recensie planten tellen Eelke Jongejans

Recensie: Planten tellen, Eelke Jongejans

Vogels tellen, dat is een discipline die mij bekend is. Planten tellen, daar ben ik minder bekend mee. Sterker: nog nooit gedaan. Heeft natuurlijk alles te maken met mijn gebrek aan botanische kennis. Wil je je echter wel wijden aan het tellen van planten, dan is het handig om te weten waar je rekening mee moet houden. Het handboek Planten tellen van Eelke Jongejans voorziet daarin.

‘Plants stand still, and wait to be counted”: Planten staan stil, en wachten tot ze geteld worden. Met deze uitspraak van de Britse plantenpopulatiebioloog John L. Harper opent de inleiding van Planten tellen. Dat is inderdaad het grote voordeel van planten. Ze verplaatsen zich niet. Dat is bij vogels, zoogdieren en al die andere dieren wel anders!

Ik lees in Planten tellen echter dat simpelweg het tellen van het aantal exemplaren niet voldoet. Dat doen we in de ‘gewone’ mensenwereld tenslotte ook niet. In het kader van een volkstelling spelen demografische gegevens immers ook een rol. Een niet onbelangrijke rol zelfs! En zoiets gaat ook op bij de inventarisatie van planten. Komt er in een gebied zaad voor, of vind je er alleen oudere planten? Of vind je er ook kiemplanten, uitlopers, wortelstokken of knolletjes? Plantendemografen kijken dus niet alleen naar het aantal planten in een gebied, ze kijken ook naar de ontwikkeling van de populatie in de tijd. Zo’n analyse zegt veel over het toekomstperspectief van een bepaalde soort.

Om zo’n uitgebreid en gedegen onderzoek uit te voeren, geven de auteurs van Planten tellen je uitgebreide instructies. Zij richten zich daarbij grofweg op drie typen vragen:

  1. Hoe groot is een populatie?
  2. Hoe is de populatie opgebouwd?
  3. Hoe dynamisch is de populatie?

In verschillende hoofdstukken wordt vervolgens uitgewerkt hoe je de inventarisaties uitvoert. Hoe vaak per jaar je de inventarisatie uitvoert bijvoorbeeld. En hoe je individuele planten kunt volgen in de tijd. Je leest over proefvakken en de groottes ervan. Je ziet hoe met een telraam uitgebloeide klokjesgentianen worden geteld en ‘gevolgd’ in hun ontwikkeling. Natuurlijk staan de auteurs ook stil bij de verwerking van je gegevens. Enige affiniteit met statistieken moet je hierbij wel hebben. Heb je die niet, dan gewoon pragmatisch aanpakken: zoek iemand die wel verstand heeft van statistiek en helemaal opkikkert van het maken van tabellen, berekeningen en dat soort van exacte exercities.

Factoren die een rol spelen bij een demografisch onderzoek komen aan bod. Wie zo’n onderzoek uitvoert, richt zich dus niet alleen op de planten, maar ook op factoren als de bodemsamenstelling, het kalkgehalte, de zuurgraad, lichtval en erosie.

Daarna aandacht voor bijzondere plantengroepen, waaronder orchideeën, varens, de Spaanse ruiter, klokjesgentiaan en andere plantengroepen waarbij de definitie van planten heel ruim wordt genomen. Ook paddenstoelen, bladmossen en levermossen worden meegenomen in deze uitgave.

En dan is het simpelweg: aan de slag. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van nuttige websites en literatuur.

Planten tellen. Een instructief handboek voor wie zich wil wijden aan het inventariseren van planten. Voor amateurs én professionals.

Planten tellen / Eelke Jongejans / KNNV Uitgeverij / hardcover

Interessante boeken over de intelligentie van planten: