Recensie: Rewilding, Paul Jepson en Cain Blythe

Dit keer een boek dat tot nadenken stemt: Rewilding van het schrijversduo Paul Jepson Cain Blythe. Rewilding staat voor de vernieuwende wetenschap van ecologisch herstel waarbij niet zozeer de bescherming van individuele soorten als uitgangspunt wordt genomen, maar het herstel van complete ecosystemen. Wat houdt rewilding in? Wat zijn de fundamentele uitgangspunten ervan? Wat zegt de wetenschap, en hoe denken overheden, natuurbeschermingsorganisaties en, ook belangrijk: tegenstanders over rewilding? En ook: hoe zien rewildingsprojecten er in de toekomst uit? Ik geef hier alvast maar aan: ik vind dit één van de meest inspirerende natuurboeken van de laatste tijd.

Het herstel van verloren gegane interacties tussen dieren, planten en natuurlijke verstoringen. Zo laat rewilding zich samenvatten. De voorstanders van rewilding laten zich daarbij leiden door wetenschappelijk onderzoek naar de ecologische geschiedenis van het oorspronkelijke ecosysteem. Maar hoewel het er sterk op lijkt, staat rewilding niet voor het terugdraaien van de klok en het herstellen van beschadigde ecosystemen naar een willekeurig verleden. Nee, het staat voor het herstellen van netwerken van interacties tussen gemeenschappen van organismen en hun fysieke omgeving. Voedselketens staan hierbij centraal. Hoe was (en natuurlijk ook: hoe is) de interactie tussen roofdieren en hun prooien? Is er nog wel sprake van zo’n interactie, of is die in sterke mate beschadigd? En als die interacties zijn beschadigd, hoe zou je die dan kunnen herstellen?

Natuurbeschermers in Nederland denken bij rewilding vast meteen aan de Oostvaardersplassen waar de kuddes Heckrunderen, edelherten en Konikspaarden zorgden voor begrazing. De bekende bioloog Frans Vera pleitte voor dit experiment en deed er uitgebreid onderzoek naar. Door de verhongering van veel dieren en de grote onvrede daarover in de samenleving, lijkt het experiment te zijn mislukt, maar toch leverde het experiment een aantal nuttige inzichten op waarvan er eentje is dat vegetatie niet noodzakelijkerwijs tot hoog bos leidt. Ik vind dat trouwens een heel verrassend inzicht dat op een groot aantal andere plaatsen in de wereld wordt bevestigd: grote delen van de oer-Aarde waren helemaal niet bedekt met dichte bossen, maar hadden een half-open karakter als gevolg van begrazing door grote herbivoren. Oerbos en zelfs jungle zouden wel eens het resultaat kunnen zijn van het uitsterven van grote grazers (meestal met de mens als boosdoener). Eén van de centrale vraagstukken bij rewilding is dan ook de vraag hoe die herbivoren van weleer opnieuw geïntroduceerd kunnen worden. Hetzij door bijvoorbeeld het terugfokken van oorspronkelijke dieren (denk aan het oeros), hetzij door een ander soort herbivoor te introduceren in een gebied als een oorspronkelijke diersoort is uitgestorven (denk aan de mammoet).

recensie rewilding Paul Jepson Cain Blythe

In Nederland kennen we naast de Oostvaardersplassen ook nog het project ‘Ruimte voor de rivier’ waarbij dikwijls ook grote herbivoren als Heckrund of Schotse hooglander worden ingezet. Vergelijkbare projecten in het buitenland zijn het Pleistocene Park in Siberië en natuurlijk Yellowstone Natural Park waar de introductie van wolven en beren een verrassende impact had op het ecosysteem. Minder bekend zijn projecten op Mauritius waar de situatie op twee kleine eilandjes werd hersteld, compleet met grote schildpadden als herbivoren.

Ik schreef hierboven al: het boek Rewilding stemt tot nadenken. In de eerste plaats, omdat ik het concept van rewilding heel interessant vind. Hoe kun je complete ecosystemen helpen herstellen door interacties als uitgangspunt te nemen en niet één of twee doelsoorten zoals vaak gebeurt? Dat leidt als vanzelf tot de vraag hoe die ecosystemen er ooit uit hebben gezien en welke interacties er plaats vonden. Ook dat is ontzettend interessant. Vaak blijkt overigens de mens een behoorlijke spelbreker te zijn, en dat is weer niet zo heel verrassend. En dan worden in het boek Rewilding ook nog eens de contouren geschetst van een gids tot herstel. Dat vind ik ook inspirerend. De auteurs schuwen controversiële standpunten niet. Zo halen plaatjes van doodgeschoten giraffen en olifanten in Zuid-Afrika regelmatig het nieuws met grote verontwaardiging tot gevolg. Maar wat blijkt? In Zuid-Afrika wordt ook aan rewilding gedaan, met als uitgangspunt dat boeren die meedoen eigenaar worden van het wild dat op hun terrein leeft. En dat betekent dat die boeren er dan een verdienmodel van kunnen maken. Bijvoorbeeld dat nu en dan een herbivoor wordt geschoten door een jagen die daarvoor betalen wil. Voor veel mensen is dat een brug te ver, maar in de context van Zuid-Afrika lijkt het te werken en levert dit niet alleen werkgelegenheid op, maar ook natuurherstel.

Dat doet me overigens denken aan een klein projectje op mijn geboorte-eiland Tholen: natuurherstel in de Scherpenissepolder waar niet alleen de natuurvereniging bij werd betrokken, maar ook de jagers. Tot groot afgrijzen van sommige natuurliefhebbers. Samenwerken met jagers, dat nooit! Waarbij de voorzitter van de natuurvereniging, geen voorstander van de jacht, maar wel een verstandige bioloog, wees op de voordelen voor de natuur van het project. Door samen te werken met de jagers werd een prachtig natuurgebied gecreëerd waar weliswaar werd gejaagd, maar waar ondertussen tal van niet-bejaagbare organismen (vogels, insecten, planten) profiteren. De context doet er dus toe.

Overigens reikt het concept rewilding verder dan alleen het herstel van ecosystemen op land. Ook de ecosystemen in de oceanen en zeeën doen mee. Daar blijken walvissen een heel belangrijke rol te spelen in het transporteren van voedingsstoffen, de zgn. stikstofcyclus.

Blij verrast was ik door de hoofdstukken over de politiek en ethiek van rewilding. Het is niet vanzelfsprekend dat in dit soort boeken ethische aspecten ter sprake komen. In het boek Rewilding dus wel. Zelfs gaan de auteurs in op de vraag waarom landbouwers en veetelers vaak allergisch reageren op een fenomeen als rewilding. Ik vind dat een heel goede zaak. Wil je iets bereiken, dan zul je ook moeten begrijpen welke elementen op weerstand kunnen stuiten. En hoe je je als natuurbeschermer toch verbindend kunt opstellen. En het concept rewilding bevat nog wel meer elementen waarbij ethiek om de hoek komt kijken. Zou je bijvoorbeeld in Noord-Amerika uitgestorven roofdieren mogen vervangen door soortgelijke jagers uit Afrika om interactie tussen roofdieren en prooien te herstellen?

Het bracht me trouwens ook op de gedachte of je de basisideeën in dit boek ook kunt toepassen op de moderne veeteelt. Koeien zou je immers als de grote grazers van weleer kunnen beschouwen. Wat als de koeien in de hele Alblasserwaard vrij mogen gaan en grazen waar ze willen? Zou dat in de basis een model kunnen zijn voor rewilding van onze laagveengebieden?

Het heeft me enige weken gekost om het boek Rewilding te lezen puur omdat het zo rijk aan ideeën is. Elke pagina levert denkstof op. En daarbij komt dat ik het concept van rewilding razend interessant vindt. De vele diagrammen en infographics met uitleg ondersteunen de teksten.

Laat iedereen die betrokken is bij natuurbescherming dit boek lezen. Het levert niet alleen nieuwe inzichten op, het zal vermoedelijk ook een stroom aan nieuwe ideeën genereren. Dit boek behoort voor mij tot de meest inspirerende boeken voor natuurbeheer dat ik ooit gelezen heb.

Rewilding / Paul Jepson Cain Blythe / Uitgeverij Noordboek / als hardcover