Recensie: Roofvogels van Europa, Theodor Mebs en Daniel Schmidt

Het ene standaardwerk over Europese roofvogels is nog niet verschenen, of er verschijnt alweer een andere: Roofvogels van Europa van het duo Theodor Mebs en Daniel Schmidt. Dit standaardwerk verscheen jaren geleden al eens en nu is de heel geactualiseerde editie verschenen. Alle 39 soorten die in Europa leven worden erin beschreven. Ben je op zoek naar alle details over roofvogels, dan is dit boek denk ik een van de beste opties.

 

 

 

 

 

Theodor Mebs en Daniel Schmidt geven in hun inleiding meteen duidelijk aan wat ze met hun boek Roofvogels van Europa beogen: een inleiding geven in de biologie van de roofvogels van Europa. Waarbij Europa staat voor het zogenaamde West-Palearctisch gebied. Europa, Midden-Oosten en Noord-Afrika dus. Het Oeralgebergte in het oosten is de uiterste grens. Dat de auteurs op de details letten, blijkt wel uit hun opmerking over de titel. Die had formeel moeten luiden: Roofvogels en valken van Europa, omdat nader onderzoek uitwijst dat dit twee onafhankelijke groepen zijn. Voor de duidelijkheid is toch gekozen voor de titel Roofvogels van Europa. Beide auteurs zijn gezaghebbende auteurs. Van Theodor Mebs verscheen nog niet zo heel lang geleden het standaardwerk Uilen van Europa.




Van een standaardwerk mag je verwachten dat vrijwel alle aspecten van het onderwerp worden behandeld. Volgens mij mag je Roofvogels van Europa gerust beschouwen als een standaardwerk. Of het nu gaat om de kenmerken van roofvogels (klauwen, ogen, snavel en rui), om de afstamming en fossiele geschiedenis of het gedrag, al deze aspecten en veel meer vind je in deze indrukwekkende uitgave. Ik ga dan ook niet heel diep in op alle hoofdstukken. Open gerust het inkijkexemplaar om de inhoudsopgave te bekijken.

Wat ik heel belangrijk vind, ook uit eigen ondervinding, is de opmerking van Theodor Mebs en Daniel Schmidt dat roofvogels vrienden nodig hebben. Helaas ken ik ook mensen die menen midden in de polder een duiventil vol te proppen met van die sneeuwwitte duifjes. Dat zijn makkelijke prooidieren voor slechtvalk en havik. De duivenmelker vind het vervolgens erg gek dat zijn duifjes worden gepakt. Niet zelden zitten ze met een geweer in de aanslag te wachten tot havik (of sperwer) langs razen. Tot nu toe altijd mis geschoten gelukkig, maar dit soort van illegale praktijken zouden niet meer voor mogen komen. Terecht dat het hoofdstuk over de vrienden van de roofvogels begint met de waarneming dat geen groep dieren ooit zo ernstig door de mens werd vervolgd als juist de roofvogels. En nog altijd denken mensen dat er te veel roofvogels zijn, of dat ze een bedreiging of concurrent zijn. Maar alle roofvogels leven in een relatie met hun prooidieren met een lange en natuurlijke ontwikkelingsgeschiedenis en wederzijdse afhankelijkheden, dat maakt roofvogels bij uitstek de betere jagers. Veel beter dan menselijke jagers die geen natuurlijke relatie hebben met hun jachtobjecten.

Verreweg het grootste deel van Roofvogels van Europa wordt gevormd door de beschrijving van de soorten. Die beschrijvingen zijn gedetailleerd, veelomvattend en duidelijk geschreven door een stel deskundigen. Dat geldt natuurlijk voor het hele boek. De naamgeving, kenmerken, het geluid, de ondersoorten, aantallen, het bestandsverloop, habitat, de populatiedichtheid, het territorium, gedrag en de jachtmethoden en voedsel, voortplanting, trekbewegingen, bedreigingen, bescherming en tot slot bij elke soort ook een aantal open vragen. Al deze facetten worden ruim beschreven. Op een alinea meer of minder wordt niet gekeken. De eerste soort die wordt beschreven is de visarend. Wat mij opvalt is dat de totale populatie in het West-Palearctisch gebied wordt geschat tussen de 9.570 en 11.704 paartjes. Het enorme oppervlakte in beschouwing genomen, vind ik dat niet zo heel veel. Voor de lammergier geldt dat de totale populatie op 325 wordt geschat. En van de blauwe kiekendief 45.800. En van de slechtvalk weer slechts 17.000. Ik wil er maar mee zeggen: van sommige soorten vind ik de aantallen opvallend laag. Veel soorten blijven in hun voortbestaan bedreigd of zijn buitengewoon kwetsbaar. Hoewel het natuurlijk prachtig is voor de Nederlandse avifauna dat dit jaar twee paar visarenden in de Brabantse Biesbosch hebben gebroed, is het voor de populatie als geheel nog niet direct een vooruitgang.

Nee, dan de torenvalk. De totale populatie wordt geschat op zo’n 427.000. Kijk, dat zijn tenminste aantallen waar een soort van in stand blijft. Maar ook bij deze soort liggen bedreigingen op de loer. Intensivering van de landbouw doet de populatie torenvalken in een aantal regio’s dalen.

Wat voor Nederland en België belangrijk is om op te merken is dat waar nodig en relevant, de informatie bij de soorten is aangepast voor de Lage Landen. Zo wordt bij de wespendief aangegeven dat het broedgebied in Nederland door herbebossing weliswaar is toegenomen, maar dat de populatie juist afnam. Predatie door haviken lijkt een belangrijke oorzaak.

Hoe uitgebreid en gedetailleerd Theodor Mebs en Daniel Schmidt in hun Roofvogels van Europa ook zijn, nog lang niet alles is bekend. Zo eindigt elke soortbeschrijving met een aantal open onderzoeksvragen. Bij de slechtvalk vragen de auteurs zich bijvoorbeeld af welke invloed de kwaliteit van het voedsel heeft op het aantal jongen. Ga het maar eens onderzoeken!

Altijd indrukwekkend zijn de afbeeldingen van roofvogels. Roofvogels van Europa bevat een mix van verbluffende foto’s en gedetailleerde tekeningen. Per soort worden ook veren afgebeeld en worden de vliegbeelden van juveniele vogels weergegeven.

Ook indrukwekkend is de literatuur dieTheodor Mebs en Daniel Schmidt hebben geraadpleegd. Als dit geen gezaghebbende uitgave is, dan weet ik het ook niet meer.

Ben je beroepshalve of hobbymatig bezig met roofvogels, dan kun je denk ik niet om het standaardwerk Roofvogels van Europa heen.

Roofvogels van Europa / Theodor Mebs en Daniel Schmidt / Kosmos Uitgevers / paperback