Recensie: Rode papaver, Els Florijn

De twintigste eeuw begon zo optimistisch. Wie had gedacht dat in het tweede decennium de Eerste Wereldoorlog zou uitbreken. Met miljoenen doden tot gevolg? De nieuwe roman van Els Florijn, Rode papaver, speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog. De hoofdpersoon is een Nederlandse vrouw die niet kan praten. Op een wonderlijke manier komt ze aan het front terecht. Hoe en waarom, dat lees je in het meeslepende verhaal over Anna.

 

 

 

Anna heeft het niet makkelijk. Praten leerde ze nooit, ze kon het simpelweg niet. Haar vader kon dat niet verkroppen en de inwoners van het dorp vonden haar maar een vreemde. Je proeft de verachting en hier en daar het bijgeloof. Want niet kunnen praten… Zou de duivel soms in Anna zijn geslopen? Vader is oud, tachtig jaar, en boer. Een keuterboertje. Een paar koeien, wat kippen en een stukje land. Meer niet. Haar moeder houdt zielsveel van haar, maar kan haar vader niet nader tot zijn dochter brengen. Hij snapt er niets van, want het merkwaardige is: Anna kan wel zingen en mooi ook. Zo mooi en zo zacht dat zelfs de koeien er rustig van worden. Maar moeder is nu dood en begraven. En vader en dochter leven samen op de boerderij. Ze hebben allebei hun eigen leven. En zeggen aan het einde van de dag elkaar geen welterusten. ‘We verdwijnen gewoon, alle twee in onze eigen wereld.’




De Eerste Wereldoorlog. Anna neemt de trein naar België om haar Arthur te zoeken. Waarom hij naar het front ging is niet meteen duidelijk. Waarom Anna daar perse naar toe moest evenmin. Het eindstation is deprimerend. Niemand die weet wie haar Arthur is, laat staan dat iemand weet waar hij is. Maar daar staat Mairi, een sterke, trotse vrouw. Ze rijdt motor en wacht op een verpleegkundige. Anna is het niet, maar wordt het wel. Waarbij Mairi haar moet beloven dat ze uitzoekt waar Arthur is. Ook Anna is een sterke vrouw.

Het leven in een veldhospitaal aan het front is een verschrikking. Wie een teer zieltje heeft, die moet soms slikken. Granaatscherven hebben een verwoestende uitwerking. Het oude schoolgebouw ligt mudvol soldaten. Er is haast geen ruimte tussen de veldbedden van stro. Gegil, gemurmel, gepruttel en meer van dat soort geluiden vervullen de ruimte. Een ruimte die stinkt naar bloed, zweet, urine en meer van dat al. Hoewel Anna niet kan praten, is ze geknipt voor dit werk. De soldaten creperen en sterven als vliegen en Anna troost hen. Ook het jongetje dat met een ernstige buikwond binnenkomt. Zijn moeder is een fronthoer en denkt slechts aan haar werk. Het ventje sterft en zijn moeder kan naar huis en kijkt nog één keer spottend achterom naar Anna.

En dan komt de dag dat Mairi haar belofte inlost. Samen rijden ze op de motor naar het front. Twee sterke vrouwen. De ene achter het stuur, de ander in de zijspan. Bramen plukken wordt een verschrikking. Het bosje ligt vol dode soldaten. En verder? Dat vertel ik niet. Hier gaat Rode papaver pas echt beklemmen. Els Florijn schuwt de zware thema’s niet en ze laat je op een geraffineerde manier in een fuik zwemmen. Steeds zwaarder wordt het, totdat… Ja, totdat je zonder het te beseffen de laatste regel hebt gelezen en je met een daverende knal Rode papaver uit hebt.

Ging de eerste roman van Els Florijn, Het meisje dat verdween, over een joods meisje dat in de Tweede Wereldoorlog wordt weggevoerd, in haar tweede roman verkent ze de verschrikkingen van die andere Grote Oorlog. Ze liet zich inspireren door twee sterke vrouwen die daadwerkelijk een veldhospitaal aan het front hebben opgezet. Uit idealisme, zo lees ik achterin het katern waarin ze een aantal thema’s toelicht. Compleet met historische foto’s. Inmiddels heb ik een presentatie van Els Florijn bijgewoond. Dat maakt de leeservaring alleen maar indrukwekkender. Er was slechts één ding jammer aan Rode papaver: die daverende knal toen ik de laatste regel had gelezen. Ik had nog wel even door willen lezen.

Sterren geef ik nooit, maar nu wel: vijf van de vijf.

Rode papaver / Els Florijn / Uitgeverij Mozaïek / als paperback en als ebook