Recensie: De ramp, Kees Slager

Dit weekend bezocht ik het pittoreske haventje van Battenoord op Goeree-Overflakkee weer eens. De flamingo’s stonden jammer genoeg ver weg. Maar het bordje stond er nog. Het bordje over de verschrikkelijke gebeurtenissen tijdens de Watersnoodramp in 1953. Die vaagde alle huisjes rond de landbouwhaven weg en tientallen mensen verdronken. Dit jaar verschijnt het meesterwerk De ramp van Kees Slager in een aantrekkelijke midprice-editie. Heb je dit boek nog niet, dan zeker aanschaffen. Het is een indrukwekkend boek.

 

 

 

In Zeeland ben ik geboren en getogen en op tal van plekken waar ik nu vogels film sloeg in 1953 het noodlot toe. Veel plekken vertonen nog steeds de sporen of zijn zelfs door de ramp gevormd. De inlagen in de Prunje op Schouwen-Duiveland bijvoorbeeld. Diepe gaten die door de stroming zijn uitgesleten. Of de Pluimpot bij Sint-Maartensdijk. Het allereerste begin van de aanleg van de deltawerken. De kreek naar de haven werd afgesloten door een dijk en is nog altijd een fraai natuurgebied. Of neem het dorp Oude-Tonge. De gorzen in de Krammer zijn nu befaamd vanwege de zeearenden die er rond schuimen. In 1953 vermorzelde de vloed honderden huizen en voerde honderden mensen de dood in. Een van de hardst getroffen dorpen in de Zeeuwse delta. Je kunt het nog zien aan de dorpskern.




De alleroudste bewoners van de delta kunnen de verhalen nog vertellen. Over de dijken die braken. Over kinderen die uit het dakraam werden getild en met een bootje naar het droge werden gevaren. Zoals mijn moeder die destijds drie maanden oud was en uit het arbeidershuisje midden in de polder werd getild en naar de dijk gevaren. Nota bene door iemand die tijdens de Tweede Wereldoorlog bepaald niet aan de goede kant stond. Dat wordt in die poldergemeenschappen ook nooit vergeten. Zelf groeide ik op in het stadje Tholen. Dat bleef gespaard door het water, maar daarmee kun je nog niet blij ademhalen. Wat gebeurde namelijk? De zeedijk aan de overkant, die van het Brabantse land, brak als eerste en veroorzaakte een snelle daling van het water. De inwoners van Tholen waren gered, maar in de Brabantse polder waren slachtoffers te betreuren. Ontroerend overigens om in De ramp te lezen hoe Thoolse mosselvissers met illustere achternamen als Schot en Baay met hun sloepen een reddingsactie ondernamen en vele levens hebben gered.

Talloze zijn de indrukwekkende verhalen van de grootste natuurramp in de moderne geschiedenis van Nederland. Kees Slager heeft deze verhalen verzameld en bracht ze samen in zijn standaardwerk De ramp. Dichterbij de ooggetuigen en slachtoffers van de watersnoodramp kom je niet. Elk dorp dat werd getroffen door de ramp komt in het boek voor. De verhalen worden verteld door de inwoners zelf. Een burgemeester, een dominee, een landarbeider of politieagent bijvoorbeeld. Meen trouwens niet dat alleen de Zeeuwse delta werd getroffen. Diep landinwaarts trok de watersnoodramp zijn sporen. Ik woon nu in Alblasserdam en zelfs in de Alblasserwaard hebben gebieden blank gestaan. Kijk naar het overzichtskaartje voorin De ramp en je komt onder de indruk van de reikwijdte van de watersnoodramp.

Ruim vijfhondervijftig pagina’s dik is De ramp van Kees Slager. Het is een boek waarin je blijft lezen. En dat je na verloop van tijd weer zult herlezen. Wil je na het lezen van De ramp meer weten over deze verschrikkelijke gebeurtenis, breng dan eens een bezoek aan het Watersnoodmuseum op Schouwen-Duiveland. Het ligt tegen de Oosterschelde aan, hoe kan het ook anders. Het is gehuisvest in de caissons die destijds zijn gebruikt om de dijken te dichten. En na afloop even naar de dijk om een blik te slaan over de Oosterschelde. Of een wandeling maken door het natuurgebied voor het museum. Het water dat hier ligt is metersdiep en is gevormd door de ramp. De Oosterschelde: over het algemeen een rustig kabbelende zeearm, maar in februari 1953 een ontembaar beest dat niets ontziend meesleurde wie op zijn weg kwam.

De ramp / Kees Slager / Atlas-Contact / paperback