Recensie: Orchideeën van Europa, Bo Mossberg en Henrik Pederson

Naar de mening van de auteurs telt Europa ongeveer 130 inheemse orchideeënsoorten, verdeeld over 33 genera in drie subfamilies. Over al die soorten verscheen deze maand een lijvige gids: Orchideeën van Europa van Bo Mossberg en Henrik Pederson. Een rijk geillustreerde gids die is onderverdeeld in vier hoofdstukken: Structuur en systematiek, Orchideeën en de omgeving, Orchideeportretten en Meer leren. De vele honderden levensechte aquarellen maken de determinatie van orchideeën tot een waar feest.


Als het gaat om Europa, hanteren de auteurs een traditioneel begrip. Dat hebben ze overigens overgenomen uit het standaardwerk Flora Europaea. Europa stopt ergens in Rusland, op de toppen van de Oeral. Daar staat tegenover dat in Orchideeën van Europa van Bo Mossberg en Henrik Pederson ook Madeira, de Canarische Eilanden en de oostelijke Egeïsche eilanden van Griekenland opgenomen zijn. En dan kom je plots tot maar liefst 200 soorten en ondersoorten. In één gids!




In het eerste hoofdstuk over de orchideeënplant gaan de auteurs in op algemene kenmerken. Bijvoorbeeld over voedselopslag, bloeiwijze, het wortelgestel, de basisstructuur van de bloemen en de geslachtsorganen. De kleurige illustraties blinken uit in duidelijkheid. Wist je voorheen niet waar de helmknop zich bevond, of de hechtschijf, het kroonblad of de lip, dan weet je dat na het bekijken van de illustraties vast en zeker.

Eenzelfde helderheid verschaft het hoofdstuk over de bijzondere relatie tussen orchideeën en schimmels. Dat was voor mij nieuw. Een of meer zogenaamde mycorrhizaschimmels bewonen de wortels. De schimmeldraden gaan meestal via wortelharen naar binnen. De orchidee onttrekt voedingsstoffen en chemische energie uit de schimmel. Waarbij de orchidee over het algemeen niets teruggeeft aan de schimmel. Dankzij de relatie met de schimmels kunnen orchideeën jarenlang ondergronds blijven. Komt de plant wel boven de grond, dan laten veel Europese orchideeën zich bestuiven door insecten. Vandaar de geur en visuele pracht van de bloemen. Een aantal Europese orchideeën is spontaan zelfbestuivend, consequent of als noodoplossing bij afwezigheid van bezoekende bestuivers. Ook in het hoofdstuk over de bestuiving ondersteunen de kleurige illustraties de tekst. Kijk maar eens hoe de gewone honingbij een bloem bezoekt. Of de boswesp en grauwe monnik (een nachtvlinder). Gelukkig kom ik ook een dagvlinder tegen in Orchideeën van Europa: de bosparelmoervlinder.

Orchideeën zijn geliefd bij velen. Maar waar vind je ze nu precies? De meeste orchideeën zijn redelijk kieskeurig bij de keuze van een leefgebied. De eerder genoemde mycorrhizaschimmels moeten bijvoorbeeld aanwezig zijn in een gebied. Of bestuivende insecten. Maar over het algemeen kun je stellen dat je orchideeën vooral vindt in duinvalleien, vennen, moerassen, hooilanden, graslanden, alpenweiden en heidevelden. Kalkrijke gronden vaak. Hoewel je misschien zult denken dat orchideeën zeldzaam zijn, kun je ze bijna overal in Europa aantreffen. Van zeeniveau tot ongeveer 2.900 meter hoogte. Boven de poolcirkel zul je tevergeefs orchideeën zoeken, en landen als Italië en Griekenland zijn juist lusthoven voor liefhebbers van orchideeën.

En dan de soortbeschrijvingen. Honderden fraaie aquarellen waarbij in veel gevallen bloemen en andere opvallende, doch kleine elementen worden uitvergroot. Per familie wordt een algemene beschrijving gegeven, waarna de soorten worden afgebeeld. De tekst bij de soorten geeft aan hoe hoog de soort wordt, wanneer hij bloeit en waar je de soort geografisch kunt aantreffen. Een voorbeeld: bij Neottia nidus-avis (Vogelnestje) staat vermeld dat hij van de late lente tot de zomer bloeit. Dat hij in vrijwel geheel Europa en via Siberië tot Sachalin, en via de Krim en noordelijk Anatolië tot Iran en de Kaukasus voorkomt. In Nederland is het Vogelnestje zeer zeldzaam. In Vlaanderen extreem zeldzaam en in Wallonië plaatselijk algemeen.

Met de gids Orchideeën van Europa in de hand zou je vrijwel alle Europese orchideeën (ter plaatse) moeten kunnen determineren, geven de auteurs aan. Zo nu en dan tref je echter een soort met afwijkende vormen. Door een kleine genetische verandering zien één of meer organen er heel anders uit dan de normale toestand van de soort. Wat je dan kunt doen om tot een juiste determinatie te komen, lees je in het laatste hoofdstuk Meer leren.

De gids Orchideeën van Europa bevat uitsluitend aquarellen die exacte kleuren en details tonen. Ik vind het fascinerend om te zien hoe divers die vele wilde orchideeënsoorten zijn. De ene keer makkelijk, de andere keer ontzettend lastig te determineren. Mooi dat twee vooraanstaande experts samen hebben gewerkt om deze prachtige gids tot stand te brengen. Overigens werkte in Nederland en België een aantal organisaties mee aan dit project, waaronder Floron, de Werkgroep Europese Orchideeën van de KNNV, de Nederlandse Orchideeënvereniging, de Orchideeënvereniging Vlaanderen, het Instituut Natuur- en Bosonderzoek en Natuurpunt. Dat geeft ook wel aan dat de gids Orchideeën van Europa enorm veel kennis wordt samen gebundeld.

Het resultaat is indrukwekkend: een kloeke, prachtige vormgegeven en weelderig geïllustreerde gids. Een veldgids zou ik het niet direct noemen, want daarvoor is het formaat te groot (A4). Heb je een grote rugtas, dan is dat geen probleem. Maar zo’n mooi boek, ik zou het haast zonde vinden om hem te bevuilen met mijn bemodderde vingers.

Een gezaghebbende gids voor liefhebbers van orchideeën. En wie is dat nu niet?

Orchideeën van Europa / Bo Mossberg en Henrik Pederson / Kosmos Uitgevers / hardcover

 

 

Een overzicht van andere boeken over (wilde) orchideeën: