde kans door een roofvogel te worden aangevallen. Elk jaar, immers, struin ik door de bossen op zoek naar hun nesten. Zodra ik het nest heb gevonden, klim ik ernaartoe, vaak meerdere malen per seizoen. Me dunkt, als roofvogels ál de pest aan mensen zouden kunnen krijgen, ben ik de perfecte kandidaat.’ (Ten aanval)

‘Zeg ‘roofvogels’, en het gaat maar al te vaak over wat die voor schade aanrichten. Deze klaagzang komt uit een diergroep waarvan er inmiddels bijna 17 miljoen ons landje bevolken, tezamen goed voor een verontreiniging van de leefomgeving, een beslag op energie en een blitzkrieg tegen andere dieren die zijn weerga niet kent. En toch dat handjevol roofvogels het licht in de ogen niet gunnen; vogels die hun kostje bij elkaar scharrelen en jongen grootbrengen zonder daarbij meer van hun omgeving te vragen dan strikt noodzakelijk. Je zou denken dat roofvogels een lichtend voorbeeld voor mensen zouden zijn, maar nee: wég met dat gespuis.’ (Vervolging)

In het boek Mijn roofvogels is een van Nederlands meest markante (roof)vogelaars aan het woord. Een leven lang vogels kijken laat zich moeilijk samenvatten in één boek, maar Rob Bijlsma lukt het welbeschouwd bijna. Als gereformeerd ventje lid geworden van de Christelijke Jeugdbond van Natuurvrienden, ontworstelt hij zich als jongvolwassene van zijn geloof en vormen (roof)vogels voortaan zijn religie. Rob Bijlsma schrijft in Mijn roofvogels met veel liefde, passie en kunde over roofvogels en het onderzoek naar deze groep tot de verbeelding sprekende dieren. Met speciale aandacht voor een van de meest onzichtbare roofvogels van ons land: de wespendief. Zijn cynisme bereikt onvergetelijke hoogtepunten wanneer hij de mensenwereld om hem heen en zogenaamde natuurbeschermers in beschouwing neemt.

Goed werk Rob, ik hoop dat de juiste mensen je schrijfsels zullen lezen en ze ter harte nemen, maar ja, eens gereformeerd altijd gereformeerd:  ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ (hoewel je voor je grote verdiensten voor het roofvogelonderzoek in Nederland in 2013 de Edgar Donckersprijs won)

Inclusief noten telt Mijn roofvogels van Rob Bijlsma 416 pagina’s. Koop dit weergaloze vogelboek en je bent wekenlang zoet.

Mijn roofvogels / Rob Bijlsma / Atlas Contact / paperback

Koop dit boek

 

de beste vogelgidsen van dit moment